Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Steve Hackett – Please Don’t Touch!

Hackett, Steve - Please Don't Touch

Toen het voor Steve Hackett duidelijk werd dat zijn creatieve input voor Genesis aan banden gelegd zou worden, achtte hij de tijd rijp om andere horizonten te gaan verkennen. Hoewel hij als solo artiest zowel erkenning als succes gekend had met zijn eerste album “Voyage Of The Acolyte” (1975), kon hij zich als muzikant pas ten volle gaan ontplooien na het hoofdstuk Genesis afgesloten te hebben. Eind 1977, na de succesvolle Wind & Wuthering-tournee, sloeg het aangekondigde vertrek van Hackett in als een bom en liet menige Genesis fan verweesd achter. Amper een jaar later kwam de veelgeprezen gitarist met zijn tweede solo album “Please Don’t Touch” voor de dag en alweer kregen de fans een koude douche over zich heen.

Daar waar “Voyage …” zich nog als een jong in de warme schoot van het Genesis nest had kunnen ontwikkelen, manifesteerde “Please Don’t Touch” zich als een stijlbreuk met het verleden, evenals de eersteling van Peter Gabriel het jaar voordien. Het album werd vooral gekenmerkt door een dualiteit op meerdere fronten, iets wat symfo-puristen niet onmiddellijk konden plaatsen. Het Anglo-Amerikaanse karakter van de plaat, de tweeledigheid tussen pop en symfo en de incorporatie van ”˜zwarte’ muziek in het totaalgeluid waren ”˜not done’ in die tijd en zorgde alleszins voor de nodige commotie in het progwereldje. Maar in essentie was “Please Don’t Touch” het resultaat van het streven naar een zo veelzijdig mogelijk geluid, het willen offreren van een mix van verschillende stijlen zo je wilt. En in dat opzicht blijft het album een referentie.

Het sprankelende, lentefrisse Narnia heeft nog niets van zijn glans verloren en de vocale bijdrage van Steve Walsh blijft ook vandaag nog een streling voor het oor. Dit had eigenlijk de geknipte single moeten wezen, maar het gebakkelei tussen Hackett’s twee platenmaatschappijen (het Amerikaanse Chrysalis prefereerde de versie met zanger John Perry, maar het Europese Charisma zag daar geen graten in) gooide roet in het eten. Uiteindelijk werd voor het akoestische en meer ingetogen How Can I? gekozen, met de fenomenale Richie Havens achter de microfoon.

Eén van de meest bizarre songs die Hackett ooit gecomponeerd heeft, is Carry On Up The Vicarage waarop hij zich als een hongerige uk in een speelgoedwinkel laat gaan en zijn wat eigenzinnige gevoel voor humor de vrije loop laat. Over speeltuig gesproken: het hoesontwerp van zijn Braziliaanse echtgenote Kim Poor zou regisseur Ridley Scott inspireren voor een scène uit diens meest gereputeerde film Blade Runner, maar dit even terzijde.

Racing In A was een geslaagd compromis tussen de oude en de nieuwe Hackett, een in ritmisch opzicht vrij complexe song die helemaal op maat gemaakt leek voor Kansas-drummer Phil Ehart. Het nummer kreeg nog een grandioos stukje klassieke gitaar mee en gleed naadloos over in Kim, een akoestisch intermezzo en uiteraard een kolfje naar de hand van de grootmeester zelve.

Dat hij tevens een neus voor talent had, bewees hij door de introductie van zangeres Randy Crawford op het bevreemdend mooie Hoping Love Will Last, een perfecte cross-over tussen twee totaal verschillende stijlen. De prachtige, soulvolle stem van Crawford en het eclectische gitaarspel van Hackett… een schijnbaar onmogelijke combinatie maar het werkte wel. De fundamenten voor de brug naar de titeltrack werden al voorzichtig aangehaald tijdens het nummer en mits een korte tussenstop in het Land Of A Thousand Autumns geraakte je wel aan de overkant, al kregen hartpatiënten een goede raad mee. God ja, volumeknop helemaal open, een beetje extra bas erbij en je was klaar voor een dolle rit. Die dreigende, bezwerende sfeer, perfect geaccentueerd door de baspedalen van broer John en je wist even niet waar je het had. Zondermeer één van de meest beklijvende Hackett composities en toen al indicatief voor wat later nog komen zou.
The Voice Of Necam
doet mij halverwege wat denken aan How Dare I Be So Beautiful ? (stukje uit Supper’s Ready van Genesis).
Icarus Ascending
had een machtige afsluiter kunnen zijn, maar Hackett flirtte op nogal ongelukkige wijze even met reggae en jazz, waardoor de eenheid van het nummer toch wel verstoord werd. Toch blijft het ook vandaag nog genieten van Richie Havens’ prachtige, doorleefde stem.

De bonustracks werpen alsnog een verrassend licht op de vrij gespannen relatie tussen Chrysalis en Charisma. De zangpartij van John Perry op de Amerikaanse versie van Narnia verdwijnt in het niets naast de vocale krachtpatserij van Steve Walsh en je begrijpt meteen waarom Charisma deze versie niet op single wilde uitbrengen. De tweede, zogenaamde alternatieve versie met Steve Walsh, verschilt nauwelijks van de uiteindelijke lp versie. De live uitvoering van het onlosmakelijke duo Land Of A Thousand Autumns / Please Don’t Touch is wel interessant, hoewel de drummer van dienst (ik vermoed John Shearer) het nummer helemaal de nek omwringt. Hoe dit nummer geklonken zou hebben met Phil Collins achter de drumkit, zullen we allicht nooit weten maar volgens Hackett had Collins het nummer met een stevige shot Weather Report geïnjecteerd.

“Please Don’t Touch” bulkte van ’s mans vakmanschap en zijn drang naar stijldiversiteit, maar was t daardoor net iets te fragmentarisch van samenstelling. Het exploreren van nieuwe terreinen, het werken op twee continentale fronten en met verschillende muzikanten was een leerzame, doch arbeidsintensieve ervaring en noopte Hackett tot het zoeken naar een vaste begeleidingsband. Eén van de zovele kapen die hij moeiteloos zou overwinnen trouwens…

Piet Michem
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies