Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Splinter – Dreamers

splinter-dreamers.jpg 

Het is juli 2005 als Splinter – bepakt en bezakt – vanaf hun oefenruimte in Zutphen koers zet richting Zweden. Om precies te zijn naar Hindby, Malmö, waar Flower Kings-bassist Jonas Reingold zijn studio beheert. De tijd is aangebroken voor het opnemen van de eerste volledige cd, als opvolger van de “Reflections” ep en “The Devils’ Jigsaw” collectie. Wekenlang wordt samen met Reingold gewerkt aan een aantal stukken (zie het studio-verslag in het ProgVizier). Teruggekomen in Nederland breekt voor de groep een woelige tijd aan: zanger Ron Hoekstra wordt vlak voor kerst 2005 uit de band gezet en terwijl de gemixte opnames bij Reingold op de plank blijven liggen, gaat de groep zich bezighouden met audities voor een nieuwe zanger. Die wordt medio 2006 gevonden in de persoon van Ewout Ongering. ”˜We got him!’, aldus de overige leden, die hem per ommegaande naar Zweden sturen om de zes songs te voorzien van nieuwe vocalen.

In mei 2007 is “Dreamers” – zoals de plaat inmiddels is gaan heten – eindelijk afgerond. Reflections en The Devils Advocate zijn opnieuw opgenomen, terwijl de overige vier songs splinternieuw zijn of al in de afgelopen jaren live te horen zijn geweest (Goodbye, Korsakov en Bio Engine). In alle gevallen valt meteen bij de eerste luisterbeurt op, dat de groep in de uitvoering ervan is gegroeid. Het klinkt allemaal veel overtuigender, elk geluidje heeft z’n betekenis en, je kan er niet omheen, een betere zanger als Ongering kan Splinter niet in zijn gelederen hebben. De kracht en veelzijdigheid in zijn stem is ongekend. Bijvoorbeeld in Bio Engine, een stuk dat vanwege de opbouw al een prachtige spanningsboog in zich heeft en waarin Ewout zich optimaal in het nummer inleeft. Of luister naar Korsakov, dat een vloeiende melodielijn heeft en erg lastig te zingen is. Maar Ongering zet ook hier een enorme prestatie neer (evenals gastdrummer en Karmakanic-lid Zoltan Csörsz). Speels en vrolijk, zonder de katerigheid – waar het nummer over gaat – te vergeten. Beide tracks kunnen zonder twijfel tot de hoogtepunten van de cd worden gerekend.

Ook de andere bandleden zijn behoorlijk op dreef. Soepel bas- en drumwerk van respectievelijk Everts en Vink geven de nummers stuk voor stuk een heerlijke ”˜drive’ mee. De spanning wordt continu vastgehouden, terwijl gitaarpartijen van Kerckhoff, vooral in Reflections, de luisteraar om de oren vliegen. Dan weer met een knipoog naar King Crimson of The Beatles, dan weer Saga of de hoogtijdagen van Alan Parsons Project, de experimentele powerprog van Frost* of zelfs de 90125-periode van Yes. Elk nummer op de plaat is een ode aan kwalitatieve prog, maar is tegelijkertijd ook wars van gebondenheid aan het genre. Pop, funk, metal en zelfs fusion liggen op de loer en tonen de muzikaliteit van deze vijf heren aan. De transparante productie van Reingold zorgt dat de muziek blijft ademen; wel gaan drums en gitaren op sommige momenten behoorlijk met elkaar de strijd aan voor een plek in het geluidsbeeld, maar nergens slibt het geluid echt dicht. De dynamiek tussen rustige en harde passages is ongekend, zoals ook op de twee Karmakanic platen het geval is en die leent zich uitstekend voor de composities van Broer van Dijk. Melodieus gezien zijn ze dermate pakkend dat je na één of twee keer ze moeiteloos meefluit. Alleen Anthony’s Songs vergt iets meer aandacht op het eerste gehoor. Een ruige, bijna Dream Theater-achtige passage wordt afgewisseld met een kalm walsje. Je moet het maar durven. En wie “The Devils’ Jigsaw” collectie kent, hoort dat Reflections en The Devl’s Advocate behoorlijk gepimpt zijn. Met name in die stukken is het aandeel van Reingold erg goed te horen.

Met de release van “Dreamers” (uitgebracht in eigen beheer en alleen verkrijgbaar via http://www.splinteronline.com/) is de droom van deze vijf jonge enthousiaste muzikanten eindelijk werkelijkheid geworden. Een solide en overdonderende plaat die niet alleen het Splinter van nu en de ontwikkeling van de laatste jaren laat horen, maar die ook aantoont dat de groep nog veel meer in haar mars heeft. Met een fris klinkende band als Splinter kan de Nederlandse progscene weer internationaal serieus van zich laten spreken. Of dat wel of niet lukt, zal de lange houdbaarheid van “Dreamers” nimmer beïnvloeden.

Wouter Bessels

Progwereld | Recensies