PRIJSVRAAG: Win kaarten voor het MOMfest 2018, met o.a. Vuur, InFloyd en 5150. Klik hier voor de prijsvraag.

Jaap van Eik: “Focus: Wereldsucces, ego’s en machtsstrijd”

Focus boek

Het is inmiddels ruim tien jaar geleden dat muziekpositivo Thijs van Leer zijn oude band Focus nieuw leven inblies. Sindsdien treedt de groep weer op in binnen- en buitenland, is drummer Pierre van der Linden teruggekeerd en zijn er twee nieuwe cd’s uitgekomen, waar artistiek gezien de meningen over zijn verdeeld. Dat de groep een veelbesproken en beruchte geschiedenis kent en daarnaast nog volop in de belangstelling staat, geeft muziekjournalist en ex-bassist Jaap van Eik de gelegenheid de eerste officiële biografie over Focus te schrijven: “Focus: Wereldsucces, ego’s en machtsstrijd”. Het boek maakt onderdeel uit van de reeks ”˜Nederrockklassiekers’ van Uitgeverij Verbum, waarin vorig jaar september een boek over Kayak is verschenen.

De auteur zit dicht bij het vuur, want Van Eik heeft met bijna alle belangwekkende vaderlandse groepen uit de jaren zestig en zeventig wel iets te maken gehad. Bij Focus is hij niet verder gekomen dan een oefensessie in de uienschuur van boer Knook in Zuidoost-Beemster. Daar repeteert hij met Jan Akkerman en Thijs van Leer in de zomer van 1971. Hij besluit geen bandlid te worden. Het leuke persoonlijke verhaal (in de trant van Van Eik’s maandelijkse column in het magazine Lust For Life) fungeert als startpunt van het boek en in de daaropvolgende hoofdstukken wordt chronologisch het hele Focus-verhaal verteld. Dat gebeurt aan de hand van gesprekken met de huidige leden (Thijs van Leer, Bobby Jacobs, Pierre van der Linden en Menno Gootjes), terwijl naast Akkerman ook oudgediende Cyriel Havermans aan bod komt.

Frappant is dat die recente ontmoetingen niet de basis van het verhaal in het boek vormen, maar slechts hier en daar als toevoeging worden gebruikt. Het leeuwendeel van de gebruikte citaten stamt uit diverse tv-documentaires (“Single Luck” uit 1995, “Classic Albums” uit 1997 en de interviews tijdens “Goud van Oud” in 1990) en radio-interviews of recente en minder recente kranten- en tijdschriftenartikelen. Minpunt is dat Van Eik materiaal (lees: citaten van Thijs van Leer en manager Yde de Jong) heeft geput uit een zeer discutabele Engelse biografie over Jan Akkerman uit 2002. Daarmee balanceren enkele delen van het boek, met name over de Amerikaanse tournees en de bijbehorende problemen, op de rand van fictie en non-fictie. Maar eerlijk is eerlijk: sommige momenten uit de hoogtijdagen van de groep zijn simpelweg moeilijk te checken, want zowel Van Leer als Akkerman willen er weinig over kwijt.

Gelukkig worden die vage passages ruimschoots goed gemaakt door bijvoorbeeld de werkwijze van Focus in de studio en het geluk dat de band in 1972 had, toen ze tijdens een staking in Engeland met een noodaggregaat op pad langs de universiteiten en clubs gingen en zodoende alle aandacht naar zich toetrokken. Van Eik toont zich hierbij als een begenadigd schrijver die een heldere en enthousiaste indruk geeft alsof hij er zelf bij was. Juist dán wordt de lezer meegetrokken in de snelheid waarmee Focus eerst Engeland en vervolgens delen van Amerika verovert. Wel blijft in het boek de vergelijking van het buitenlandse succes met het Nederlandse ietwat onderbelicht: immers, in eigen land werd Focus in de hoogtijdagen beschouwd als edelkitsch en bleef pers en publiek vaak afwachtend. Thijs van Leer gaat er in het hoofdstuk over het huidige Focus kort op in, als hij vertelt dat het tegenwoordig meer moeite kost om zijn band in Amsterdam te laten optreden dan elders: ”˜We zijn nou eenmaal altijd een beetje underground gebleven’.

Overigens is het opmerkelijk is het dat Van Eik in het afsluitende ”˜Retrospection’-hoofdstuk totaal voorbijgaat aan een belangrijke recente impuls voor de (internationale) populariteit van Focus: het gebruik van “Hocus Pocus” in een Nike-reclame tijdens het Europees kampioenschap voetbal in 2010. De hit uit 1972 verscheen opnieuw wereldwijd in de hitlijsten en leverde hernieuwde aandacht voor de band op.

Al met al geeft dit boek over Focus een nagenoeg allesomvattende impressie over de ruim veertig jaar durende geschiedenis. Samen met de afgewogen keuze van krantenknipsels en passende albumhoezen, heeft degene die meer te weten wil komen over de band een goed boek in handen. Voor de Focus-liefhebber opent de bundel misschien (te) weinig deuren, maar die is sinds kort op zijn wenken bediend met ”˜Hocus Pocus’, een lijvig boekwerk van de Australische auteur Peet Johnson. Die gaat aan de hand van tientallen interviews veel dieper in op de oorsprong, de details en de achtergronden van de groep en zijn muziek. Niettemin blijft de naam Focus dankzij het boek van Jaap van Eik een begrip, waarin muziek tussen alle zakelijke en persoonlijke verwikkelingen nog steeds de absolute hoofdrol speelt. En natuurlijk als de Hollandse band die het toch écht wel gemaakt heeft in het buitenland.

Wouter Bessels

Progwereld | Recensies