Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Phideaux – Infernal

Phideaux - Infernal

Apart gezelschap dat Phideaux!

Ik was zelf even bang dat dit gezelschap de pijp aan mijn naamgenoot had gegeven. Na 2011, toen “Snowtorch” het licht zag, werd het oorverdovend stil rond deze briljante groep getalenteerde mannen en vrouwen. Maar bandleider Phideaux Xavier had een missie en dat is het completeren van zijn drieluik rond de rol van de overheid, religie en de ecologische crisis. Zijn reis was begonnen met het bejubelde “The Great Leap” en werd voorgezet met minstens net zo goede “Doomsday Afternoon”. En nu is daar “Internal” een dubbelalbum met daarop 89 minuten prog van een indrukwekkend niveau.
De muziek van Phideaux is allesbehalve eenvoudig. Niet in de zin van nodeloos complex, maar vooral sterk gelaagd en intens. Bij 89 minuten vraagt dat om een forse investering. In het begin voelde alles een beetje afstandelijk aan, maar na elke luisterbeurt verschuift dat gevoel. De intensiteit neemt steeds meer toe en bijvoorbeeld ook de volgorde van de nummers ga je steeds meer waarderen. Het groeit naar één geheel. En nog heb ik het gevoel dat nog niet alle kwartjes zijn gevallen.

Muzikaal wordt de lijn van de eerdergenoemde albums voortgezet. Het zit vol met van die typische Phideaux momenten. Denk aan de sterke overgangen, frisse tempowisselingen, meervoudige zang en het feit dat één nummer soms meerdere gezichten lijkt te hebben. Meteen al in Cast Out And Cold maken we kennis met heerlijke zanglijnen en echoing-technieken. Ook het marcheer-achtige pianotempo in The Error Lives On is typisch Phideaux.

De eerste mijlpaal van het album is zondermeer Inquisitor waarin de band ongekend goed samenspel tentoonstelt. Het zwenkt van Pink Floyd met toetsen en korte gitaarloopjes, naar ingetogen, naar poppy en met als hoogtepunt een heerlijke gitaarsolo in de stijl van Steve Rothery. We Only Have Eyes For You doet weer aan The Beatles denken, maar ook aan de hippie-achtige stukken die Arjen Lucassen regelmatig in zijn muziek verwerkt. The Walker heeft een mooie onderhuidse spanning en blinkt uit door de vele vrouwelijke zangstemmen.

De rol van de piano is groot op dit album. In elk nummer duikt hij wel op. De ene keer meer op de achtergrond en op andere momenten wordt er bijna op gehamerd. Maar steeds is het precies goed. De toetsen van Mark Sherkus zijn verder goed gedoseerd. Vaak meer op de achtergrond, maar hij kan ook verrassend om de hoek komen met sterke korte solo’s.

Gelukkig is het tweede schijfje net zo interessant als het eerste. Zo vanzelfsprekend is dat echt niet. Een dubbelaar uitbrengen dat over het geheel blijft boeien is niet eenvoudig. The Sleepers Wake heeft zo’n melodie die niet meer uit je hoofd gaat en blinkt uit door het mooie cellospel. Het langste nummer From Hydrogen To Love behoort tot het beste dat de band maakt. Je wordt vriendelijke alle kanten op geslingerd en achter elke overgang zit weer een nieuwe verrassing.

Tekstueel is het allemaal weinig vrolijk. Maar de kunst van Phideaux is dat hij zware teksten toch luchtig kan houden. Alleen bij Phideaux kan een zware tekst over het einde der tijden opgevolgd worden door vrolijke lalala zang. Je hoort ook vaak vrolijke achtergrondzangeressen tot je door hebt wat ze zingen. Geniaal. Phideaux zelf is als zanger nog meer gegroeid. Hij lijkt alles te kunnen. Lief, hard, intens, ontspannen hij weet het allemaal in zijn stem te leggen. Zelfs die typische Peter Gabriel (in zijn Genesis tijd) vibrato in zijn stem weet hij over te brengen, net als een heel klein beetje grunten. De man is van alle markten thuis.

De muziek van Phideaux is anders dan anders. Beetje tegendraads. Onverwachts. Zwaar maar toch ook luchtig. Complex, maar wel toegankelijk. Gelaagd en diepgravend. Phideaux is de Rivella van de prog en “Infernal” behoort tot het beste dat de band tot nu toe maakte.

Maarten Goossensen

Progwereld | Recensies