Maak 2x kans op twee vrijkaarten voor het optreden van Cirrha Niva op 1 september in Willem Twee te 's Hertogenbosch.
Klik hier voor deelname.

The Anagram Principle – Inventor

The Anagram Principle - Inventor

The Anagram Principle is de naam waarachter Tedd Arnold en Bob Neft schuilgaan. Deze heren uit Pittsburgh kennen elkaar uit de band Radian, in de jaren ‘80 kennelijk een invloedrijke band uit die regio. Wie de moeite neemt de website van The Anagram Principle te bezoeken ziet twee aimabele heren van eind 50, begin 60.

In de jaren ‘80 bracht Eddie Jobson een soloplaat uit, “The Green Album”, een album dat door zijn grote nadruk op ”“ voor die tijd ”“ state of the art synthesizers, elektrische viool en de krakende zang van Jobson, een nogal kille klank had. Geweldige liedjes, maar je kreeg het er niet warm van.

Die ervaring heb ik nu weer, met de heren Arnold en Neft.  Een overvloed aan crispy synthesizers, (vooral) digitale bassen en slagwerk uit een doosje, het zijn digitale dromen uit de jaren ‘80 die de mannen op cd hebben gezet. Die technische aanpak ligt op zich voor de hand, “Inventor” gaat over uitvinders, van Nikola Tesla tot en met Ptolemy, maar het klinkt ook een beetje gedateerd allemaal. Daarbij wordt The Anagram Principle geteisterd door twee handicaps.

In de eerste plaats is Tedd Arnold helaas geen bijzonder goede zanger. Hij lijkt een bereik te hebben van ongeveer een kwint, zingt bijna voortdurend achter de tel en gaat, waarschijnlijk doelbewust, verborgen achter een galm en eq-afstelling die zijn stem wat automatronisch doen klinken. (oké, dat is geen woord, maar je snapt wel wat ik bedoel). Daarbij heeft hij een geit in zijn keel waar Feargall Sharkey nog een puntje aan kan zuigen. Probeer dit niet te visualiseren! Bij tijd en wijle doet de zang me denken aan “An Electric Storm”, het legendarische album van White Noise uit 1969. Zo psychedelisch is het volgens mij dit keer echter niet bedoeld.

In de tweede plaats zijn dit geen briljante composities. Het zijn vooral redelijk simpele liedjes die het midden zoeken tussen een synthesizerband uit de (alweer) jaren ‘80 als Alphaville en de samenwerking tussen Vangelis en Jon Anderson.

Muzikaal gezien is het allemaal verder wel in orde, het zijn mooie synthesizerklanken, er wordt knap gespeeld, het is jammer dat al die inzet niet in betere liedjes is gestoken. Nu, met een zanger die geen enkele emotie weet over te dragen, een drummer uit een computer en een tiental composities die niet erg tot de verbeelding spreken, kan ik deze plaat niet van harte aanbevelen. Jammer, het lijken me zulke aardige mannen”¦

Erik Groeneweg

Progwereld | Recensies