Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Pink Floyd – Animals

Pink Floyd - Animals

Het is 1976. Groot-Brittannië is in de ban van een nieuwe jongerenbeweging, die vanuit de Engelse hoofdstad een ware revolutie in de wereld van de rockmuziek teweeg zal brengen. De zogenaamde punkbeweging start immers niet alleen als een nihilistische tegenbeweging tegen de dan heersende maatschappelijke omstandigheden in Engeland, maar ook tegen de misplaatste zelfgenoegzaamheid en grootheidswaanzin van een deel van de oude garde uit de rockmuziek. Progressieve rock is door de vaak conceptuele en pretentieuze ambities haast vanzelfsprekend een zeer geschikt doelwit voor deze tierende tieners en ook Pink Floyd wordt het ”˜slachtoffer’ van hun geldingsdrang. De band is nu immers ”˜de grote vijand’, maar deze staatsvijand nummer één komt op 23 januari 1977 wel ineens met een wereldbeeld op de proppen waarvan zelfs punkopperhoofd Johnny Rotten gillend en met zijn staart tussen de benen naar zijn moeder zou kunnen rennen…

In deze door Roger Waters geschetste sociaal-politieke beschrijving van de samenleving, wordt de mensheid verdeeld in drie diersoorten: honden, varkens en schapen. De honden zijn de doortrapte zakenlieden, de yuppies van één decennium later, die, wanneer ze eindelijk de top bereikt hebben, ten onder gaan aan hun eigen gewichtigheid of eenzaam aan één of andere enge ziekte sterven. De varkens zijn de tirannieke leiders die, gedreven door een tomeloze hebzucht naar absolute macht, vaak hoge posities bekleden. Van daaruit kunnen ze immers, vanwege hun morele superioriteit, hun levensfilosofieën aan anderen opdringen; de schapen. Dit zijn de onnozele en passieve volgelingen en vertegenwoordigen feitelijk de gewone man op straat. Wegens hun volgzame houding worden de schapen voortdurend geëxploiteerd door de andere twee diersoorten. Het is in feite niets meer dan bijten en gebeten worden… Daar komt het kort gezegd op neer.

Ondanks dat deze driedeling ontegenzeglijk enige overeenkomsten kent met “Animal Farm”, is deze dierentrilogie beslist geen volledige bewerking van het bekende boek van George Orwell te noemen. De allegorische parodie op het socialisme van Orwell is namelijk gebaseerd op een samenleving naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie, terwijl Waters’ concept duidelijk gestoeld is op de kapitalistische maatschappij. Waar de varkens in het boek uiteindelijk absolute macht krijgen, eindigt het concept van Pink Floyd bovendien in een massale opstanding van de op wraak beluste schapen, die eindelijk uit hun langdurige bedwelming verrijzen.

Door het venijn en cynisme waarmee Roger Waters de, in zijn ogen, zwaarmoedige toestand van de samenleving onder woorden brengt, ondergaat de muziek van de band uiteraard een metamorfose. De teneur van het album is immers logischerwijs overwegend grimmig en gedesillusioneerd en dat uit zich derhalve ook in de muziek. De dromerige tempo’s, de bijna hemelse toetsenpartijen en de breekbare vocale harmonieën, die lange tijd het Pink Floyd-geluid feitelijk voor een belangrijk deel gedefinieerd hebben, zijn immers op “Animals” welhaast verdwenen. Je zou de muziek op dit album zonder meer koud en afstandelijk kunnen noemen, maar na grondige beluistering schieten mij ook herhaaldelijk enkele (kracht)termen als agressief, beestachtig (!), compromisloos, klinisch, krachtig en meedogenloos door het hoofd.

“Animals” is dan ook een album dat je bij voorkeur op kille, donkere winterdagen moederziel alleen opzet wanneer je het even gehad hebt met de boze buitenwereld. Het bevat bijzonder mismoedige muziek die je middels enkele glasheldere metaforen meesleept naar het diepste van de ziel van de mens, naar de donkere kant van de mensheid en haar schier eindeloze machtstrijden. Roger Waters’ beklemmende zielenroerselen worden gelukkig ook nu op meer dan gepaste wijze op muziek gezet, waarbij vooral David Gilmour en Richard Wright zich van hun beste kant laten zien. Zo is de gitarist onder andere verantwoordelijk voor ettelijke karakteristieke, doch magistrale gitaarstukken op het album, terwijl de toetsenist een flink aandeel levert aan de prachtige donkere sfeer van het album. Ofschoon laatstgenoemde voor het eerst in de geschiedenis van de band weinig tot niets essentieels aan het schrijfproces bijdraagt, bevat deze plaat wat betreft het toetsenwerk paradoxaal genoeg enkele van zijn meest boeiende (lees: veelzijdige) bijdragen aller tijden.

Doordat de band het album voor het eerst uitsluitend in zijn eigen studio opneemt, heeft “Animals” een enigszins kalere en sobere productie dan wat we van het kwartet gewoon zijn. Pink Floyd klinkt mede hierdoor op deze plaat opmerkelijk overtuigender, energieker, besluitvaardiger en dreigender dan ooit, maar het gaat me echter ietwat te ver om dit gegeven louter en alleen toe te schrijven aan het roerige muzikale klimaat van die tijd. Ondanks dat het best aannemelijk is om ervan uit te gaan dat het venijnige commentaar op het album als Pink Floyds antwoord op de punkrockrevolutie gezien mag worden, moeten we immers niet vergeten dat een aanmerkelijk deel van deze muziek grotendeels al ruim vóór de intrede van deze rumoerige rebellen is geschreven.

Omdat deze dierentrilogie feitelijk één grote, gewelddadige woede-uitbarsting is, opent en sluit het album met een optimistische noot om deze ongebreidelde driftbui nog enigszins binnen de perken te houden. Dit akoestische (liefdes)nummer fungeert speciaal als rustpunt, waardoor de algemene balans ietwat voordeliger uitvalt. Dat is dan alleen aangaande de tekstuele inhoud mogelijkerwijs het geval, want doordat het hele idee achter het album pas ter elfder ure is bedacht en bovendien ook nog voor het merendeel uit oud materiaal is samengesteld, kan ik dit album immers beslist geen coherent geheel noemen.

En daarmee zijn we aangekomen bij één van de mindere punten van “Animals”. In tegenstelling tot bijvoorbeeld “The Dark Side Of The Moon” of “Wish You Were Here” kampt deze plaat wel heel duidelijk met het euvel dat de balans ver te zoeken is. Gezien de structuur van het album met drie bijzonder lange en twee extreem korte muziekstukken is het eigenlijk weinig verrassend dat “Animals” hierin tekort schiet. Een ander minpunt – of liever minder positief punt – is Waters’ weloverwogen keuze om de songteksten bewust zo direct en simpel mogelijk te houden. Dat betekent dat deze teksten af en toe gevaarlijk dicht tegen tamelijk eenvoudige rijmelarij aanschuren. Het gaat me iets te ver om dit als peuterpoëzie af te doen, maar je zoekt hier echt tevergeefs naar dubbele bodems en andere tekstuele bekoorlijkheden.

Dit laatste is eigenlijk enigszins muggenziften, want het eindoordeel mag inmiddels duidelijk zijn. Tijdens de hoogconjunctuur van de punkrockrevolutie levert Pink Floyd namelijk een plaat af, die zowel op tekstueel als op muzikaal vlak de uitdaging ondubbelzinnig en met speels gemak aankan. “Animals” is dan ook met afstand het meest krachtige en overtuigende album in het bestaan van de band en behoort mede om die reden tot mijn favoriete platen van Pink Floyd. Het markeert echter wel de laatste keer dat David Gilmour, Nick Mason, Roger Waters en Richard Wright als een (h)echte viermansformatie opereren. Het tiende studioalbum is immers de voorbode van een nieuwe periode waarin Roger Waters de absolute macht binnen de band voorgoed naar zich toe zal trekken.

Deze dominantie zal er uiteindelijk zelfs toe leiden dat Pink Floyd min of meer gereduceerd wordt tot een inferieure kopie van zichzelf. Waters’ bekwaamheid om venijnige teksten vol haat en woede te vervaardigen staat buiten kijf, maar zijn betreurenswaardige beslissing om de overige bandleden moedwillig buiten dit (schrijf)proces te houden gaat immers op een grootse manier ten koste van de band zelf. Juist om die reden ben ik van mening dat “Animals” mijn favoriete Pink Floyd-periode op een meer dan waardige manier afsluit. De band heeft namelijk nooit meer zo recht voor zijn raap als op deze plaat geklonken.

Frans Schmidt

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies