Maak kans op vrijkaarten voor het optreden van Leap Day in de Singer te Rijkevorsel (België) op 15 september 2018. Klik hier voor onze prijsvraag.

Interview Leo Koperdraat (Fractal Mirror)

Interview Leo Koperdraat.

Door: Ruard Veltmaat

Fractal Mirror is een bijzondere band. De bandleden hebben elkaar gedeeltelijk via het internet leren kennen en maken via dit medium ook muziek. Dat dit geen hindernis hoeft te zijn om prima albums af te leveren bewijzen heerlijke albums “Strange Attractors”, “Garden Of Ghosts” en “Slow Burn 1” Reden genoeg om grondlegger van de band, Leo Koperdraat, eens flink aan de tand te voelen in een interview, dat gedeeltelijk ook gaat over het verschijnen van het nieuwe album “Close To Vapour”.

Leo, Kan je de band eens voorstellen aan het publiek van Progwereld?

De oorsprong van de band ligt in 1986/1987. Ik ben toen samen met Ed (van Haagen) en een andere goede vriend, Ron Dullemans, begonnen met het maken van muziek. We waren zwaar beïnvloed door bands als Dead Can Dance, Japan/David Sylvian, Clan of Xymox, Blue Nile en Talk Talk. Ons arsenaal bestond destijds uit twee Roland S-10 samplers, een andere synthesizer (geen idee meer welke dat was), een drumcomputer en een sequencer. Ik had al mijn Ibanez Custom elektrische gitaar (die veel gebruikt is op onze eerste drie albums), maar die is alleen in één nummer te horen als bass. In 1989 maakten we een demo waar zes nummers op staan. We noemden ons Richochet. Daarna hebben we in die bezetting nog een instrumentaal nummer van 23 minuten opgenomen waar we verder niets mee gedaan hebben. Ik heb het cassette bandje waar dat nummer op staat onlangs weer gevonden. Dead Can Dance was wel de belangrijkste invloed op die track. Ik voelde wel iets van trots toen ik dat nummer weer hoorde na al die tijd. Natuurlijk heeft het, qua geluiden, de tand des tijds niet heel erg goed doorstaan, maar wij wisten nog niets van componeren en opnemen en ook onze middelen waren enorm beperkt.

In 1992 hebben Ed en ik samen nog een demo gemaakt. Inmiddels waren we veel meer beïnvloed door bands als Depeche Mode, Pet Shop Boys, New Order en Electronic. In de jaren daarna zijn we altijd muziek blijven maken, maar we maakten nooit eens iets af.

Eind 2010 hebben we tegen elkaar gezegd, en nu gaan we ook eens een aantal nummers afmaken! Een jaar later besloten we één van de afgemaakte nummers op de Facebook page van Big Big Train te zetten. We kregen daar veel positieve reacties op, waaronder van een Amerikaan die Frank L. Urbaniak heette. Hij was onder de indruk van het nummer, maar stoorde zich enorm aan de geprogrammeerde drums. Hij was drummer, had in de jaren ’70 samen met Larry Fast in een prog band gezeten en hij bood aan om drums op te nemen voor ons nummer en te kijken of dat toegevoegde waarde zou hebben. Ed en ik waren onder de indruk van zijn spel en besloten hem te vragen om onze drummer te worden. Frank schreef ook teksten, maar aangezien ik alle teksten al geschreven had voor de nummers waar wij mee aan de slag zouden gaan, heeft hij mijn teksten gecontroleerd op fouten en zelf de tekst voor één nummer geschreven. Nadat alle drums waren opgenomen hebben we Rhys Marsh gevraagd ons eerste album te produceren en te mixen. Hij moet zich rot geschrokken zijn toen hij de files kreeg, want we wisten enigszins hoe we moesten opnemen, maar hadden niet enorm professionele apparatuur. Hij heeft werkelijk een geweldige prestatie geleverd om “Strange Attractors” zo goed mogelijk te laten klinken! En zo is Fractal Mirror uiteindelijk ontstaan. Larry Fast bood aan om het album te masteren en uit te brengen op zijn eigen label.

Leo Koperdraat



Jullie muziek is gebaseerd op melancholie, voornamelijk ook door het gebruik van de toetsen. Waar komt die passie en invloed vandaan?

Ik denk dat die invloed wel duidelijk is uit mijn antwoord op je eerste vraag. Wij waren allemaal gek op donkere, sombere muziek. Vooral de bands van het Engelse 4AD label waren onze favorieten. Ook de latere albums van Talk Talk en de platen van The Blue Nile en Japan/David Sylvian waren van invloed op de voorliefde voor melancholische muziek. Ik hield toen al enorm van prog en hoorde begin jaren ’80 voor het eerst In The Court Of The Crimson King bij Wim van Putten’s LP show. Hij draaide de titeltrack en Epitaph en ik was overdonderd door het donkere dreigende geluid van dat album. Een ander donker album dat toen ook echt uitkwam was “Tales From The Lush Attic” van IQ. Ook dat album en “The Wake” heb ik grijsgedraaid. Daarnaast de debuutplaat van Marillion (luister maar eens naar de bijna deprimerende triestheid van Chelsea Monday), de albums van Twelfth Night en The “Sentinel” van Pallas. Wim van Putten heeft mij muzikaal wel opgevoed en ik heb veel aan hem te danken. Niet alleen prog, maar ook Japan, Icicle Works en Sad Lovers and Giants heb ik via hem leren kennen. Ik ben hem echter het meest dankbaar voor het draaien van Gryphon en het Canadese Terraced Garden.

De Mellotron is bij het bereiken van de melancholische klanken heel belangrijk, toch beschikten jullie tot onlangs niet over een fysieke Mellotron, kan je zonder in techniek te verdwalen eens simpel uitleggen aan de lezers hoe je toch zo’n zuivere sound creëert?

Ik heb voor het nieuwe album geïnvesteerd in een Mellotron M4000d. Volgens puristen natuurlijk geen echte Mellotron, want digitaal, maar hij komt toch echt uit de Mellotron fabriek. Hij klinkt geweldig, weegt minder zwaar en is veel betrouwbaarder dan de originele analoge machines. Mijn absolute droom blijft echter het kopen van een echte analoge machine. Misschien wanneer we doorbreken met “Close To Vapour”? Ik zou dan al jullie lezers willen oproepen ons album te bestellen. Voor de voorgaande albums maakten we gebruik van de plug ins van M-Tron Pro. Vervolgens is het een kwestie van effecten toevoegen om zo’n authentiek mogelijk geluid te creëren. Op het nieuwe album is de M4000d het instrument wat ik meest gebruikt heb. Aangezien we echter een wat rauwer geluid voor dit album wilden, staan de gitaren iets meer op de voorgrond. Ik heb al van een aantal mensen gehoord dat er minder Mellotron te horen zou zijn. Dat is echter zeker niet het geval. We wilden hem meer gebruiken zoals powerpop bands dat doen. Ineens popt hij af en toe op in het geluidsbeeld zoals bijvoorbeeld in het tussenstuk van het poppy Silver.

Mellotron Fractal Mirror



Jullie zijn doorgewinterde fans van Big Big Train, kan je die liefde voor die muziek eens uitleggen?

Ik zou onszelf geen doorgewinterde Big Big Train fans willen noemen hoor! Ik heb wel veel respect voor de band. Voor mij persoonlijk zijn de albums “English Boy Wonders”, ”English Electric 1” en vooral “The Underfall Yard” sublieme albums. De laatste albums vind ik persoonlijk iets minder. Ik kan mij echter nog goed herinneren dat ze ten tijde van EBW een beetje het lachertje van de prog waren. Men vond het maar een beetje kleffe Prefab Sprout achtige muziek met wat fletse prog invloeden. Ik heb in die tijd regelmatig met Greg Spawton gecorrespondeerd via de mail en ook hij kende toen enorme twijfel over hoe nu verder te gaan met de band. Of ze wel verder moesten gaan. Wanneer je kijkt waar ze nu staan is dat ongelofelijk en ik hoop dat ze nog veel meer mooie dingen gaan doen. Het zijn geweldige gasten die zeer benaderbaar zijn voor hun fans. En zonder Big Big Train hadden wij nooit onze drummer gevonden!

Kan je wat meer vertellen over het nieuwe album “Close To Vapour”?

Het nieuwe album hebben we opnieuw opgenomen met Brett Kull. Na het uitbrengen van “Slow Burn 1” in maart 2016 ben ik meteen weer gaan schrijven aan ideeën die ik al had ten tijde van SB1. Een nummer als Beyond The Pale was bijvoorbeeld al in de basis opgenomen. Dit nummer gaat over het verliezen van ouders. Frank schreef de tekst over mijn vader die na een periode van bijna twee jaar een dag na het uitkomen van SB1 overleed. Het nummer is opgedragen aan mijn vader en ik heb het ook gezongen op zijn begrafenis. We hadden drie albums uitgebracht in drie jaar tijd en vooral Ed had moeite om opnieuw op te starten. Hij gaf kort daarna aan weinig tijd meer te hebben voor de band. Toen kwam het schrijven van alle muziek dus op mijn schouders terecht. Frank en ik hebben toen gesproken over hoe het nieuwe album moest gaan klinken. Daaruit kwamen de kernwoorden dat het frisser moest gaan klinken met een meer open geluid. Er moesten over het gehele album wat meer verschillen in tempo en stemming zitten. En het geluid wilden we wat rauwer hebben. Het moest minder gearrangeerd klinken. Ik denk dat we daar uitermate goed in zijn geslaagd. Het is voor mij een prima mix van pop, rock, indie en prog geworden.

Dat vond ik ook al opvallend aan het nieuwe album en noem het ook al in mijn recensie; ik vind de sound op dit album wat meer opgewekter, wat vlotter, wat toegankelijker.

Ja, zoals ik in mijn vorige antwoord al aangaf hebben we bewuste keuzes gemaakt over de sound voor het nieuwe album. Dat betekent dat het album inderdaad opgewekter en toegankelijker klinkt. Tracks als Mind The Gap, Silver en Hey You laten veel meer onze (power) pop invloeden horen. Aan de andere kant ben ik van mening dat we nog nooit zo proggy hebben geklonken als op de titeltrack en het tweede deel van Tabula Rasa. We zijn allemaal gek op prog, maar zien onszelf niet als een progband en op dit album hebben we ook gewoon de, in onze ogen, beste songs gekozen en niet meer geprobeerd om krampachtig te proberen een progband te zijn.

Ook opvallend is de (mannelijke) achtergrondzang, die is voor mijn gevoel veel meer aanwezig dan op andere albums. Wie verzorgt dat?

Ik weet niet of we op het nieuwe album meer achtergrondzang inzetten, maar het is meer aanwezig gezien het open geluid. We begonnen eigenlijk al op onze tweede album “Garden Of Ghosts” met het toevoegen van meer achtergrondzang. Mijn stem is toch altijd een ‘acquired taste’ gebleken en door de achtergrondzang wilden we meer variatie in het geluid van de vocals aanbrengen. Zeker op dit nieuwe album hebben we veel aandacht besteed aan de achtergrondzang. Brett en ik hebben beiden een grote voorliefde voor (power)pop bands en bands als The Beatles en The Beach Boys. Bands die ook veel harmonieën in hun vocalen brachten. Brett is verantwoordelijk voor het grootste gedeelte van de achtergrondzang.

Fractal Mirror - Close To Vapour iv



Brett Kull (Echolyn) is nog net geen bandlid, maar toch heel belangrijk voor jullie, kan je wat over die samenwerking vertellen?

Ja, Brett Kull is enorm belangrijk voor Fractal Mirror. Zonder hem zouden onze nummers niet zo goed klinken. Bovendien helpt hij mij om een betere songschrijver te worden met zijn eerlijkheid (niet altijd even makkelijk om te horen en te incasseren), zijn suggesties en ideeën over structuur en arrangementen. Wij beschouwen Brett echt wel als een onofficieel bandlid. Wij noemen hem onze George Martin (producer van The Beatles) of Jon Brion (producer en multi-instrumentalist. Hij heeft gewerkt met Jellyfish, Aimee Mann, Rufus Wainright en Fiona Apple. Daarnaast lid van powerpop supergroep The Grays). Op onze platen is hij ook verantwoordelijk voor de echt ingewikkelde gitaarpartijen, achtergrondzang, additionele toetsen en alle baspartijen. Daarnaast is het gewoon een geweldige kerel en een hele goede vriend.

Het lijkt er ook op dat jullie bewust minder gebruik gemaakt hebben van andere gastmuzikanten. Is dat bewust of ontstaat zoiets tijdens het schrijven?

Ook dat is een bewuste keuze geweest. We wilden dit album echt met een klein team maken. Gordon Midgely van de band Napier’s Bones heeft een baspartij ingespeeld voor Mind The Gap in de beginfase van het album. Daarna is er nog zoveel aan het nummer geschaafd dat de baspartij opnieuw moest. Het was makkelijker dat Brett dat zou doen. We zijn altijd heel blij geweest met alle gastbijdragen op de vorige platen, maar hebben het voor deze plaat bewust klein gehouden. Pas op het allerlaatste moment heeft Tom Doncourt (toetsenist van de Amerikaanse 70s progband Cathedral) de intro voor het nummer Snow aangedragen. Dat sloot zo mooi aan op het einde van het nummer wat voor Snow op de plaat staat (de titeltrack) dat het een perfecte aanvulling was.

Is het produceren van een plaat niet enorm moeilijk via het internet als je niet samen kan jammen?

Het is een andere manier van werken. Ik denk dat wij heel anders zouden klinken wanneer we meer op basis van jammen muziek zouden gaan maken. Voor dit nieuwe album heb ik bijna alle muziek geschreven. Ik neem ook alle basistracks op en zing de melodielijnen. Op basis hiervan is Frank de teksten gaan schrijven. Hij heeft de teksten aangepast aan mijn melodielijnen. Op vorige albums hadden we vaak de teksten eerst en schreven daarna de muziek. Nu had ik voor de vocale melodieën daardoor veel meer vrijheid. Ik stuur mijn basistracks op naar Brett. Vervolgens gaat Frank de drums opnemen en Brett de basgitaar. Vervolgens zijn we op basis van die tussenstand gaan discussiëren over opbouw, structuur en verdere invulling. We bepalen per nummer hoe we het nummer willen laten klinken en wanneer we dus tevreden zijn en een nummer klaar is. Vaak neem ik dan mijn gitaar- en Mellotronpartijen opnieuw op. Ook zing ik delen opnieuw in en proberen we achtergrond vocalen uit. Door de afstand en het tijdsverschil is het natuurlijk een veel tijdrovender proces waarbij we vaak blij zijn met Facetime of Skype. Het komt voor dat we dingen proberen die dan toch niet blijken te werken en dan beginnen we weer opnieuw. Het is echt een langdurig proces. Ik ben trots op het eindresultaat en dan is het dus waard geweest om goed de tijd te nemen.

Frank Urbaniak en Leo Koperdraat


Ik noem in de recensies van eerdere albums vaak jouw stemgeluid, dat je daar van moet houden en soms ook mensen afschrikt, hoe denk je daar zelf over en hebben jullie ooit overwogen een andere zanger of zangeres in te schakelen?

Zoals ik hiervoor al aangaf blijkt mijn stemgeluid niet iedereen even veel aan te spreken, maar het is mijn stem. Ik ben ook een groot tegenstander van zaken als Autotune om vocalen op te pimpen. Ik ben tevens van mening dat mijn stem uitermate geschikt is voor onze melancholische, wat donkere muziek. We proberen met de vele achtergrond vocalen mijn, volgens sommigen, wat ééntonige stem in een wat afwisselender kader te plaatsen. Indien er een andere zanger(es) komt zal dat betekenen dat ik geen lid van Fractal Mirror meer zal zijn.

Ed van Haagen heeft bij het maken van dit nieuwe album een stap terug gedaan; waarom en komt hij in de toekomst weer terug?

Ed had, voor hem, heel persoonlijke, maar fijne, redenen om aan te geven op dit moment geen tijd meer te hebben voor Fractal Mirror. Dat betekent dat hij op dit album slechts op twee nummers te horen is en aan drie nummers heeft meegeschreven. Wellicht sluit hij in de toekomst toch weer aan.

Brian Watson is heel belangrijk voor jullie muziek, en hij levert de visualisatie van het boekwerk en clips. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen en waarom grijpen jullie altijd terug naar zijn werk. Is dat een vorm van stijlbehoud?

Ik ken Brian uit mijn tijd als recensent bij DPRP. Een originele authentieke vent. Hij ging aan de slag met het bewerken van foto’s die hij maakte met zijn mobiele telefoon en daar bleek hij een goede aanleg voor te hebben. Zijn beelden passen perfect bij de sfeer van onze muziek. Dat is de reden waarom we zijn artwork gebruiken voor de cd booklets en video clips. Het vormt een onderdeel van onze herkenbaarheid en is dus inderdaad een vorm van stijlbehoud. Gezien het meer frisse en opgewekte karakter van het nieuwe album hebben we dit keer ook gekozen voor een lichtere hoes.

Ik wil ook nog André de Boer en Mike Whitfield noemen. André is verantwoordelijk, samen met Frank, voor onze videoclips. Mike Whitfield verkoopt onze cd’s op festivals in Engeland. Hierdoor heeft een groot aantal mensen met onze muziek kennis gemaakt die ons helemaal niet kenden. Tenslotte zijn David Elliott en James R. Turner van ons nieuw label Bad Elephant Music van groot belang voor ons. Wij zijn ontzettend blij met het vertrouwen dat zij in ons hebben.

Dank voor het interview en veel succes met de release van “Close To Vapour”!