Momenteel hebben we drie prijsvragen lopen voor een DVD van Steven Wilson, tickets voor Kayak en/of Soup.
Klik hier voor onze speciale wedstrijdpagina.

Waterclime – Imaginative

waterclime-imaginative.jpg

Doe je ogen dicht en probeer je voor de geest te halen hoe Awaken van Yes ook al weer klinkt. Als dat je niet lukt (foei), zet je “Going For The One” nog maar even op. Die waanzinnige drukte van dat orgel, die gitaar die met een heel ander liedje bezig lijkt te zijn, die drukke baspartijen, dat woeste gedrum en dan nog die penetrante zang. Hebbie-um?

Probeer je nu eens voor te stellen hoe dat zou klinken als Awaken niet zo’n goed stuk was geweest, of de heren van Yes mindere muzikanten. Stel je voor dat Jon Anderson die hoge partijen eigenlijk niet gehaald zou hebben, of dat Rick Wakeman niet alleen dat vermaledijde kerkorgel maar ook nog een Minimoog én een Mellotron tegelijk zou hebben bespeeld. Neem maar even de tijd, ik weet dat het een heleboel informatie ineens is.

Zijn we er weer? Is niet zo fijn hè? Doet een beetje zeer aan de oortjes toch? Zo zie je maar weer eens hoe interactief dat internet is, want precies zó klinkt “Imaginative”, de tweede cd van Waterclime. Druk, druk, druk. Negen nummers die bol staan van de partijtjes muziek die – zo lijkt het vaak – wat lukraak bij elkaar gemieterd zijn. Begeleid door een overspannen jazz-drummer speelt de geheimzinnige Mr V (oh, grow up!) per liedje wel vijf toetsenpartijen, een basgitaar en een slaggitaar tegelijk. Daaroverheen zingt hij in een even charmant als onverstaanbaar accent een bonte hoeveelheid moeilijke Engelse woorden (Temporary eclips, multicoloured flashes, broadcasting lucency) waarvan ik me afvraag of hij ze zelf helemaal kan volgen. Ook daarin doet Waterclime me aan Yes denken. Daar had ook niemand een idee waar de teksten over gingen.

Ik kan een hoop hebben hoor. Ik zit zelf ook in een druk bandje en “Thrak!” (King Crimson) is één van mijn lievelingsplaten. Het probleem zit hem dan ook in de combinatie van al dat gedoe met – uiteindelijk – wat zeurderige liedjes. Daarbij bewijst Mr V zichzelf geen dienst door alles zelf te zingen. Hij heeft net zo’n neusklank als Roine Stolt, maar hij zingt daarbij voortdurend partijen die bijna of ruimschoots buiten zijn bereik liggen. Dat luistert vervelend.

Soms, zoals in The Angel And The Fireball, zijn er hele instrumentale stukken die prettig in het gehoor liggen. Meestal is het echter een onvoorstelbaar potje, zijn de nummers finaal aan gort gearrangeerd. Daarbij is de keuze van de synthesizergeluidjes ook een probleem. Als je een ingewikkelde passage met veel nootjes speelt met een geluid dat ook een pingeltje doet als je de toets loslaat, kun je erop rekenen dat het rommelig wordt. Sterker nog: je kunt het zo horen. Desondanks laat Mr V dat allemaal gebeuren. Als de mannen van Rush met hun negenen waren geweest (en niet half zo goed) had het waarschijnlijk ongeveer zo geklonken. Too much of a niet zo good thing!

Mr V moet leren dat in de beperking de meester schuilt en dat “meer” helemaal niet per definitie “beter” is. Teveel ijver en te weinig kwaliteit. Laat hij zich voor een volgende plaat concentreren op een paar sterke composities en laat hij op zoek gaan naar een producer én een zanger. En bedenk in hemelsnaam een andere artiestennaam!

Oh ja, doe je ogen maar weer open.

Erik Groeneweg

Progwereld | Recensies