Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Yes – Heaven and Earth

Yes – Heaven and Earth

Het is amusant ”“ nu wij bij Progwereld wat laat bij dit feestje aankomen ”“ te zien wat collega-recensenten allemaal beweren over “Heaven & Earth”, de eerste plaat van Yes met zanger Jon Davison. De kritieken zijn niet mals. Het doorgaans altijd positieve Britse glossy PROG maakt er zelfs een grapje van: when they forcast perpetual change four decades ago, this band weren’t kidding’. DPRP haalde een stuk of zes recencenten ten tonele, en geen van hen oordeelde boven de 6 (van 10). Rate Your Music en Progarchives, waar bezoekers een plaat kunnen beoordelen met een cijfer, komen beiden met cijfers lager dan “Open Your Eyes”, “Big Generator” en “Tormato”.

“Heaven & Earth” is dus slecht ontvangen. De weinig positieve reacties die er te lezen vallen is dat men na ”˜enkele luisterbeurten’ er ”˜best plezier’ uithaalt. Dat de plaat wel lekker wegdraait. Dat het allemaal best aangenaam klinkt.

Toch is het frustrerend. Als je alleen al dit jaar twee werkelijk fantastische platen wil beluisteren die zich laten inspireren door Yes, dan zijn dat het debuut van Perfect Beings en de tweede plaat van Druckfarben. Beide platen zijn gemakkelijk tien keer zo goed als het debakel dat “Heaven & Earth” (toegegeven) ook is. Want de plaat is niet alleen heel, heel slecht, het is ook een belediging voor de toewijding en trouw van de Yes-fan, waar ik mezelf er één van beschouw. “Heaven & Earth” toont mij dat Chris Squire, Steve Howe, Alan White, Geoff Downes en nieuwkomer Jon Davison geen enkel respect tonen voor de plaats in de historie die Yes inneemt.

Het voornaamste euvel van “Heaven & Earth” is dat uit alles blijkt dat de band er eigenlijk helemaal geen zin in had. De plaat ademt luiheid en gemakzucht. De productie klinkt goedkoop en dunnetjes, en hoewel producer Roy Thomas Baker best een grote naam is, en ook Billy Sherwood zijn mannetje staat als het aankomt  op de mix, hebben ze beiden tijdens hun werkzaamheden liggen slapen, of erger, bedwelmende middelen genomen. Wie weet zijn er wel drugs in het spel, wie zal het zeggen? Het blijkt echter dat waar bedwelmende middelen bij twintigers kan leiden tot meesterwerken, het bij zestigers leidt tot meelijwekkende resultaten.

De luiheid van de plaat tekent zich al op in de songschrijvers-credits. Nieuwkomer Jon Davison schrijft mee op zeven van de acht tracks, en Light Of The Ages is zelfs geheel van zijn hand. Dat vind ik te veel eer voor een nieuweling die zich nog moet bewijzen, maar bovendien rest de vraag: kunnen de anderen niet meer componeren? Hadden ze er geen zin meer in? Kon Steve Howe werkelijk met niets anders komen dan het slappe It Was All We Knew?

De acht liedjes onderscheiden zich in de categorieën matig, slecht en zeer slecht. De matige tracks zijn degene waar je nog iets van de magie van Yes kan ontdekken, zij het moeizaam, en die bewijzen dat het met een volgende plaat heel misschien wel goed komt. Dat geldt met name voor de afsluiter Subway Walls, waarvan het vrij symfonische middengedeelte zelfs wel ”˜goed’ te noemen is.

Ronduit stuitend zijn de zogenaamd vrolijke liedjes als het reeds genoemde It Was All We Knew, In A World Of Our Own en het als een seniel kinderliedje klinkende Step Beyond. In de schrijverswereld is het de gewoonte om vrienden en fans bij de ontwikkeling van een boek te laten meelezen, en ook in de filmwereld kent men voorstellingen die men vantevoren toont, zodat er nog wat gered kan worden. Waarom gebeurt dat zelden tot nooit in de muziek?

Door deze zeer slechte liedjes lijken de opener Believe Again en The Game wel mee te vallen. Toch is het schijn dat bedriegt. In Believe Again sowieso een liedje met een ongeïnspireerd, slap refrein en matige zang van Jon Davison ”“ durft Geoff Downes het aan om bijna slaperig een Mini-Moog-solo te spelen die heel, heel ver doet denken aan Wakeman’s solo in The Revealing Science Of God. Dat voelt bij mij als puur treiteren. En in The Game, in essentie een best aardig liedje, soleert Steve Howe aan het einde zonder enige inspiratie één van zijn slechtste solo’s ooit. Dat hij het wel kan, bewijst hij in Light Of The Ages, waarvan de laatste twee minuten op de niveau staan van het middengedeelte van Subway Walls.

De tijd zal leren of deze plaat zal worden gezien als een eindstation of een tussenstation. Ik hoop werkelijk het laatste. De laatste twee minuten van Light Of The Ages en het grootste gedeelte van Subway Walls laten horen dat in deze bezetting wel potentie zit. En daar nieuwkomer Jon Davison toch al zoveel in de melk te brokkelen heeft, tip ik zijn Glass Hammer-collega’s Steve Babb en Fred Schendel voor de productie van deze toekomstige plaat. Sterker nog, ik ga daar campagne voor voeren. Want ik beschouw mijzelf als te veel een Yes-fan om te accepteren dat “Heaven & Earth” het laatste woord is.

Brave The Battle That’s Before You.

Markwin Meeuws

Koop bij bol.com


Progwereld | Recensies