Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Steve Hackett – Defector

Hackett, Steve - Defector

Het verraad van leden en ex-leden van Genesis is in de jaren tachtig groot. Zochten vele Genesisfans hun heil bij deze gewezen gitarist, ook bij Steve Hackett kwamen ze in de jaren tachtig van een koude kermis thuis. “Defector” uit 1980 is de aanzet tot het overlopen van het complot. We zullen de deceptie uitstallen in 10 stappen:

Stap 1. Jacuzzi
Jacuzzi is in vier minuten de Hackett die we nog kennen van “Voyage Of The Acolyte” (1975) en “Spectral Mornings” (1979), maar dan sterk geconcentreerd. Het is niet alleen verreweg het beste nummer van “Defector”, het is volgens mij ook één van de beste composities van Hackett ooit. Het instrumentale nummer kent een verslavend fluitthema, waarover halverwege gitaarsolo op gitaarsolo wordt gestapeld. Jacuzzi kent zowel een relaxed als een spannend sfeertje en de titel is daarom goed gekozen.

Stap 2. Slogans
‘Waw, waw, waw, waw, waw..!’ Let maar niet op mij, ik neurie het thema van Slogans even voor. Dit is zonder meer het op één na beste nummer van de plaat, met een heerlijk thema en bovendien lekker fel en snel gitaarwerk van de meester. Het is heerlijk bombastisch en zo gestoord als een deur. Van dit soort gekke dingen had ik een hele plaat willen hebben.

Stap 3. The Steppes
Het mooie fluitwerk van broer John Hackett opent The Steppes, de bekende trage instrumentale opener van de plaat. Zoals het een echte steppe betaamt, is het een nummer met veel ruimte en komt het spookachtig en duister over. De gortdroge productie, de holle drums en het vreselijke toetsenarsenaal van Nick Magnus versterken de sfeer. De sterke opener van de plaat lijkt met de 3 minutengrens (en een minuut later weer) een wervelende solo in te luiden, maar die stort dan als een soort fata morgana neer. Heel knap gedaan, ingetogen en voor de rest keurig de aangename basismelodie volgend.

Stap 4. Hammer In The Sand
Nick Magnus steelt de show op zijn Bösendorfer vleugel met dit sfeervolle instrumentale nummer. Het is erg langzaam, verstild en op zichzelf staand bloedmooi. Helaas valt het wat weg tegen het voorafgaande hoogtepunt Jacuzzi.

Stap 5. Two Vamps As Guests
Feitelijk de coda van Leaving, is dit een veel te kort stukje aangenaam Spaans gitaarwerk. Het is evenals Leaving vrij bedompt opgenomen, maar dat zal wel bewust zijn. Het is ergens een tikje saai, maar het had gezien de overige nummers best nog wel wat langer mogen duren.

Stap 6. The Toast
Het verraad van Steve Hackett neemt vaste vormen aan met dit uiterst saaie liedje, waar het ”˜round and round and up and down’ gedeelte al reeds na één keer gaat vervelen. Het tussenstuk bevat wat fluitspel onder een ander thema, maar echt mooi wordt het nergens.

Stap 7. Leaving
Zelfs de voor de rest prima remaster kan dit nummer niet redden. Het klinkt als een koudgeperste uitvoering van Cordoba van “Spectral Mornings”, waaraan valse (!) vocalen zijn toegevoegd. Ik hoor een echo van ”˜when I wish upon a star’, maar het nummer laat me verder werkelijk Siberisch koud.

Stap 8. Time To Get Out
Een popnummertje als afwisseling ofzo? Bij dit nummer wordt vreselijk duidelijk dat bij de Steve Hackett-band eigenlijk niemand kan zingen, wat men probeert te verbergen door een soort van samenzang. Op Everyday van “Spectral Mornings” kan ik daar nog mee leven, want de rest van dat nummer is ijzersterk. Bij Time To Get Out wint de irritatie het van het genot. Wat een frustrerend nummer, dat zo goed had kunnen zijn! Geloof je me niet? Luister de laatste 15 seconden. Kanshebber voor de bruutste fade-out ooit!

Stap 9. The Show
Konden we bij Slogans nog de link leggen naar de briljante voorganger “Spectral Mornings”, bij The Show komen we dan werkelijk aan bij de Nick Magnus-wereld van “Cured”, de plaat na “Defector”. The Show, een werkelijk vreselijk synthesizernummer dat niets met prog te maken heeft, toont alle kenmerken die we bij de volgende plaat 7 van de 8 nummers zullen tegenkomen. Het is wegwerppop van de hoogste orde en een voorbode van de vreselijke muziek de we in de jaren tachtig – niet alleen van Steve Hackett – kunnen verwachten. Met The Show opent Hackett de jaren tachtig. Zijn verraad is compleet. Hij wordt bedankt!

Stap 10. Sentimental Institution
Het ”˜grapje’ van de plaat, waar we eigenlijk graag een tien minuten durend epos hadden gehoopt. Als je de jaren veertig-stijl uit deze compositie filtert, is het nog een slecht nummer ook. Een dubbelspion, met een doel op een gegeven moment naar de andere kant over te lopen, zal altijd vrienden proberen te blijven met de ”˜oude’ partij. “Defector” geeft ons precies dat gevoel. Met drie geweldige nummers is de plaat niet af te schrijven en levert het ons een kwartier nostalgie op. Voor de rest klinkt Hackett als iemand die net doet alsof ie ziek is, maar die zijn genezing al heeft gearrangeerd.

Markwin Meeuws
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies