Like ons ook op Facebook!

Pendragon – The World

pendragon-the-world.jpg

Eind jaren tachtig leek het even alsof de tweede generatie symfonische rockbands maar een kort leven beschoren was. Zowel Marillion, Twelfth Night als IQ verloren hun zanger, Pallas was in geen velden of wegen te bespeuren en Pendragon maakte het rommelige “Kowtow” (1988). In navolging van Marillion deden sommige van deze groepen ook nog wat commercieel water in de wijn, en de media dachten in verschrikkelijke bands als It Bites hun hoop te hebben gevonden. Internet was nog afwezig, en iedereen was druk doende hun oude lp’s op cd te vereeuwigen.

Wat een verschrikkelijke wereld was dat.

Begin jaren negentig kroop de prog voorzichtig uit dat dal, met legendarische, invloedrijke platen, nieuwe bands, nieuw bloed en nieuwe kruisbestuivingen. Pendragon, die samen met bovengenoemde herrezen groepen boven water dreef, legde met het in 1991 uitgekomen “The World” de kiem waaruit zowaar een héél subgenre ontsproot. Inmiddels beschouwen we Pendragon, met zijn eigenwijze, licht-arrogante, maar op de gitaar uitmuntende voorman Nick Barrett, als één van de vaste waarden binnen de symfonische rock. Er zijn ook maar twee kanten te kiezen: of je smult van de muziek, of je háát deze hartgrondig.

Met “The World” produceert Pendragon in elk geval de formule waarop de groep tot aan “Believe” (2005) zou voortborduren. Zoals ook de platen erna bevat “The World” lange uitgerekte, zwaar symfonische composities met nadruk op het fabuleuze gitaarspel van Barrett, het dreunende, nadrukkelijke baswerk van Peter Gee, de inventieve drums van Fudge Smith en de smaakvolle, doch niet altijd even aanwezige toetsenthema’s van Clive Nolan, die neoprog-riedeltjes uit zijn mouw schudt, als waren het pepernoten van Sinterklaas.

Daarnaast is Barrett ook nog eens gezegend met een soulvolle, unieke stem die hij volledig integreert in de muziek van Pendragon. Pendragon is daarom dan ook zijn wereld. De teksten van de plaat hanteren onderwerpen uit zijn universum. De wat cleane, haast overgeproduceerde (voor die tijd) sound van “The World” past naadloos in de neoprog-stijl die Pendragon koestert. Dat alles maakt Pendragon wat te zoet voor de avontuurlijker ingestelde progressieve rockfan, en te soft voor de progmetal-liefhebber. Maar voor de liefhebber van een uitstalling van álle clichés die de symfonische rock telt, is Pendragon als een warm bad.

De plaat zelf telt feitelijk zes composities, waarvan er vier direct uitspringen. De bulk wordt ingenomen door het drieluik Queen Of Hearts, dat middels de drie delen perfect de drie verschillende gezichten van Pendragon laat zien: lieflijk, stoer en opgewekt. Mijn favoriete stukje is als de bonkende bas van Gee door A Man Could Die Out Here beukt. Het staat in schril contrast met het opgetogen The Last Waltz, een lekkere meezinger en daarmee een prima afsluiter van een geslaagd epos.

Opvallend is ook het kaarslichtnummer And We’ll Go Hunting Deer, dat lijkt te gaan over het vinden van rust (na de dood?) en derhalve een uitstekend einde vormt van een geweldige plaat. De openingstrack is echter ook niet mis. Het riff-georiënteerde Back In The Spotlight laat gelijk al Pendragon horen in al zijn volle glorie: een lekker ritme, een uitstekende melodie, en verbluffende thema’s in één meestercompositie. Het nummer heeft een verslavende cadans, dat je als het ware binnenzuigt en niet loslaat totdat je de laatste noot hebt ervaren.

Hoogtepunt van de plaat is echter zonder meer het ruim 12 minuten durende The Voyager. Het nummer gaat rustig van start, en bouwt langzaam op naar een voorlopig hoogtepunt als Barrett ons toezingt: ”˜into the arms of a new world’. Dan vervolgt Nolan met een sloom, doch verslavend thema, dat spoedig wordt overgenomen door een ander thema, dat wat wegheeft van een mondharmonica. Dan zakt de muziek weg in een nieuwe opbouwfase om geheel verzadigd te worden door een gitaarsolo die slechts een tweetal jaren later zal worden overtroffen in Breaking The Spell van “The Window Of Life” (1993). De ontlading in The Voyager, en tevens het kippenvel sleutelmoment van “The World” zit op 8:53 als Smith middels een scherpe, treffende roffel de solo van Barrett aankondigt. Die stapelt en stapelt en stapelt en stapelt, een wereld vol gitaarsolo’s. Wát een nummer!

“The World” kan met recht gezien worden als een klassieker binnen de symfonische rock, de eerste in een serie van vier, die Pendragon in deze jaren over ons zou uitstorten. Andere bands zouden volgen. Nieuwe bands zouden opstaan. Met “The World” is onze wereld gered.

Markwin Meeuws

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies