Interview: Hans Ravensbergen
Datum: 22-11-2011

Ineens was daar de dvd “Dug Out Alive! 1993 – 2001” van Cliffhanger. In een fraaie en van veel informatie gestoken hoesje voorzien van bijna tien uur aan niet eerder uitgebracht demo- en live materiaal van deze vaderlandse progband. Of moeten we zeggen ex-progband? Het laatste live optreden dateert immers al weer van 2001. Zelden wist een band zijn groepsnaam zoveel eer aan te doen als Cliffhanger. De groep hield er in zijn geschiedenis al drie keer mee op om later – al dan niet onder een andere naam – weer bij elkaar te komen. Hier wilde Progwereld het fijne van weten en nodigde alle bandleden (of ex-bandleden?) Dick Heijboer, Gijs Koopman, Rinie Huigen en Hans Boonk uit voor een interview. Het eerste interview met een band die niet meer bestaat, maar springlevend werd opgegraven. Of zit dat toch anders in elkaar?

Cliffhanger 1994 

Het is voor het eerst dat ik (en Progwereld) een interview afneem bij een band die niet meer bestaat. Wat vinden jullie zelf van deze situatie?
Rinie: Elke keer als we elkaar weer zien is alsof er niets tussen is geweest. We wonen nu wat verspreid over het land, maar elke keer als we elkaar zien is het alsof het vorige week nog was.
Dick: Ik zag het helemaal niet als een probleem dat we de dvd hebben uitgebracht ondanks dat we niet meer bestaan. Het persoonlijke contact is nog heel erg goed ondanks dat we wat verder van elkaar wonen. Samen muziek maken als we hebben gedaan zit er toch niet echt meer in denk ik. Maar het heeft mij er niet van weerhouden om de opnames die er waren alsnog uit te brengen. Al die opnames bleven bij mij maar in de kast liggen, ondanks dat ik intussen heel wat andere dingen heb gedaan.  

Het geheugen van de lezers van Progwereld moet eerst opgefrist worden. Bovendien zijn er veel nieuwe (jonge) progliefhebbers bijgekomen. Vertel die eerst eens wat Cliffhanger voor band was en of jullie altijd in deze bezetting gespeeld hebben.
Hans: Dick is de band in 1991 begonnen. De ‘bezetting’ die je nu voor je ziet is altijd de bezetting geweest waarmee we al onze cd’s hebben uitgebracht. Toen wij bij elkaar kwamen ontstond er een soort van chemie.
Dick: De eerste anderhalf jaar hebben wel wat andere mensen in de band gezeten en waren er best veel wisselingen. Deze bezetting is in mei 1993 bij elkaar gekomen en dat is altijd zo gebleven tot 2001. We zijn er wel even een periode tussenuit geweest, zeg maar even gedipt, maar daarna toch weer in deze bezetting bij elkaar gekomen. Toen we begonnen hadden we wel voorbeelden van klassieke bands zoals Rush.
Gijs: Wanneer mensen ons voor het eerst gaan beluisteren kunnen ze de meer duistere kanten van de prog verwachten. King Crimson en Van Der Graaf Generator-achtige dingen schuwen we ook niet.
Rinie: Het is lastig om te gaan vergelijken. Dick kwam met zijn composities en dat waren ‘Dick-composities’ en ik kwam met nummers dat waren de ‘Rinie-nummers’ en voor Gijs geldt hetzelfde. We hebben ons nooit met iemand willen vergelijken.
Gijs: We hadden wel invloeden maar we kopieerden geen andere bands. We verzonnen gewoon zelf wat.
Dick: In de recensies lazen we wel referenties terug maar ook dat we een eigen geluid hadden. En er werd veel geëxperimenteerd, vooral door Gijs. Daar waren dingen bij waarbij ik achterover van mijn stoel viel (Gijs: “ik hoop van enthousiasme”, gelach alom, HR).
Gijs: Zeven maanden nadat ik mijn eerste basgitaar had gekocht deed ik al auditie voor Cliffhanger. Ik was natuurlijk wel aan het experimenteren maar meer met de muziek. Soms kwam ik uit op filmachtige composities als Ragnarok. Dat nummer kan je trouwens vier keer op de dvd terugvinden. Ik droomde toen altijd van een livespektakel als “Tales Of Topographic Oceans” van Yes. Met die grote schildpad die openklapte en veel rook natuurlijk. Dat beeld had ik steeds voor me. Met een vikingschip boven de drums en het zeil als projectiescherm met animaties en vlammen uit de bek van de draak. Dat was natuurlijk niet haalbaar, haha, maar je had het wel voor ogen.
Dick: Maar in composities is ons dat wel gelukt. 

Hoe en wanneer ontstond het idee om een aantal van jullie optredens uit te brengen. Was het soms jullie manier om tien jaar ‘split-up’ te vieren?
Dick: Nadat we in 2001 uit elkaar zijn gegaan hebben we met elkaar nog NovoX gedaan. Toen speelde dit nog niet zo. Tussen 2005 en 2010 lagen al die oude opnames in de kast en dan kijk je er eens naar. Dat ging op een moment broeien en daarna voelde ik aan mijn lijf dat er iets mee moest gebeuren. Toen heb ik daar in 2010 mijn tanden ingezet en heeft het een jaar gekost om tot dit resultaat te komen. Er lagen ook een heleboel tapes bij Rinie en dan weet je niet precies wat je allemaal gaat tegenkomen. Het is dus geen viering van tien jaar split-up.
Dick: Het was ook allemaal materiaal dat digitaal op DAT is opgenomen en nog precies zo klinkt als toen. Dat komt dan helemaal terug. De kwaliteit is ook hetzelfde gebleven.
Gijs: Wij kwamen live veel beter tot ons recht. Op onze studioalbums was vaak kritiek dat het geluid niet goed was. Maar dat kwam omdat we van ons eigen geld een week een studio huurden en toen alles moest gebeuren. Live is het allemaal veel dynamischer en krachtiger. Het kwam allemaal vanzelf en gebeurde gewoon.
Rinie: We hoorden dus zelf ook achteraf dat de liveopnames veel beter waren dan de studio-opnames.
Dick: We hebben het uitgebracht voor diegenen die het nog willen hebben; mensen die het willen kopen en beluisteren is de reden geweest dat ik er aan ben begonnen.
Gijs: Je leest nu ook goede recensies van de dvd. Ook van recensenten die Cliffhanger helemaal niet kennen en zeggen: “wat is dit voor een band, waar was ik toen?”.
Dick: Ik kan me nog goed de reactie van een Duitse recensent herinneren die verrast was dat hij ineens tien uur muziek toegestuurd kreeg. Hij heeft alles uitgezocht en daarna een heel positieve recensie geschreven omdat hij hem echt goed vond. Hij had nog nooit van ons gehoord. Ik heb wel meer van deze reacties ontvangen.

Dick Heijboer Gijs Koopman

Hoe is de verstandhouding met de oudbandleden? Zijn oudbandleden actief betrokken geweest bij het samenstellen van “Dug Out Alive”?
Dick: Nee, dat niet. Het was in de begintijd van de groep. Ze hebben ook niet meegedaan op onze albums al zijn er wel opnames van gemaakt. Heel simpel met een cameramicrofoontje en die staan niet op deze box. Daar waren de opnames niet geschikt voor. Vandaar ook de toevoeging aan de titel van de dvd: 1993 – 2001.
Rinie: Kijk eens toen we net waren begonnen. Een bassist die pas zeven maanden speelde. Ik kwam uit de amusementshoek en dat was ik zat. Ik wilde weer eigen muziek gaan maken. We hebben nog even met een andere Hans als drummer gespeeld. Toen wij met zijn vieren bij elkaar kwamen paste dat gewoon.

Was de uiteindelijke samenstelling van “Dug Out Alive!” een pittige klus? Is er uiteindelijk veel materiaal afgevallen, en wat was dan de reden daarvan?
Dick: Wat er op de dvd gekomen is hebben we wel met zijn vieren beslist. Ik heb het wel aangeslingerd en had zo mijn ideeën, maar het is verder helemaal in samenspraak gegaan. Het was dus een democratisch proces.
Gijs: We kregen regelmatig cd´s van Dick opgestuurd met materiaal om te beluisteren. Toen hebben we heel intensief met elkaar gemaild. Het had ook te maken met de uiteindelijke mastering en hoe het materiaal was opgenomen. Dat verschilde tussen concerten onderling maar heeft uiteindelijk tot een goed resultaat geleid.
Dick: Er zijn ook opnames die het om technische reden niet hebben gehaald. Op Progfarm hebben we heel goed gespeeld maar gedurende de opnames zijn er een paar keer soloknoppen ingedrukt waardoor je maar één instrument hoort spelen. We konden het achteraf ook niet meer repareren en dat is best jammer. En verder was er nog een heel goed optreden in Duitsland, dat konden we terug zien op de video. Daar hebben we heel goed gespeeld. Alleen was het geluid helemaal overstuurd. Het was opgenomen met een kleine videocameramicrofoon. Het zou heel vermoeiend zijn om daar naar te luisteren.

Hebben jullie er nog aan gedacht de live opnames in een soort van cd-box uit te brengen?
Dick: Dat was oorspronkelijk ook eerst het plan. Alleen hadden we dan heel hoge productiekosten gehad. Dan zouden we uitkomen op zeven cd’s. We hebben toen nog gedacht om het Willem II-optreden af te laten vallen. Ik heb het er met Musea over gehad. We konden niet tot overeenstemming komen. Uiteindelijk voelde we er niets voor om veel kosten te maken voor zeven cd’s. Nu staat het op dvd met een (minimum) oplage van 500 exemplaren en zijn klaar met de (pers)kosten van één schijfje in plaats van zeven. En dat is nog te behappen voor een kleine band. Je moet het ook goedkoop aan kunnen bieden en zodoende toegankelijk laten zijn voor de mensen die het willen kopen. Ook hebben we zorg besteed aan de verpakking, het boekje bij de dvd. Dat was ook meer het idee van Gijs.
Rinie: De gedachte was hoe we het voor de luisteraar zo voordelig mogelijk konden uitbrengen. We hadden het ook gewoon op internet kunnen zetten waar ieder het kan downloaden. Het doel was ook niet om winst te maken maar om de muziek uit te brengen.
Gijs: Eigenlijk maakt deze dvd al onze studioalbums overbodig! De muziek die wij maakten was ‘bam’. We gingen met z’n vieren het podium op en dat moest knallen. Niet met overdubs.

Het gaat om opnames van 15 tot 20 jaar geleden. Heeft de techniek van 2011 je kunnen helpen of juist niet?
Dick: Jazeker heeft de techniek ons geholpen. Zeker met de mastering. Ook is de software nu veel goedkoper dan vroeger. Maar alles had en heeft te maken met het beschikbare budget. Wanneer we toen het geld gehad zouden hebben, konden we ook HD-opnames laten maken.
Rinie: De kosten waren destijds ook veel hoger. En wanneer je kijkt naar de enorme grote apparaten van toen. Tegenwoordig zet je alles op een computer. Dat zijn enorme stappen vooruit, daar sta je niet bij stil. Wanneer je nu kijkt is ook het videogedeelte veel belangrijker geworden.
Hans: We hadden graag meer opnames gehad zoals op de videofilm van het optreden in de Willem II in Den Bosch. Al waren we toen helemaal niet bezig met het feit dat het gefilmd werd. Het ging ons meer om het geluid.
Gijs: Tegenwoordig wordt al het beeldmateriaal digitaal opgenomen terwijl vroeger alles met camcorders ging. Die mannen hadden toen een soort van koelkast om hun nek hangen. Dat waren enorme apparaten. Die video die er nu op staat is gewoon een bonus, een extraatje. Dan hebben de mensen ook iets visueels.

Aan welk optreden – al dan niet aanwezig op “Dug Out Alive!” – bewaren jullie persoonlijk de beste herinneringen?
Rinie: Het optreden waar we voorprogramma waren voor Saga. Dat was een leuke belevenis.
Hans: Voor de ene betekent een bepaald optreden iets meer dan voor de ander. Maar dat optreden samen met Saga was voor mij ook wel een speciale herinnering. Saga vond ons technisch beter en dat gaf toch wel een kick.
Gijs: Voor mij is dat het optreden in Chateau in 1996. Dat was voor mij het hoogtepunt. We speelden daar integraal live de eerste twee cd’s. Dan ga ik gewoon onderuit zitten en genieten.
Dick: Chateau was toch een beetje het gevoel van thuiskomen.
Rinie: Die opname van Burning Alive in Chateau, die was als een demo bedoelt en klinkt als een kanon. Daar hebben we helemaal niets meer aan gedaan. Daar gingen we helemaal uit ons dak.

Zijn  er nog leuke en memorabele anekdotes uit de geschiedenis van Cliffhanger die het noteren waard zijn?
Dick: In Den Haag, op de weg naar een optreden verloor ik de dop van mijn radiator. Ik had water bijgevuld en toen heb ik de dop er niet goed opgedaan. Na het concert zei Hans toen dat hij daar en daar op die kruising wat had gehoord. Toen zijn we helemaal teruggereden. Volgens Hans was het toen nog verder terug dan dat ik dacht.
Hans: Daar hebben we met zijn drieën onder een paar bruggen lopen zoeken naar die dop.
Dick: Toen vonden we dat ding tegen de rand van trottoir, haha.
Gijs: Ik heb eens een keer tijdens het SI-festival mijn versterker opgeblazen. Dat was tijdens het nummer Hopeless. Het was tijdens een bassolo toen ik veel gekraak hoorde. Toen stond ik wel even te zweten en begon ik te zwaaien en wijzen naar mijn versterker. Onze vaste geluidsman Peter Paul van Hest floot toen gelijk naar een technicus die de zaak toen heel snel verholpen heeft. Peter Paul kreeg toen ook veel voor elkaar. Hij maakte best veel indruk. Hij was twee meter lang en fors gebouwd met lang blond haar. We hebben het dan over het jaar 1995.

Rinie Huigen Hans Boonk

Cliffhanger heeft het bijltje een paar keer erbij neergegooid. Vervolgens zijn jullie – al dan niet onder een nieuwe naam (NovoX) – weer verder gegaan. Jullie gaan volgens mij nog steeds prima met elkaar om. Leg mij en de lezers eens uit waarom jullie niet meer samen op een podium staan.
Rinie: We groeiden wat teveel uit elkaar. Ik voelde mezelf in die tijd net John Wetton. Wilde wat rustiger doen. Dick maakte in die tijd hele creatieve dingen die ik niet meer kon volgen.
Dick: In die tijd ging het inderdaad om de muzikale verschillen van mening. Onze ideeën stonden toen wat haaks op elkaar, zeg maar. Rinie is een singer-songwriter en in het begin werkte dat goed. Op den duur was de koek toch op.
Rinie: Van mij uit was het ook een stukje onmacht, ik wist gewoon niet wat ik daar mee moest. En dan heb je eigenlijk geen muzikaal meningsverschil meer. Je groeide toen steeds meer uit elkaar. Daarna is toen NovoX gekomen.
Dick: Wat we met NovoX hebben gedaan ligt muzikaal in het verlengde van Cliffhanger. Je moet het niet zien als een doorstart van Cliffhanger. Bovendien hebben we nummers van NovoX met Cliffhanger live gespeeld, zoals Be My Guest en Sunset On A Sad Horizon. Het ligt wat mij betreft dus in het verlengde, maar dan zonder zang. Dat was voor mij ook de opzet met NovoX, iets instrumentaals.
Rinie: Nu gaat het ook niet meer, ondanks dat we het er wel over gehad hebben. We hadden er ook zin in, maar we wonen nu verder uit elkaar. Gijs is erg druk met Knight Area en Dick is druk met andere zaken. Ik twijfel aan mezelf of ik de energie nog wel op kan brengen. Voor mij was het ook altijd voor de lol, een hobby. Maar als je wat uitbrengt krijg je altijd kritiek in recensies al keken wij er zelf best positief tegenaan en dan is het wat moeilijker als iemand anders daar kritiek op geeft.
Dick: Ik zit inderdaad met andere verplichtingen zoals een film die ik af wil maken. Daarnaast werk ik eens in de drie weken in het weekend. Kijk, ik zeg geen ‘nooit meer’.

Jullie debuutalbum “Cold Steel” kwam destijds uit op SI Music. Kort daarna ging dat label ter ziele. Wat voor last hebben jullie daarvan ondervonden?
Dick: We hadden natuurlijk kosten en baten. Toen ze failliet gingen hebben we een deel van onze baten niet teruggekregen. Maar wat ook speelde was dat SI Music aan de andere kant de opnamekosten voor rekening had genomen. Dat kan je dan tegen elkaar wegstrepen.
Gijs: Maar als ze waren blijven bestaan was dat natuurlijk veel beter voor ons geweest. Ze waren immers geïnteresseerd in onze volgende cd. Toen we de demo opnamen van “Not To Be Or Not To Be” in 1995 was Willebrord Elsing (baas SI Music, HR) daarbij aanwezig. Die was toen heel enthousiast. “Cold Steel” stond zelfs bij de Free Record Shop in de winkel. Dat was dankzij de deal van SI met Roadrunner. Die had een perfecte marketing. Na SI Music was de overgang naar Musea de meest logische keuze.
Dick: We hadden toen drie aanbiedingen, waaronder ook Cyclops. Musea was toen de meest voor de hand liggende. Bij “Dug Out Alive” werden ook de perskosten niet meer betaald en toen heb ik tegen Musea gezegd dat ik het zelf wel zou doen. In eigen beheer dus.

Hoe bevallen de reacties over “Dug out Alive!”? Ik lees hoofdzakelijk positieve recensies over “Dug Out Alive!”. Is jullie oude werk nog verkrijgbaar? Gaan jullie het – al dan niet opgepoetst – nog opnieuw uitbrengen?
Dick: Ik heb totaal ruim 120 dvd’s naar de media gestuurd voor promotie. Er zijn al positieve reacties.
Hans: De reacties zullen gaan komen nadat er meer gepubliceerd wordt en ook onze nieuwe website gereed is. Ook wordt Wikipedia weer wat aangevuld.
Dick: Van onze oude albums is alleen nog “Not To Be Or Not To Be” te verkrijgen. De rest is ‘out of stock’ of is bij iTunes en Mindawn als download te krijgen. Het contract bij Musea loopt nog steeds en daar liggen ook nog de rechten. Laat wat er nog over is aan albums daar maar liggen. Ik heb toch geen zin in om ze opnieuw uit te brengen. Daar verkoop je niets meer van.
Gijs: “Cold Steel” is wel op maar we hebben wel de rechten. Maar alles staat op de dvd. En dan kom ik toch weer bij het punt dat we toch een liveband waren.

Je hebt best kritiek op je zang gehad Rinie. Wat heeft dit met je gedaan wanneer je daar nu op terugkijkt? Wanneer ik weer naar een nummer als Burning luister moeten al deze criticasters toch afgestraft worden?
Rinie: Je moet het doen met het gereedschap dat je hebt. En Dick, Gijs of Hans zingen… dat zat er niet echt in (gelach alom, HR). Een zanger is toch moeilijk te vinden. We hebben wel een andere zanger op proef gehad, maar dan ging ik weer luisteren als zanger. Ik had dan wel niet de meest karakteristieke stem maar ik had wel de impact. En er werd best wel vals gezongen. Ik zal je een leuk voorbeeld geven. Ik was van plan om naar Yes te gaan met die nieuwe zanger. Had ik eerst wat YouTube filmpjes van hem bekeken. Dat ontstijgt amper het amateuristische niveau en klinkt af en toe zo vreselijk vals. Als muzikant hoor je dat gewoon. En dan denk ik als ik zo ben zou ik dat echt niet durven. Op onze eerste cd “Cold Steel” staat het nummer Kill Your Darlings. Daar zak ik een keer helemaal omlaag en dan denk ik: o God man… (Rinie doet een stukje na, HR). Maar uiteindelijk past hetgeen we deden wel bij elkaar. Ik denk dat dit belangrijk is.
Gijs: Kijk eens naar Andy Latimer (Camel), alsof dat zo’n goede zanger is. (ik geef zelf het voorbeeld van Eloy met Frank Bornemann, HR). Zijn stem past overigens wel goed bij de muziek en ik ben een groot fan van Camel.

Zijn jullie individueel anno 2011 nog actief met muziek bezig?
Dick: Beroepsmatig ben ik video-editor bij Omroep Flevoland. Ik ben hobbymatig vanaf 2006 al met een fictiefilm bezig en heb zelf het script geschreven. Er komt ook een scene in voor met een trein. Dat ben ik in 3D aan het tekenen. Dat duurt wel even want het is monnikenwerk. Actief muziek maken doe ik nu niet, maar voor de film moet dat er nog wel bijkomen. Het gaat nog wel een paar jaar duren voordat de film klaar is. Om nu in een band te gaan spelen kost me teveel tijd.
Rinie: Ik doe rustig aan en doe thuis wat met liedjes. Verder heb ik mijn gezin. Ik ben wel op zoek naar een band met wat rustiger muziek. Ik ben erg blij met de dingen die ik heb gedaan met Cliffhanger. Ik ken zoveel jongelui die in een band spelen maar nooit wat hebben opgenomen of maar een half jaar bestaan hebben. Of ik mijn ervaring als adviseur ter beschikking wil stellen? Ik denk dat niemand op Rinie Huigen zit te wachten. Die pretenties heb ik ook niet.

Waarom moeten de liefhebbers van muziek in het algemeen en progrockers in het bijzonder de dvd “Dug Out Alive” aanschaffen? Kortom, de komende minuten zijn geheel kosteloos voor jullie…
Hans: Voor een heel interessante prijs hebben de mensen al onze cd’s in een live-uitvoering. De prijs doet er niet zo toe maar wel de beleving waarmee alles door ons live is gespeeld. Dat ze dat allemaal terug kunnen horen…
Gijs (neemt de zin van Hans over): … tien uur pure energie! Het hoort in elke progverzameling thuis.
Rinie: Eerlijk en het leeft.
Dick: Deze dvd geeft een heel goed beeld hoe Cliffhanger was. Het komt meer uit de verf dan op de studio-cd’s. En voor de prijs hoeven ze het niet te laten. Het is een mooi product.

Hernieuwd graafwerk in het archief van Gijs Koopman leverden nog eens drie opnames en live concerten op. Lees hier het volledige verhaal van Gijs Koopman en hoe jij aan de gratis downloads kunt komen.

Cliffhanger Logo