Win kaarten voor het optreden van Kayak in P60 te Amstelveen op 12 december. Klik hier voor deelname.

Arena – The Seventh Degree Of Separation

Arena - The Seventh Degree Of Separation

Zes jaar was het stil rondom Arena. Na het album “Pepper’s Ghost” besloot de band een periode van rust in te lassen. Ik denk dat het goed is geweest dat de band even afstand nam. Achteraf gezien vind ik “Pepper’s Ghost” een zeer zwakke broeder in de discografie van deze band. Kon ik mijn recensie van toen maar overschrijven. De bandleden gingen ieder met hun eigen zaken aan de slag. Mick Pointer voerde ‘zijn’ “Script For A Jesters Tear” tot in den treuren naar de podia, Clive Nolan ging met Caamora aan de slag en John Mitchell maakte onder andere een nieuw album met It Bites en deed veel sessiewerk.

In 2010 werd bekend dat zanger Rob Sowden de band had verlaten. Arena kwam in november 2010 naar De Boerderij om de fans kennis te laten maken met de nieuwe zanger Paul Manzi. Deze liet meteen een prima visitekaartje achter. Enige tijd later werd ook bekend dat bassist Ian Salmon de band had verlaten, tot vreugde van velen werd zijn plaats ingenomen door oudgediende John Jowitt. Arena was terug in de sterkst mogelijke line-up.

En dan is daar het nieuwe album. Het kreeg uiteindelijk niet de naam “The Tinder Box” zoals Clive Nolan steeds voorhield, maar het wat lastig uit te kramen “The Seventh Degree Of Separation”. Uiteraard een weer conceptalbum. Het behandelt het laatste uur in het leven hier en het eerste in wat er hierna volgt. In de visie van Clive Nolan wel te verstaan. Een thema waar Nolan altijd al door gefascineerd was. Ook in het klassieke album “The Visitor” komt dit thema voorbij. Voor de liefhebbers heeft Nolan weer flink wat verborgen boodschappen in de teksten verwerkt. Het artwork van dit album is trouwens bijzonder donker en naargeestig. Vergeleken met dit artwork is dat van “Immortal” een gezellig prentenboekje. De foto’s in dit begeleidende boekje zijn af en toe behoorlijk morbide. Geen album om aan je kids te laten zien.

De muziek. Daar gaat het immers om. Wat schotelt de band ons voor? Een dikke 56 minuten muziek, verdeeld over dertien nummers. Geen epics en geen instrumentale nummers. Het is een echt groeialbum. Ik vind het met elke luisterbeurt beter worden. Met dit album heeft de band weer een echte achtbaanrit afgeleverd. Het is grotendeels uptempo, af en toe lekker bombastisch en de nummers zijn prettig compact.

Paul Manzi is een waardig Arena-zanger en doet goede zaken op dit album. Met name in de meer rustige stukken vind ik zijn stem geweldig. Wanneer hij flink moet aanzetten, dan gebruikt hij toch een soort trucje en doet hij me aan James LaBrie (Dream Theater) denken. Hij neigt zichzelf soms wat te overschreeuwen, zoals bijvoorbeeld in Thief Of Souls. Wat verder opvalt is dat de band volledig in dienst van het nummer speelt. De drive en het tempo gaan voorop. Met name Clive Nolan houdt zich in. Typische zwevende toetsensolo’s, toch een beetje zijn handelsmerk, zal je hier nagenoeg niet aantreffen. Maar wat is zijn rol belangrijk! Tussen alles door vlecht hij zijn toetsenspel en komt regelmatig met ronduit geniale vondsten.

Het album voelt als één geheel, maar een aantal nummers vallen echt op. Zo is Rapture een geweldige track met een hoog adrenalinegehalte. Het felle gitaarwerk van John Mitchell is hier debet aan. Geen langgerekte solo’s, maar vileine korte instrumentale stukken. Mitchell zorgt hoofdzakelijk voor de power op dit album. Hij rifft er vaak behoorlijk op los. Ook One Last Au Revoir is geweldig. Het refrein is er zo’n eentje die je niet meer uit je hoofd krijgt. Het instrumentale stuk waarin John Mitchell een waanzinnige solo laat horen en ook Clive Nolan meer ruimte opeist, is een hoogtepunt.

Maar het meest opvallend is het langste nummer van “The Seventh Degree Of Separation”, te weten Catching The Bullet. Tegen het einde is het wederom John Mitchell die laat horen helemaal thuis te horen in de top. Zijn gitaarsolo van dik anderhalve minuut is er eentje die je keer op keer wilt horen. Hier moet ik sterk aan het uitstekende album “Contagion” denken. Overigens lijkt de opening van het nummer wel op die van Valley Of The Kings (album: “Songs From The Lions Cage”). Met name wanneer de band de muziek zo weet aan te zwellen dat je er helemaal ingezogen wordt, zijn voor mij echte kippenvelmomenten. Zoals de band in dit nummer, maar bijvoorbeeld ook laat horen op The Ghost Walks.

Je hoort overduidelijk dat dit Arena in optima forma is. Ook de rol van John Jowitt moet daarin genoemd worden. Hij vlecht zijn basspel subliem door alles heen en leidt daarmee de aandacht af van het simplistische drumspel van Mick Pointer. In de special edition zit ook een dvd met daarop de verplichte making of van het album. Een totaal overbodige dvd. Het is slecht gefilmd, slecht gemonteerd en ook de inhoud is gewoon niet interessant. Met name Pointer blijkt een enorm gebrek aan humor te hebben (zijn ‘hoe-moet-je-goed-een-koptelefoon-opzetten-instructie’ is pijnlijk niet leuk).

Maar ik wil niet in mineur eindigen. Arena is weer terug te vinden in de top van de neo-prog en heeft met dit album een uitblinker afgeleverd. Dit album moet je vooral vaak beluisteren, want het is een echte groeiplaat. Niet het beste Arena-album, maar zeker beter dan “Pepper’s Ghost”.

Maarten Goossensen

Bestel deze cd rechtstreek bij Discorder.

Progwereld | Recensies