Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Saga – Saga

Saga - Saga

Als onderdeel van Canada’s progressieve rock beweging in de jaren ‘70 (met Rush als belangrijkste exponent) was Saga een vreemde eend in de bijt. Waar Rush nog wel eens een halve plaatkant kon vullen met een pretentieus epos, beperkte Saga zich vanaf die eerste naamloze plaat tot liedjes, pakkende stukken met een kop en een staart. Wat dat betreft lijken de heren, met Jim Crichton en Michael Sadler als voornaamste componisten, minstens evenzeer beïnvloed door Amerikaanse pomprock bands als Journey en Styx.

Absoluut anders dan andere bands uit die tijd is de rolverdeling, de nadruk op synthesizerklanken (Moog) en de onvergelijkbare, parmantige operettestem van Michael Sadler. Je zou van een band met een gitaargod als Crichton verwachten dat de gitaar de boventoon voert, maar gitaar en synthesizer verdelen alle partijen eerlijk. Waar mogelijk worden melodieën gedubbeld zodat de muziek heel strak en krachtig klinkt. Er zijn meer synth- dan gitaarsolo’s op deze plaat te horen. Zoals de gitaar eerder tokkelt dan scheurt zijn er ook geen brede stringklanken, maar staccatoloopjes op de Moog die aan Kraftwerk doen denken. Eigenlijk doet het bandgeluid helemaal Europees aan en in de loop der jaren is dat alleen maar ‘erger’ geworden. Vanaf het intro van How Long is duidelijk dat dit een nieuw geluid is, een nieuwe kijk op progressieve muziek.

Dat blijkt ook uit de fraaie hoes met de sci-fi-vlinder en de nummers Will It Be You? En Tired World, respectievelijk hoofdstuk vier en zes uit een futuristische roman over ruimte-oorlogen tussen werelden. In hoofdstuk vier wordt de oorlog voorbereid, in hoofdstuk zes wachten de steden van een uitgestorven beschaving op nieuwe bewoners. In contrast met deze ruimte-opera gaan de overige nummers over aardse zaken, zoals Ice Nice een gokverslaving behandelt en Climbing The Ladder waarschuwt voor teveel nadruk op ambitie en carrière.

De muziek is bedrieglijk eenvoudig van opzet. Liedjes, meestal in vierkwartsmaat, met duidelijke coupletten en refreinen. Door de droge productie, waardoor gitaar en toetsen heel dichtbij klinken, wordt de muziek nergens echt symfonisch. Dit is een wel heel persoonlijke observatie, maar waar de muziek van Rush het gevoel geeft door veel meer dan drie mensen gespeeld te zijn, is “Saga” echt het werk van vijf mannen. Je kunt letterlijk volgen wat elke muzikant doet, hoe elke partij in elkaar zit. Er wordt ook bijzonder beheerst gemusiceerd. In de langere stukken, zoals Ice Nice en Tired World, lijkt het wel of de band pas echt loos kan gaan als het liedje achter de rug is. Uitgesponnen, instrumentale stukken muziek besluiten daar liedjes die na een minuut of drie, vier eigenlijk wel klaar waren. Dit zijn de stukken waarin Saga op z’n best is, majestueuze progressieve passages die met venijn gespeeld worden.

“Saga” is het visitekaartje van een band die de kwaliteit van dit eerste album nog een aantal keren geëvenaard heeft, maar nooit overtroffen.

Erik Groeneweg

Progwereld | Recensies