Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Roger Waters – Amused To Death

Roger Waters - Amused To Death

Het tussendoortje, de soundtrack “When The Wind Blows” uit 1986, buiten beschouwing gelaten is het in 1992 verschenen “Amused To Death” pas het derde volwaardige studioalbum van Roger Waters. Na “The Pros And Cons Of Hitch Hiking” uit 1984 en “Radio K.A.O.S.” uit 1987, is ook dit werkstuk een conceptalbum, waarop hij wederom niet terug deinst voor enkele zwaarlijvige thema’s, zoals oorlog, politiek, geld en religie. Had je iets anders verwacht?

Met dit soloalbum maakt de voormalige Pink Floyd-bassist op conceptueel vlak de enigszins voor de hand liggende stap van radio naar televisie. Het kleinood is immers deels geïnspireerd op een boek van Neil Postman, getiteld “Amusing Ourselves To Death”. Dit in 1985 verschenen boekwerk (ISBN 0670804541), met de ondertitel “Public Discourse In The Age Of Show Business”, onderzoekt de overweldigende, vaak negatieve uitwerking van het medium televisie op de mensheid.

Om deze materie in een aantrekkelijke verhaallijn te steken, introduceert Waters op dit album een gorilla dat naar de televisie kijkt. Deze gorilla is feitelijk een metafoor voor eenieder die met enige verbazing naar het nieuws heeft gekeken. Terwijl het beest langs de vele televisiezenders zapt wordt het geconfronteerd met beelden van oorlogen, overconsumptie, religieus geweld, corruptie, studentenopstanden, televisiedominees, hongersnood, criminaliteit, politieke machtsstrijd en nog meer excessen van westerse beschaving. Deze schokkende beelden vol geweld, oorlog en anarchie vullen de gorilla met verbijstering, schrik, razernij en, nog erger, machteloosheid.

Uiteindelijk neemt de gorilla (lees Roger Waters) de rol van het medium televisie hierbij onder de loep. Het arme beest komt op deze manier zelfs tot de verbazingwekkende conclusie dat veel misstanden, conflicten en zelfs (natuur)rampen voortkomen uit de welhaast onbevredigbare westerse drang om zichzelf ten koste van alles te amuseren. Deze drang is volgens Waters dermate sterk dat hij een vrij pessimistisch toekomstbeeld neerzet van een andere beschaving, die op de aarde neerdaalt na het einde der dagen. Ze ziet onze skeletten om de televisies liggen en vraagt zich af waarom de aarde veel te vroeg aan haar einde is gekomen. Uiteindelijk trekt ze de conclusie dat de mens zichzelf heeft dood geamuseerd.

[Voor een meer accurate en complete analyse van het concept achter "Amused To Death" schiet het format van een recensie helaas duidelijk te kort. Wellicht dat ik, bij voldoende belangstelling (klik hier), in de toekomst nog eens op deze plaat terugkom. Dit zal mogelijk in de vorm van een Progvizier zijn, dat dan geheel in het teken zal staan van alle bijzondere wetenswaardigheden rond dit album van Roger Waters.]

Voorwaar dus geen lichte kost en om dit concept nog indrukwekkender te maken staat het album vol met allerlei relevante geluidseffecten. Door gebruik te maken van de toen nieuwe Q Sound techniek klinken deze effecten buitengewoon imposant en levensecht. Dit driedimensionale opnamesysteem doet het menselijke brein immers geloven dat het geluid afkomstig is uit verscheidene richtingen rond de luisteraar, zonder daarbij gebruik te maken van meer dan twee luidsprekers.

In een poging te voorkomen dat de muzikale verpakking totaal ondergeschikt raakt aan de tekstuele inhoud, maakt Roger Waters dankbaar gebruik van de diensten van coproducer Patrick Leonard en gitarist Andy Fairweather-Low, die beiden de rol van muzikaal klankbord op zich nemen. Deze rol vertoont eigenlijk wel enige gelijkenissen met die van David Gilmour bij Pink Floyd tegen het einde van de jaren zeventig, waarbij het tweetal vanzelfsprekend beduidend minder invloed heeft dan de gitarist destijds.

Bovendien laat hij zich omringen door een waar leger aan gastmuzikanten, waarbij de bijdragen van de zangers P.P. Arnold (Perfect Sense), Rita Coolidge (Amused To Death) en Don Henley (Watching TV) niet onvermeld mogen blijven. Andere bekende namen zijn onder meer Graham Broad, John ”˜Rabbit’ Brundrick, Doreen Chanter, James Johnson, Katie Kissoon, Steve Lukather, John Patitucci, Jeff Porcaro, Steve Sidwell, Geoff Whitehorn en het National Philharmonic Orchestra onder leiding van Michael Kamen. Desalniettemin komt verreweg de meest indrukwekkende bijdrage van meestergitarist Jeff Beck, die op voortreffelijke wijze toont nog altijd en met afstand de beste snarenplukker aller tijden te zijn.

De scherpzinnige teksten, de werkelijk briljante verhaallijn en de lange lijst aan gastmuzikanten ten spijt, biedt “Amused To Death” muzikaal gezien helaas zeer weinig verrassingen van Roger Waters. De plaat is namelijk zo duidelijk beïnvloed door zijn ooit revolutionaire werk met Pink Floyd, dat ik meer dan eens het gevoel krijg dat hij deze, inmiddels beproefde, muzikale formule ook hier heeft toegepast. Dit is echter niet het enige wat mij aan het album opvalt.

Ondanks de assistentie van Patrick Leonard en Andy Fairweather-Low ontbreekt immers elk spoor van een enigszins heldere muzikale structuur. Omdat Roger Waters ook nu niet zijn schier oneindige woordenbrij in pakkende refreinen en memorabele melodieën verpakt, klinkt het album om die reden zelfs af en toe onsamenhangend en incoherent. Daarbij komt ook nog eens het gegeven dat de plaat, met een lengte van ruim zeventig minuten, wat aan de lange kant is. Door dit alles kan “Amused To Death” zelfs voor de grootste doorzetter een hele zit worden.

Niettemin wordt de volhoudende bewonderaar aanzienlijk voor zijn doorzettingsvermogen beloond.

De veertien nummers blijken immers ineens veel intenser en dus boeiender te worden wanneer, na herhaalde beluistering en intensieve bestudering van de teksten, het hele idee achter de plaat goed duidelijk wordt. Dit is ook één van de redenen dat het album wat betreft sfeer en uitvoering veel meer in het verlengde ligt van Waters’ voormalige werkgever dan zijn eerdere soloalbums. De vele Pink Floyd-trekjes en karakteristieken die in dit werk te bespeuren zijn, maken het evenwel erg moeilijk geen vergelijkingen te maken met zijn voormalige band.

Dit laatste wordt nog lastiger gemaakt door de typerende zang van Roger Waters. Dat deze nooit en te nimmer zal uitblinken vanwege de techniek staat buiten kijf. Dat is ook nu het geval, maar ik prefereer zijn emotionele en hartstochtelijke stemgeluid boven dat van technisch bekwamere zangers. Over het algemeen zijn de zangkwaliteiten ruim voldoende, maar wie zijn manier van zingen nooit heeft gemogen, zal ook na deze plaat niet van mening veranderen.

Tekstueel provocerend, muzikaal behoudend, waarbij ik toch niet aan de indruk kan ontkomen dat de muziek soms onder het gewicht van het concept lijdt. “Amused To Death” is een werkstuk dat daarom vooral in smaak zal vallen bij liefhebbers van “The Wall”, “The Final Cut” en “The Pros And Cons Of Hitch Hiking”. Wanneer deze platen niet tot jouw favorieten behoren, raad ik je aan dit album met enige voorzichtigheid te benaderen. De hoeveelheid tekst, de zwaarlijvige thematiek en de reeds genoemde zwakke punten maken dit immers een niet eenvoudig te behappen album.

De schitterende, open productie en het indrukwekkende geluidssysteem maken “Amused To Death” evenwel een verplichte aanschaf voor audiofielen. Ook de rechtgeaarde Pink Floyd-fan, die met lede ogen heeft moeten toezien dat de band zonder Waters een diepgang van een surfplank heeft, kan eenvoudigweg niet om deze plaat heen. Ondanks reeds genoemde tekortkomingen is dit album namelijk veruit het beste solowerk van Roger Waters, waarbij de bassist in zijn eentje, weliswaar bijgestaan door een leger gastmuzikanten, het niveau van zijn oude werkgever enigszins benadert.

Frans Schmidt

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies