Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Pink Floyd – Ummagumma

Pink Floyd - Ummagumma

Pink Floyd stond in 1969 aan het begin van een nieuw tijdperk. Na het vertrek van Syd Barrett moest de groep opnieuw zijn draai vinden en dat lukte op “A Saucerful of Secrets” en de filmsoundtrack “More” slechts gedeeltelijk. Nieuwbakken gitarist David Gilmour ging muzikaal steeds meer zijn stempel op het groepsgeluid drukken met zijn melodieuze gitaar- en zangpartijen. “Ummagumma” verscheen in het najaar van 1969. Deels gevuld met live-opnamen en deels met studio-opnamen, die gemaakt zijn door de groepsleden afzonderlijk. Een – op dat moment – unieke vorm voor een dubbelelpee, waarmee Pink Floyd een duidelijke muzikale richting probeerde te vinden.

Op “Ummagumma” (Cambridge-”˜slang’ voor sex) klinkt het typische psychedelische Pink Floyd-geluid van eind jaren zestig door, maar daarnaast introduceert de plaat ook elementen die de groep in de jaren zeventig verder gaat uitwerken. Dat laatste toont de studioplaat in de vorm van geluidseffecten, productionele geintjes en orkestrale arrangementen. Op de liveplaat staan uitvoeringen van vier, inmiddels ”˜klassieke’ Floyd stukken.

De live opnamen zijn gemaakt in juni 1969 in de Mothers’ club in Birmingham en op het Manchester College of Commerce. Pink Floyd trad gedurende de zomer van 1969 op met zowel een standaard set van op zichzelf staande nummers, alsmede de veel gebootlegde “The Man and the Journey”-suite. “Ummagumma” begint met een solide versie van Astronomy Domine, met een uitgesponnen tussenstuk van Wright op orgel en – later – Waters op bas. Daarna volgt Careful With That Axe, Eugene, dat als b-kant van de single Point Me At The Sky uitgegroeide tot een ware live attractie.  Ten opzichte van andere uitvoeringen in die tijd valt deze versie op: Waters zet zijn schreeuw een halve maat te vroeg in. Verder is het samenspel tussen vooral Gilmour en Richard Wright erg sterk: beiden zijn optimaal op elkaar ingespeeld. De drums van Nick Mason blinken uit in Set The Controls For The Heart Of The Sun, weer zo’n stuk dat live veel langer duurde dan op “A Saucerful of Secrets”. De climax (met Waters op de gong!) is bijna astraal: dit is spacerock in haar meest pure vorm! Het daaropvolgende gedeelte is helaas ingekort, zodat het derde couplet van het nummer ontbreekt. A Saucerful Of Secrets sluit de liveplaat in stijl af, waarin de groepsleden eerst vooral hun eigen gang gaan en in het laatste stuk samen gedreven tot een afronding komen. Helaas laat de kwaliteit van de gemaakte opnames wat te wensen over: naast de aanwezigheid van ruis is ook de eindmix erg aan de ruwe kant, maar knalt op sommige punten wel lekker uit de boxen. Wat een verademing eigenlijk, vergeleken bij latere liveplaten van de band!

De studioplaat opent met een muzikaal beladen minisymfonie van Richard Wright. In Sysyphus smeedt hij zowel vroege progelementen (Mellotron!), als modern klassiek en avantgarde-klinkende passages aan elkaar. Vooral part 4 is zeer de moeite waard: een kalm “More”-achtige sfeer wordt wreed verstoord door een keihard Mellotron-akkoord, waarna Wright terugkeert naar het hoofdthema. Dan is het de beurt aan twee composities van Roger Waters, die met het schitterende en akoestische Grantchester meadows op de proppen komt. Dubbel opgenomen zang, gitaar en rustgevende natuurgeluiden: het kenmerkt de singer/songwriterstijl van Waters, die nooit zijn bewondering voor artiesten als Bob Dylan, John Prine en Joni Mitchell onder stoelen of banken heeft gestoken. Dit stuk klinkt jaren later nog door in zijn oeuvre: van If tot Pigs on the wing tot materiaal op “The Final Cut” en zijn soloplaten “The Pros and Cons of Hitch Hiking” en “Amused to Death“. Daarna volgt de overgang naar ”˜dat vreemde stuk met die lange titel’: misschien wel het sleutelnummer van “Ummagumma” en baanbrekend voor de manier waarop Waters in de studio aan het werk ging (en daarna is gegaan). Het experiment viert hoogtij! Vervolgens doet The narrow way van Gilmour weer erg vertrouwd aan, die ook experimenteert met bandsnelheden en galm. Voor de eerste keer is in een Pink Floyd-stuk een synthesizer te horen: niet van Wright, maar van Gilmour, die een Moog bespeelt. Ook is in The narrow way de blauwdruk van Gilmour zijn eigen stijl goed te horen: meeslepend, melodieus, traag en een tikkeltje bluesy. En wat krijgt hij een goede bijval van de stevige drums (met name het herkenbare tom-tom spel) van Mason. Luistertip: blijf gedurende de drie delen goed letten op zijn slidegitaar. Tenslotte The grant vizier’s garden party van Mason, die op fluit hulp krijgt van zijn toenmalige vrouw Lindy. Een percussiestuk, dat soms doet denken aan het dynamische werk van Edgar Varèse en de minimale geluidsexperimenten van Karlheinz Stockhausen, maar bovenal de studioplaat op een waardige manier afsluit. Het is weer die zo kenmerkende stijl van het individuele groepslid dat zo mooi in het daglicht staat.

De innovatieve hoes, de gedeelde vorm, de compromisloze muziek. Een tweede Ummagumma bestaat eigenlijk niet. Het wankele en experimentele karakter van de studioplaat is anno 2007 wat aan de gedateerde kant, maar dat neemt niet weg dat deze dubbelelpee (in 1994 uitgekomen als prima geremasterde cd-versie) nog steeds geldt als een vroeg hoogtepunt van de Floyd-bezetting Waters-Gilmour-Wright-Mason. De experimenten werken grotendeels en zetten de groep op het epische spoor, dat leidt naar platen als “Atom Heart Mother” en “Meddle”. En daar is geen progliefhebber rouwig om.

Wouter Bessels

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies