Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Timelock- Buildings

buildings_cover_300.jpg 

Timelock doet het nog steeds. Deze uit Den Haag afkomstige formatie rondom zanger Ruud Stoker, toetsenist Julian Driessen en bassist Bert de Bruijne maakt al bijna twee decennia lang furore met een aanstekelijke vorm van neo-progressieve rock. In de jaren 90 bracht het legendarische SI-label de eerste twee albums van de band uit, “Louise Brooks”in 1992 en “The Dawn”in 1994.Het succes lonkte. Echter met het crashen van SI zette voor Timelock een oorverdovende stilte in die acht jaar zou duren. In 2002 verscheen met een nieuwe drummer en gitarist het album “Circle Of Deception“. Er ontstond een nieuw elan maar daarna leek het toch gedaan voor de band. Geheel onverwacht is daar dan toch in 2008 weer een nieuwe cd. ” Buildings” heet de plaat en ik ga als een ware makelaar dat werkje eens flink onder de loep nemen.
Voor dit vierde album dat ik beslist niet wil beschouwen als een achteraankomertje of anders gezegd als een aanleunwoninkje zijn de posities van drummer en gitarist wederom door andere muzikanten ingenomen. Achter het drumstel zit Mike Boekhout. Hij speelde al een keer eerder bij de band. De gitaar hangt om de schouders van Ronald Demilt. Vooral het sprankelende gitaarspel van deze Demilt heeft “Buildings” een lichtvoetigheid gegeven die de band prachtig staat. Er hangt een soort ingetogenheid over het album die op hun eerdere cd’s nog niet zo te vinden is en daarom maakt “Buildings”de Timelock-cirkel behoorlijk rond. Dat Timelock met het verstrijken der jaren nogal heeft ingeboet aan uitbundigheid is dan ook absoluut geen probleem. Elk album is goed voor wat het is.

Toch heeft “Buildings” genoeg typerende Timelock kenmerken. Zo klinkt de hoge, vaak aandoenlijke zang van Stoker emotioneel als altijd en weet deze weer heerlijk te baden in meerstemmigheid. Stoker bewerkstelligt op dit album een gevoel dat het midden houdt tussen nostalgie, melancholie en lef. De toetsenpartijen van Driessen krijgen meer dan ooit de ruimte. Ze vormen het ideale bindmiddel met hun vaak sfeervolle bedoelingen. Driessen is de perfecte binnenhuisarchitect, lekkere thema’s, lekkere solo’s. Ook baant de brommende bas van de Bruijne zich weer zeer melodieus door de muziek heen. Hij speelt de kalk weliswaar niet van de muren – comfortabel is het wel.

Timelock heeft het in zich om zonder spectaculair te doen boeiend te blijven. “Buildings” telt negen nummers. Acht daarvan zijn van eigen makelij en het negende is een cover van het For Absent Friends nummer We Can Not. De uitvoering daarvan is weliswaar uitstekend, toch sla ik de eigen creaties hoger aan waardoor dit slot van het album eigenlijk nogal misplaatst is. Het geeft een rare wending aan de fijne flow van het album. Je zou het kunnen zien als een soort van bonustrack maar dat is het niet.

Al met het eerste nummer, Species of One zit je direct in de juiste stemming. Deze mid-tempo opener is met z’n lyrische melodietjes een goede binnenkomer waarbij nieuwkomers Boekhout en Demilt danig opvallen. Het nummer krijgt een fijn vervolg met ontwapenend materiaal dat hoofdzakelijk te omschrijven is als ballads met mid-tempo passages. De machtig mooie intensiteit doet me trouwens erg denken aan de Maltese band Different Light. In Waiting For The Punchline gaat het tempo wat omhoog en valt er even ouderwets te genieten van orgelklanken. Ben Mundo is een kort instrumentaal nummer dat met z’n gedragen karakter goed past bij het rustige begin van de plaat. Moonchild, het laatste van de eigen nummers, gaat ook ingetogen van start, echter het ontaardt in een levendig stuk met expressie in de zang, ontketendheid in de toetsen en felheid in de drums. Feitelijk is dit nog niet het eind van het album, gevoelsmatig wel.

Al met al is dit een schijfje met marktwaarde. Het rustige karakter geeft een meerwaarde aan het oeuvre van de band die je niet mag missen. Het album duurt weliswaar vrij kort, maar dat is juist de kracht. Wel gaat het me wat ver om dit album on(t)roerend goed te noemen.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies