Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Unitopia – The Garden

Unitopia ”“ The Garden

In 2005 verschijnt in eigen beheer “More Than A Dream” de debuut- cd van het  Australische  Unitopia. Twee jaar later brengt Unicorn Digital dat album wereldwijd opnieuw uit. Wie deze plaat gemist heeft kan nu met de aanschaf van Unitopia’s  tweede album, “The Garden” de schade dubbel en dwars inhalen.

De hier te bespreken nieuweling  is namelijk een dubbelaar. Nee, niet zo’n buitenproportioneel zwaargewicht zoals je dat soms ziet. ” The Garden” is een tamelijk beknopt geheel van respectievelijk 49 en 51 minuten. Is het motto van het debuut nog ”˜verbeter de wereld’, op deze opvolger geldt meer het devies ”˜begin bij jezelf’. Dit werkstuk van veertien fonkelnieuwe nummers klinkt buitengewoon ambitieus. Wel is de productie van toetsenist Sean Timms nogal droog te noemen en daardoor klinkt het allemaal vrij direct op “The Garden”, maar echt kritiek is dit niet, hooguit een constatering. Het is net of de bandleden pal naast je staan om hun ding te doen. Daardoor klinkt de muziek in al zijn progdanigheid vrij persoonlijk met als gevolg dat de charme zo ongenaakbaar is dat je nergens echt  negatief over wilt zijn. Het is ook niet echt nodig harde noten te kraken, alhoewel zanger Mark Trueack met z’n Fish-achtige stem niet bij een ieder aan zal slaan, vooral niet als hij gaat nijpen. De muzikanten tonen hun vaardigheden in fraai samenspel waarin van alles gebeurt. Als het niet de metalachtige riffs of de passages wereldmuziek zijn die de variatie binnen het materiaal gestalte geven, dan zijn het wel de neo-proggy toetsenriedels, de fruitige fragmenten jazz en de klassieke inkleuringen die daarvoor zorgen. Het is opmerkelijk dat alles zo lekker loopt temeer daar sommige overgangen kei-abrupt zijn. Unitopia verliest zichzelf ook nergens in geneuzel en het feit dat men steeds terug weet te vallen op een  goed liedje met een pakkende melodie, schept vertrouwen.

Het album gaat op intrigerende wijze van start met One Day. Dit korte nummer bevat slechts zang en piano met een dun laagje orkestrale toetsen op de achtergrond. Deze pas de deux van Mark Trueack en Sean Timms zet je als luisteraar schrap voor de rest van de nummers, zeker omdat een rock-insteek er nog afwezig is. Het is goed gedaan en na dit opgebouwde verlangen komen de percussieve klanken uit de intro van het 22 minuten durende titelnummer op je af.

Lange nummers, flinke epics, dat zijn de vehikels waarin Trueack en Timms hun ideeën verpakt hebben. De composities vormen met hun breedvoerigheid de ideale speelruimte voor een forse band als Unitopia. In het in vijf subtitels opgesplitste titelnummer blijkt hoe helder en luchtig de partijen desalniettemin zijn. Unitopia is beslist niet voor de volgepropte worst gegaan. De orgelklanken in The Garden of Unearthly Delights ronken lekker, het slagje in Underground sprankelt, de fenomenale bas van Shireen Khemlani zoeft alom, de piano tintelt en de sax is sierlijk. In The Way Back Home komt de band met een dynamisch stuk donkerte dat ze richting Genesis sjort.

Met het poppy Angeliqua krijgt het caleidoscopische karakter van het album na het titelnummer een prima voortzetting. Dit nummer weet soepel te variëren met onder andere declamerende vrouwenzang en raggende saxriedels, terwijl sommige passages behoorlijk heftig zijn. De afsluitende gitaarsolo demonstreert trouwens hoe goed de band omgaat met spanning en ontspanning. Dit nummer wil je horen.

Het daarop volgende materiaal op de eerste schijf is beduidend minder complex van aard, maar redelijk is het wel. De nummers geven hun meerwaarde aan het album. Here I Am is een zwoele aangelegenheid, I wish I Could Fly bevat mooie fluit met akoestische gitaar en de rock van Inside The Power is door de geweldige brassgeluiden bijzonder boeiend. Unitopia schiet met deze nummers toch een beetje lager maar de tweede schijf maakt dat, zeker compositorisch, weer helemaal goed.

Het epische Journey’s Friend is een lekker stuk met zeer Clive Nolan-achtige toetsenloopjes. Het niveau waar het album mee aanvangt lijkt terug. Wel is zanger Mark Trueack  hier jammer genoeg niet op z’n best. Halverwege verschuilt hij zich wat te veel achter een typetje en daardoor   ontstaat er een beetje een kloof tussen zang en muziek. De bijtende vocalen in When I’m Down zijn zelfs tenenkrommend, maar ook het liedje is vrij matig behalve dan de overrijpe toetsensolo. Het broeierige Give And Take daarentegen is een beauty. Dat de samenzang er in de refreinen zo gaaf is moet worden genoemd. Echt verbazingwekkend is dat niet, want op het hele album is de samenzang al goed. Een ander fraai nummer is Don ‘t Give Up Love. Nou ja, fraai? Eigenlijk is het fantastisch en enorm kippenvelopwekkend. Een nummer met een harmonie zoals je die nog niet bent tegengekomen op “The Garden”.

Met tevredenheid valt er te luisteren naar het afsluitende 321. Tijdens deze mainsteam rocker kan de balans worden opgemaakt. “The Garden” is een uitstekend product waarin honderd minuten heel wat leuks voorbij komt. Een jubelrecensie ten aanzien van dit album zou niet terecht zijn, maar de nodige positieve woorden hebben de aussies wel verdiend.

Dick van der Heijde
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies