Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Yes – Fragile

Yes - Fragile

Jon Anderson, Bill Bruford, Steve Howe, Chris Squire, Rick Wakeman… Wat hebben deze vijf namen met elkaar gemeen…? Al deze muzikanten komen telkens weer naar voren in de antwoorden op de vraag ”˜wat is de samenstelling van de ideale progband aller tijden?’. Los daarvan vormden deze vijf heren ook nog eens de absoluut klassieke samenstelling van de legendarische progband Yes. Met deze line-up werden “Close To The Edge” en “Fragile” opgenomen. Daar waar “Close To The Edge” als ”˜klassiek’ Yes-album beschouwd kan worden in zoverre dat de plaat ”˜maar liefst’ drie nummers kent, is “Fragile” enigszins de vreemde eend in de bijt, daar het een album betreft dat niet minder dan negen nummers bevat.

Voordat de leek nu denkt dat “Fragile” niets meer is dan een popplaat, zal ik verklappen dat het album feitelijk maar vier volwaardige nummers bevat. Daarnaast, namelijk, staat er een vijftal persoonlijke stukjes op het album, dat wil zeggen, nummers die elk een idee van een individueel bandlid uitwerken. Zo is Cans And Brahms een adaptatie van een klassiek stuk, gespeeld door Rick Wakeman op een scala aan toetseninstrumenten. We Have Heaven is een stukje van en door zanger Jon Anderson. Five Per Cent For Nothing is de inbreng van drummer Bill Bruford, terwijl bassist Chris Squire The Fish heeft bijgedragen. Het laatste persoonlijke stukje is, uiteraard, van Steve Howe, die een alleraardigst stukje akoestische gitaar aflevert met Mood For A Day, dat het meest interessante onderdeel van het initiatief is. Wat mij echter een raadsel is, is waarom de band in vredesnaam tien minuten van het album moet opvullen met dergelijke nonsensnummers. Een band als Yes kan tien minuten van dergelijke flauwekul toch makkelijk in een willekeurig nummer integreren? Dat zou de coherentie van het album zeker ten goede zijn gekomen…

Na te hebben afgerekend met deze plofplasticnummers kunnen we verder met het échte album. Van de overige vier groepsnummers valt echter nog een nummer vrijwel ogenblikkelijk af. Long Distance Runaround, dat met een lengte van drie minuten en drieëndertig seconden ongeveer een derde is van de lengte van het kortste nummer van “Close To The Edge”, is een kort, niet onaangenaam nummer dat vooral zo kort is omdat de nadruk op de zang ligt; de band verzandt niet in oneindige instrumentale escapades. Het heeft desondanks wel een aangenaam jazzy gevoel en een interessante dynamische structuur. Dit nummer is echter het op één na laatste echte nummer, het album begint met een van de bekendste nummers van de band: Roundabout. Hoewel ik zelf een beetje murw ben geworden van dit nummer, mede dankzij een non-descripte dj die tijdens zijn wekelijkse symfo-uurtje op de vaderlandse radio een tijd lang nogal de neiging gehad heeft om de akoestische versie van het nummer minimaal één keer per uitzending te draaien, moet ik toch elke keer dat ik het hoor onderkennen dat Yes zonder meer een band van uitzonderlijke kwaliteit was. Dynamiek, spanning, goed samenspel, een behoorlijke lijn… Het is allemaal aanwezig.

Het hoogtepunt van het album is voor mij echter South Side Of The Sky. Het nummer begint met een typische ronkende baslijn van Chris Squire, waarna het via een spannend en relatief agressief stuk uitbouwt naar een rustig middenstuk dat, op het moment dat het dreutelachtig wordt, weer teruggrijpt op het aanvankelijke thema, waarna het nummer zoetjesaan gesust wordt. Dit is Yes in optima forma.

De plaat wordt afgesloten met Heart Of The Sunrise, dat eveneens een fraai opgebouwd nummer is, met een sterke dynamiekwisseling en een imposante spanningboog. Helaas is het nummer met bijna elf minuten net te lang, de spanning gaat in de laatste minuten van het nummer verloren, zodat de plaat dooft in plaats van uitgaat met een knal.

Ondanks dat de heren van Yes niet weg te denken zijn als invloedsbronnen van veel symfonische en progressieve rock van het moment, viel mij toch een aantal dingen op bij het kritisch herbeluisteren van de vroege platen van het gezelschap met de niet-te-doorgronden-draaideurgeschiedenis. Zo merk ik dat Jon Anderson mij met name in zijn eigen We Have Heaven en tegen het einde van Heart Of The Sunrise langzaamaan begint te irriteren. Los daarvan biedt het album te veel tijd voor te weinig muziek, bovendien zit er af en toe een wel erg grote overeenkomst tussen de nummers, zodat sommige stukken ondanks hun individuele kwaliteit vrijelijk inzetbaar zijn, waardoor de nummers soms wat doelloos worden. Ligt het aan mij of is Yes toch echt een beetje neuzelig?

“Fragile” weet me niet zo te bekoren als vroeger en ik vraag me dan ook af of de klassiekerstatus wel volledig gegrond is. Hoewel het album drie sterke nummers kent en over de gehele linie spreekt van vakmanschap, is de lengte van de plaat ongegrond. De band van de lange nummers (waar denkt u dat The Flower Kings het vandaan hebben) had op dit album (nog?) niet de overtuigingskracht die “Close To The Edge” zou maken tot wat het is…

Christopher Cusack

Progwereld | Recensies