Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Plenty – It Could Be Home

Plenty - It Could Be home

Bijzonder verhaal: Plenty werd in 1986 opgericht, overduidelijk beïnvloed door toen actuele bands als The Blue Nile en Prefab Sprout, naast grootheden als Peter Gabriel en David Bowie. Misschien wel daarom, wie zal het zeggen, schopte de band het niet heel ver. Een paar optredens, een paar radioshows en verder niks. Zoals zoveel bandjes verdween Plenty net zo onopvallend als ze was gekomen. Waarom ik er nu dan toch over schrijf? Dat heeft twee redenen.

Ten eerste was Plenty de band waarin Tim Bowness zong, vlak voordat hij met Steven Wilson no-man begon. Ten tweede heeft Bowness, samen met de andere leden Brian Hulse en David K. Jones, de afgelopen twee jaren het oude repertoire van Plenty afgestoft, hier en daar bijgepunt en opnieuw opgenomen. Dat resulteerde onlangs in het onderhavige album, dat dus, op één nieuw liedjes na, allemaal nummers bevat die dertig jaar oud zijn.

Dat hoor je er hier en daar wel een beetje aan af, in de geluiden en – vooral in het geval van Hide en Climb, de snelste nummers van de plaat – in de composities. Dat is overigens bewust, de heren wilden geen afbreuk doen aan de intenties en geest van de originele liedjes. Misschien zegt het ook iets over mijn leeftijd, maar het pakt wat mij betreft heel fraai uit.

Een plaat waar Bowness aan mee doet zal altijd een melancholisch, licht slepend karakter hebben, voor een carnavalsplaat zou ik hem in elk geval niet vragen, maar “It Could Be Home” is wel iets opgewekter van toon dan het meest recente solowerk van Tim. Toch is het weer een stemmig album, met mooi dromerige synth-geluiden, lekker veel galm en pregnante teksten over stukgelopen relaties en andere schmertz.

Het album is smaakvol geproduceerd door de Noorse producer Jacob Holm-Lupo, die ook tekende voor White Willow en The Opium Cartel. De plaat klinkt dan ook geweldig, vooral voor liefhebbers van The Blue Nile, Talk Talk en natuurlijk no-man. De grootste held van het album is wat mij betreft gitarist Hulme, die een prachtig geluid heeft, maar ook precies de goede noten weet te spelen en niet meer dan dat.

Ik vind het idee op zich al geweldig. Zo veel prachtig materiaal gaat verloren als de makers ervan niet die doorbraak beleven die ze verdienen. Des te mooier dus, dat die muziek dertig jaar later een herkansing krijgt. Grappig ook dat het enige nieuwe nummer, The Good Man, niet uit de toon valt: de band pakt de draad weer moeiteloos op. Of het nu tot een internationale doorbraak zal leiden is overigens twijfelachtig, Plenty was kennelijk niet geïnteresseerd in het schrijven van hits, maar ook dat is me zeer sympathiek. Het album verdient wat mij betreft alle lof, een schitterend, stemmig, hoopvol en warm plaatje. Erg fijn.

Erik Groeneweg

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies