Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

The Flower Kings – Adam & Eve

The Flower Kings - Adam & Eve

Het is haast onmogelijk de nieuwe Flower Kings niet af te zetten tegenover de rest van hun inmiddels enorme oeuvre. Wat dan aan deze nieuwe cd opvalt is vooral het enorme spelplezier en de geestdrift die het werkje uitstraalt. Hasse Fröberg zingt nog steeds veel en Daniel Gildenlöw (Pain Of Salvation) is nu officieel ingelijfd en heeft een veel meer geïntegreerde rol gekregen. Roine Stolt deelt graag zijn rol, en zingt derhalve een stuk minder. Dat vind ik jammer, want zijn stembereik mag dan minder zijn dan van de beide andere heren, hij heeft een timbre en warmte in zijn stem die ik bij hen mis. Maar de beschikbaarheid van nu maar liefst drie zangers is een ongekende luxe voor de muziek van de Flower Kings en Stolt weet dankbaar de juiste zanger voor de juiste passage uit te kiezen. En het klinkt gezelliger ook.

“Adam & Eve” is een plaat zonder een zwak nummer. Dat is voor het eerst. Eerdere cd’s hadden altijd wel een aantal tracks dat nutteloos was, of zelfs ronduit matig. Het is ook een zeer ‘zomers’ plaatje, dat terecht in deze periode wordt uitgebracht. Na de regenachtige, winterse “The Rainmaker” (2001) en de herfstachtige, stormachtige “Unfold The Future”, (2002) komt “Adam & Eve” als een welkome zonnestraal in deze koele zomer ons tegemoet. Een groot verschil met “Unfold The Future“, behalve het feit dat de nieuwe geen dubbelaar is, is het ontbreken van de jazzy escapades. Deze nieuwe cd komt daarom over als een beter gestructureerd en compacter werk, hetgeen wellicht niet voor iedereen een aanbeveling is.

The Blade Of Cain is misschien wel de mooiste afsluiter van welke Flower Kings-cd dan ook. Het nummer is voornamelijk instrumentaal en kent aan het einde een prachtige reprise van het Love Supreme-thema. Dat Love Supreme, het bijna twintig minuten durende openingsnummer, is een briljant nummer dat zich voornamelijk ontvouwt over één thema, voorbeeldig uitgewerkt. Het begint langzaam met typische Bodin-klankjes, aarzelende percussie, de zang van Fröberg en Pink Floyd-trekjes. Het inzetten van de Mellotron (later ook veel Hammond) en de heerlijke gitaarklanken van Stolt doen je al gelijk weer thuis voelen. Wat een begin! Wat een opbouw! Rond de acht minuten is er een tempowisseling, waarin achtereenvolgens akoestische gitaar, de bas van Reingold en het toetsenarsenaal van Bodin de aandacht opeisen. Het ‘it shines even brighter’-thema wordt al snel weer opgepikt, waarna de roffels van Csorsz een gedeelte inluiden dat we wel kennen: het langzame gedeelte, maar niet zo langzaam als bijvoorbeeld aan het einde van I Am The Sun Part One op “Space Revolver” (2000). Het stuk wordt drukker en kent een perfecte declamatieachtig stuk waarmee het prachtige werk tot een afsluiting komt. En voor ‘afsluiten’ nemen de Flower Kings zoals normaal de tijd.

Cosmic Circus en Starlight Man bewijzen dat de Flower Kings zich ook prima redden rond de 3 minutengrens. Beide nummers zouden zeer geschikt zijn als single, ware het niet dat er vandaag de dag nog nauwelijks een markt daarvoor is. Lekkere popsongs, beide, overgoten met een stevige symfonische saus. De roffelende drums in Cosmic Circus maken weer indruk, terwijl het drumwerk van Csorsz en het basspel van Reingold in het instrumentale Babylon, waar Cosmic Circus naadloos in overloopt, werkelijk fenomenaal is te noemen. De belletjes aan het einde bereiden ons al voor op iets donkerders…

A Vampires View is misschien wel de revelatie van de cd. Het door Daniel Gildenlöw gezongen en doorleefde nummer doet vermoeden dat hij zich ten tijde van het zingen van dit nummer als vampier moet hebben geschminkt. Een prachtig nummer, spookachtig en geheimzinnig. Je waant je in een donker kasteel en het weer is compleet omgeslagen. De pianoklanken van Bodin zijn eenvoudig en effectief, en ook het afsluitende ‘interlude’ Days Gone By van zijn hand is perfect gepositioneerd. Het daarop volgende titelnummer is vrij stevig, maar kent een langzaam gedeelte en daarna een Gildenlöw-gezongen stuk, welke het nummer naar een hoger niveau tilt.

Timelines is een Stolt / Reingold compositie welke voortvarend, onder veel percussiegeweld – het bekende fluitje van Bruinisson duikt ook weer op – van start gaat. Gezien Reingolds aandeel wekt het geen verbazing dat het nummer een jazzy gevoel heeft meegekregen. En zowel hij als maatje Csorsz krijgen alle gelegenheid zich uit te leven. Feitelijk is het liedje een opmaat naar de volgende ‘epic’.

De lange nummers zijn niet altijd de beste nummers bij de Flower Kings. Maar het moet gezegd worden dat ook Drivers Seat toegevoegd kan worden aan de lange lijst van klassiekers van deze band. Het is een op en top symfonisch nummer, alleen dat begin al, waarin een zalig thema onder een listig basloopje een aantal keer wordt herhaald. In tegenstelling tot Love Supreme, dat in zijn eenvoud rondom een enkel thema was opgebouwd, kent Drivers Seat een groter aantal thema’s en melodieën. Er wordt in dit nummer ook wat ‘losser’ en ‘vrijer’ gespeeld. Het is wat onrustiger, Csorsz heeft het druk. Anders gezegd: waar Love Supreme het ‘Eve’-nummer is, is Drivers Seat zeker het ‘Adam’-nummer. Het ’stille’ gedeelte rond de 11 minuten is een even welkome als indrukwekkende vondst. Daarna legt Stolt de basis voor wederom een sterk nieuw thema en laat Fröberg zijn meest indrukwekkende zanggedeelte horen. Het werkelijke refrein laat zich pas voor het eerst horen aan het einde van het nummer, waarna het beginthema het stuk ook weer afsluit. En ”˜afsluiten’, daar nemen ze…. juist, de tijd voor.

Ik vind het razend knap te zien dat de Flower Kings zich blijven ontwikkelen per plaat. Feitelijk is hier een heel andere groep bezig dan – zeg – ten tijde van “Retropolis” (1996). De Zweden mogen dan vaak beschuldigd worden van zelfplagiaat, hierbij geef ik acte van werkelijke progressie. De progressie van het blijven maken van prachtige muziek.

Markwin Meeuws
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies