Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Sunchild – The Invisible Line

Sunchild ”“ The Invisible Line

Begin 2008 verblijdde Sunchild mij met het dubbelalbum “The Gnomon“. Nog geen jaar later ligt daar al de opvolger “The Invisible Line”.

Het door groepsleider Antony Kalugin gehanteerde recept is niet veel veranderd, de gebruikte ingrediënten wel. Ook nu is weer alle muziek ontsproten uit het brein van deze jongeman uit de Oekraïne, die zelf ook zingt en alle toetsen voor zijn rekening neemt. Dit keer heeft Kalugin een ander blik met landgenoten opengedraaid dat ook nu weer een keur aan instrumenten bespeelt.

Evenals op “The Gnomon” is “The Invisible Line” een album met een centraal thema. Rode draad is deze de denkbeeldige grens die de mens trekt tussen goed en kwaad en mooi en lelijk. En het is dezelfde mens die bepaalt of en wanneer hij over die grens heen gaat. “Het is een grens die voor iedereen ergens anders ligt. Of jij dat nu bent of ik”, zegt Kalugin daar zelf over.

Muzikaal heeft hij zich laten beïnvloeden door Pink Floyd, Yes, The Flower Kings en Kayak. Het zijn ook deze groepen die je in de muziek van Sunchild terug kan horen.

Postcards From The Past vertelt het hele verhaal van dit album in een notendop. The Invisible Line Part 1 is een stuwend en gedreven stuk muziek waarin soms volle en zware toetsen de hoofdrol vervullen. Fraaie solo’s op hobo worden weer afgewisseld met stevige gitaarriffs van Bogdan Gembik en de toetsenriedels van Kalugin zelf. Hoorbaar wordt toegewerkt naar een climax en die komt ook kan ik je garanderen.

Het instrumentale Amalgama roept vervlogen tijden op van The Flower Kings met het album “Retropolis” (niet ontoevallig het eerste progalbum dat Kalugin aanschafte). Een stuk rustiger is A Moment In Time met invloeden van The Tangent, inclusief de aan Andy Tillison denkende zang. Centraal in dit nummer staat een bijzondere solo op flügelhorn van Dmitriy Bondarev.

Kenmerkend voor Kalugin’s eigenzinnige benadering van progressieve rock is de intro van het mooie The Time And The Tide. We horen hier de bandura, een folkloristisch Oekraïens snaarinstrument. Het aanzwellende nummer klinkt letterlijk als een ontluikende zomerdag compleet met het kraaien van een haan. Sluit je ogen en laat je meevoeren op deze wonderschone muziek die na dik tien minuten eindigt met een zwaar ingezet blaasensemble van trompet, hobo en saxofoon.

Denk je dat Neal Morse de onbetwiste koning van de intro’s is, luister dan eens naar die van Line In The Sand. Het gitaarspel heeft hier veel weg van ons eigen Kayak. Maar nu is het niet de zang van Kalugin, maar de Clannad-achtige zang van Olya Kaganyuk die een geheel andere tint aan de muziek geeft. Brede instrumentale passages komen voorbij met kippenvel trekkende gitaarsolo’s van Gembik en een lang uitgesponnen toetsensolo van Kalugin zelf. Uiteraard ontbreekt ook hier de saxofoon niet die een aan sommige gedeelten een jazzy tintje geeft.

Haast symmetrisch sluit het album af met Postcards From The Past Part 2 en The Invisible Line Part 2. Vooral de laatste is een waardige afsluiter van dit album met zijn happy-end melodie.

Kan je geen genoeg krijgen van deze wereldse progmuziek dan is nog een speciale uitgave verkrijgbaar met een bonus cd. Daar staan wat alternatieve versies en wat demo’s op, evenals een half uur durende door Kalugin zelf gefilmde homevideo van The Making Of The Invisible Line. “The Invisible Line” is een geweldige opvolger van “The Gnomon” en is het waard om door iedere liefhebber van progressieve rock beluisterd te worden.

Hans Ravensbergen

Progwereld | Recensies