Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

King Crimson, zaterdag 22 en zondag 23 juni 2019, de Vereeniging Nijmegen

King Crimson4

King Crimson is de laatste jaren uitgegroeid tot een must-see band in ons genre. En dat kan tegenwoordig ook gemakkelijker dan vroeger, want KC lijkt wel constant op tour. Nadat ze in 2015 voor het laatst ons land aandeden, waren ze ongeveer een jaar geleden weer voor het eerst te bewonderen in het Concertgebouw in Amsterdam. En dan nu in het kader van de 50th Anniversary Tour zowaar in Nijmegen, of all places.

Bijna was deze tour niet doorgegaan, althans niet op het vasteland van Europa, want Fripp liet vorig jaar nog weten dat de Brexit roet in het eten zou gooien. Maar zie, de soep wordt niet zo heet gegeten (en de vraag is of deze soep ooit überhaupt gegeten gaat worden) en daar waren de heren van KC voor maar liefst twee avonden in de Vereeniging. Met enige moeite kreeg Progwereld het voor elkaar om toegang te krijgen voor een review, op beide avonden nog wel. En terecht, want de setlist is op de twee avonden zo verschillend, dat je wat mij betreft echt beide zou moeten bezoeken voor een goed beeld van deze jubileumtour.

In 2019 bestaat King Crimson 50 jaar, dus het ligt voor de hand dat de setlist bestaat uit een dwarsdoorsnede vanaf ‘In The Court of The Crimson King’ uit 1969 tot aan ‘The Power To Believe’ uit 2003. Daartussen ligt een bijna ondoorgrondelijke catalogus van studiowerk, live-albums, studioalbums die eigenlijk live-albums zijn (‘Starless And Bible Black’) en vele incarnaties van King Crimson, waaronder de illustere ProjeKcts uit de jaren 1990. Over de twee avonden wordt een representatief deel van de King Crimson catalogus gespeeld. In totaal gaat het om 26 verschillende nummers. Uiteraard is een belangrijk deel van beide avonden gewijd aan het bekendere erfgoed van de band, met nummers als The Court Of The Crimson King, Epitaph, Moonchild, 21st Century Schizoid Man (alle van het debuutalbum), Easy Money (van ‘Larks’ Tongues In Aspic’ uit 1973), Starless (van ‘Red’ uit 1974), en Discipline, Frame By Frame, Indiscipline (van Discipline uit 1981).

King Crimson1

Ik ben blij dat ik er beide avonden mocht zijn, want zo hoefde ik niet de uitvoeringen van Larks’ Tongues In Aspic Part One en Part Two te missen op zondag. Op zaterdag waren dan weer Cat Food van ‘In The Wake Of Poseidon’ en Cirkus (van ‘Lizard’) te horen. Interessant is dat één periode helemaal ontbrak, de jaren 1990. Geen enkel nummer van ‘Thrak’ of van de EP ‘Vrooom’.

De bezetting is vrijwel gelijk aan die van de vorige tour, en dat was ook de beoogde bezetting voor dit jaar, ware het niet dat Bill Rieflin niet beschikbaar was. Het idee was om Theo Travis mee te nemen, maar in mei werd op het laatste moment besloten dat Bill onvervangbaar is (en dat het dus in de ondoorgrondelijke logica van KC geen zin heeft om een vervanger mee te nemen).

Dus we moesten het doen met de spectaculaire line-up met drie drummers, en beslist niet de minsten. Pat Mastelotto, Jeremy Stacey en Gavin Harrison, namen waarvan de echte progliefhebber al bij voorbaat smult. Oudgediende Mel Collins was aanwezig voor de blaasinstrumenten, de onvermijdelijke Tony Levin op diverse soorten bassen (waaronder de Chapman stick) en gitarist Jakko Jakszyk. Plus uiteraard de ‘curator’ van het museum dat King Crimson ondertussen is, Robert Fripp. Want wee degene die hem zoiets vulgairs als het woord ‘leider’ in de schoenen probeert te schuiven.

Over de bezetting met drie drummers is al veel geschreven. Het oogt natuurlijk spectaculair en het is eigenlijk het enige dat visueel nog voor enig spektakel zorgt. Deze twee avonden was er in elk geval geen sprake van enige lichtshow, zodat we kijken (maar natuurlijk vooral luisteren) naar zeven mannen, enigszins op leeftijd – Jeremy Stacey is de jongste met zijn 55 jaar – en die enigszins statisch hun show neerzetten.

King Crimson2

Aan de andere kant klinken drie drummers in sommige nummers erg geforceerd en maakt het uitvoeringen van bekende nummers erg druk. Maar soms vullen ze elkaar prachtig aan en spelen ze elk een ander deel van de drumpartij. Stacey speelt bovendien in de helft van de nummers toetsen. Mij valt op dat Gavin Harrison de technisch betere lijkt van de drie. Hij is ook de enige met een echte drumsolo, in de prachtige uitvoering van 21CSM – die ik dus twee keer mocht horen en waarin Harrison geen twee keer dezelfde solo neerzette.

Bij de nummers die op beide avonden gespeeld werden is sowieso erg veel ruimte voor improvisatie, geheel in de traditie van KC natuurlijk. Dat pakt niet altijd even goed uit. Met alle respect voor de staat van dienst van Mel Collins, ik vind dat het hier en daar wel erg piepknor wordt. Over Tony Levin en Robert Fripp niets dan goeds. Maar ik moet het nog wel even over Jakko Jakszyk hebben, en dan met name zijn zangkwaliteiten. De vocals vallen op deze twee avonden gewoon erg tegen. Van alle zangers die KC heeft gehad door de jaren heen, is Jakszyk met afstand de zwakste. Niet alleen is zijn bereik beperkt, op de een of andere manier zingt hij steeds met een andere timing dan je verwacht. Vooral op Epitaph is dat goed merkbaar.

Voor de rest: twee avonden met een geweldige band, geweldige muziek, en zónder foto’s. Want dat is zoals bekend op straffe des doods verboden bij KC. Maar een concert waarbij niemand, echt niemand een mobieltje in de hand heeft, dat is dan wel weer een verademing.

King Crimson3

(De foto’s bij dit artikel zijn genomen vooraf en aan het eind van de concerten, wanneer het publiek een korte photo opportunity wordt gegund.)

Verslag en foto’s: Marcel Debets

Progwereld | Recensies