Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Steve Hackett – Spectral Mornings

Hackett, Steve - Spectral Mornings

De queeste naar een vaste begeleidingsgroep was een topprioriteit voor Hackett geworden, na het moeizaam tot stand gekomen “Please Don’t Touch”. Er diende immers niet enkel een derde plaat ingeblikt te worden; de drang om zijn liedjes voor een levend publiek te berde te brengen, begon langzaamaan een dwangmatig gegeven te worden. En zie, in een handomdraai had Hackett een ris muzikanten om zich heen en het bleken voorwaar niet de meest ronkende namen uit het genre te zijn. De vrieskou voorbij (de opnames vonden plaats in het barre Hilversum) placht hij ze als zijn band te beschouwen, toen nog niet wetende dat hun liedje na amper twee albums uitgezongen zou zijn. Het resultaat van deze beproeving kreeg “Spectral Mornings” als titel mee, een album dat nog steeds door velen (waaronder ondergetekende) als zijn allerbeste beschouwd wordt.

Hackett blaakte van zelfvertrouwen en het aanstekelijke, van enthousiasme overlopende Every Day reflecteerde deze gemoedstoestand van a tot z. Heerlijke symfonische pop met een rockrandje, niet in het minst door de lang uitgesponnen maar erg geïnspireerde gitaarsolo van Hackett zelf. The Virgin And The Gypsy had een heel ander koloriet en blijft tot nader order één van de mooiste akoestische songs die Hackett ooit gecomponeerd heeft. De mix van verschillende instrumenten (waaronder klavecimbel, gitaarsynthesizer, dwarsfluit en Steve’s twaalfsnarige gitaar) en de loepzuivere stem van Pete Hicks verschaften een hemels geluid van klanken, met als hoogtepunt de dubbele fluitpartij van broer John, die het geheel van een subtiel oosters lijntje voorzag.

De term ”˜wereldmuziek’ was toen nog niet echt in zwang, maar Hackett leverde een aanzienlijke bijdrage met The Red Flower Of Tachai Blooms Everywhere, een nummer waarop hij zijn voorliefde voor een Japans snaarinstrument, de Koto, met uiterste accuratesse en souplesse ten gehore bracht. Wat een contrast met het demonische Clocks, dat qua sfeerschepping duidelijke parallellen vertoonde met “Please Don’t Touch” en je dus bij vlagen de daver op het lijf bezorgde. Een ander punt van overeenkomst met z’n voorganger was het voortdurend switchen van stijl, al kwam “Spectral Mornings” als album veel homogener over (een vaste band, weet je wel …). The Ballad Of The Decomposing Man was een geinig dronkemansliedje, overgoten met een flinke scheut rum en te dronken om er nog een samba uit te puren. Misschien een knipoog naar echtgenote Kim, die overigens een heel nieuw procédé ontwikkeld had voor het hoesontwerp (vage contouren, kleuren die in elkaar leken te vloeien).

Lost Time In Cordoba was Hackett’s eerste geslaagde vingeroefening in het klassieke genre en aldus een voorbode van later werk. Een in eerste aanleg dromerige, eenvoudige instrumental (dwarsfluit en klassieke gitaar) met een armada aan arpeggio’s als opulent toemaatje. Het werken met contrasten was ongetwijfeld één van Hackett’s meest uitgesproken stijlkenmerken en dat was op Tigermoth niet anders: een furieus begin (hels gitaarvuur als een kogelregen uitbrakende Spitfire), een troostend tussengedeelte (de gevallen luchthelden vinden elkaar in het hiernamaals) en een heerlijk, van hoop overlopend akoestisch slotakkoord. Van de hel naar de hemel in pakweg zeven minuten: een fluitje van een cent voor de grootmeester, die schijnbaar spelenderwijze met uitersten om kon gaan. En ach, waarom niet in hogere sferen blijven, moet hij gedacht hebben en gelijk plakte hij er nog een goddelijke ingeving tegenaan, het adembenemend mooie titelnummer dat nog steeds als een warme gloed door je aders heen stroomt.

De bonustracks voegen weinig toe aan de originele uitvoeringen en dat is jammer. Hier en daar een kleine aanpassing qua instrumentarium of tijdsduur van het nummer maar meer ook niet. Bovendien zijn er enkele irritante slordigheden waar te nemen, die storend overkomen. De tijdsaanduiding stemt niet overeen met de werkelijke tijdsduur van de nummers, er is bijzonder onzorgvuldig geknipt en geplakt (een stukje Tigermoth werd aan The Ballad… toegevoegd, de live uitvoering van Tigermoth werd abrupt afgebroken) en dat is toch wel bijzonder vreemd. De enige pluspunten zijn de akoestische medley en de zinderende, maar ongelukkig ingekorte live uitvoering van Tigermoth.

“Spectral Mornings” was het zoveelste bewijs van Hackett’s meesterschap als gitarist en leverde tevens de bevestiging van zijn onmiskenbare talenten als componist en arrangeur. Creativiteit, diversiteit en tonnen muzikaliteit vormen nog steeds de hoofdingrediënten van dit meesterlijke album, dat nog steeds als een frisse wind over de troebele progwateren blijft waren.

Piet Michem
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies