Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Yes – Relayer

Yes - Relayer

Dit album was vanaf het moment dat ik het leerde kennen een soort puzzel waarvan ik de oplossing maar niet kon vinden. Het openingsnummer is een echt meesterwerk en juist daardoor leken de overige twee stukken behoorlijk tegen te vallen. Na het ingehouden maar majestueuze einde van The Gates Of Delirium mag er eigenlijk niets meer komen. En als zodanig werd het album door mij – en vele anderen – altijd geschaard onder het rijtje onevenwichtige albums.

Totdat een simpele opmerking in de Usenet nieuwsgroep mij wees op iets waar ik zelf ook op had kunnen komen. De persoon in kwestie was van mening dat Yes simpelweg de verkeerde trackvolgorde had gehanteerd en dat door te beginnen met Sound Chaser en To Be Over om vervolgens af te sluiten met The Gates Of Delirium men het album in een totaal ander licht zou gaan zien.Sound Chaser opent met de heldere klanken van een Fender Rhodes elektrische piano, gespeeld door nieuwkomer Patrick Moraz, die het stuk gelijk een jazzy karakter geven. Een sfeer die overigens gedurende het hele nummer blijft hangen. Want het lijkt als of Yes met dit stuk aansluiting probeert te vinden met tijdgenoten en jazzrockgiganten Mahavishnu Orchestra. De drukke gitaarpartijen van Steve Howe hebben qua intensiteit wel iets weg van hetgeen Mahavishnu-gitarist John McLaughlin liet horen, hoewel Howe altijd in zijn geluid iets heeft behouden van zijn grootste voorbeeld: Chet Atkins.

Al gauw komt het stuk tot stilstand. Alsof we naar een klassiek vioolconcert zitten te luisteren, waarin door middel van een korte solo-cadenza de solist wordt geïntroduceerd, treedt Steve Howe hier alleen voor het voetlicht. Na heftig, bijna manisch gitaarwerk, wordt er voor het eerst gas terug genomen. De ijle stem van Jon Anderson komt voor het laatst terug, waarna wederom wordt terug gegrepen naar de opening. Het jankende gitaargeluid van Howe neemt weer het voortouw, maar daar overheen komen nu de zweverige strijkersklanken van toetsenist Patrick Moraz. Deze schudt tegen het einde nog even een zeer flitsende solo uit zijn mouwen die ook hier weer duidelijk in de richting van de jazzrock schuift. Het stuk eindigt met de zo langzamerhand bekende openingsriff, maar dan in de hoogste versnelling.

Het eerste gedeelte van To Be Over klinkt een beetje alsof het een simpel kinderliedje betreft. Misschien voor sommigen net iets te zoet van karakter. Het is wel iets dat past bij de nogal vage teksten en typische zang van Jon Anderson. De sfeer wordt echter gebroken door weer zo’n solistische onderbreking van Steve Howe op een pedal-steel gitaar. Deze glijdende klanken worden al gauw opgevolgd door zijn herkenbare staccato gitaargeluid, waarbij er langzamerhand naar de symfonische climax word toegewerkt. En evenals in Sound Chaser krijgt ook Moraz tegen het einde weer de ruimte middels een korte, flitsende solo waarna we weer terugkeren naar het ”˜kinderliedje’-thema van het begin, nu gespeeld als een canon waarin de diverse gitaren van Howe (inclusief een sitargitaar) domineren.

En dan de Finale, The Gates Of Delirium: een 21 minuten lang werkstuk dat, zoals zo vaak bij symfonische rockbands, verhaalt over een strijd tussen het goede en het kwade. Het eerste gedeelte klinkt dan ook bijna als een oproep tot een soort mythische strijd. Beelden worden opgeroepen van legers die zich voorbereiden op een oorlog. Maar er is ook twijfel: “Listen, should we fight forever, knowing as we do know fear destroys?”.

En evenals in de voorgaande stukken domineert ook hier weer Steve Howe het geluidsbeeld. Niet dat de rest ondergesneeuwd raakt. Patrick Moraz houdt zich wat meer op de achtergrond en kleurt het geheel met ongewone klanken in. Bassist Chris Squire treedt over het hele album niet zo veel op de voorgrond als dat we van hem gewend zijn. Dat betekent echter niet dat hij volstrekt anoniem is op dit album. Aan zijn ronkende bas valt niet gauw te ontkomen.

In het instrumentale middengedeelte is de ”˜mythische strijd’ volledige losgebarsten. Opgezweept door zware synthesizer-riffs klinkt Steve Howe’s gitaar hier regelmatig alsof zijn instrument een lasergeweer is. Dan weer fel staccatonoten uitspugend, dan weer lange noten zingend. En dit alles begeleid door vreemde elektronische geluiden. Op de climax neemt Moraz het heft tijdelijk van Howe over met een majestueuze melodielijn die verderop perfect door Howe word opgepikt.

Het laatste gedeelte (ook wel bekend onder de naam Soon) draagt een vredig, bijna hemels, gevoel uit. De klagende gitaar van Howe begeleidt de engelachtige zang van Jon Anderson. En het is de afwisseling tussen die gitaar en de strijkers van Moraz die mij elke keer weer kippenvel bezorgt. Samen werken ze nog naar een laatste korte climax toe alvorens het album wegdrijft op een zacht bed van Mellotron-strijkers!

Juist door het beluisteren van dit album in een andere volgorde ben ik van mening dat Yes hiermee een driedelig stuk heeft gecomponeerd volgens het klassieke ideaal: een snel openingsdeel (Sound Chaser) gevolgd door een langzamer middendeel (To Be Over) waarna er besloten wordt met een lange 3-delige Finale (Gates). Kortom: een perfect voorbeeld van een echte rocksymfonie en een terechte klassieker!

Christian Bekhuis

CD + DVD (remix 5.1. door Steven Wilson):
Koop bij bol.com

CD + Blu-ray (remix 5.1. door Steven Wilson):
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies