
Wie dacht dat Mattias Norén geen artwork meer maakte, kan nu ernstig in vertwijfeling raken. Want uit het niets staat hierboven toch weer het uiterst herkenbaar werkje van de Noor, die een paar jaar geleden is gestopt met het ontwerpen van cd covers, omdat het gewoonweg niet meer lucratief bleek te zijn. Of eigenlijk: hij werd vaak niet betaald voor zijn diensten. Hoe het komt dat er nu plotseling toch weer een cd cover van zijn hand verschijnt, zal ik u hieronder uitleggen.
Het heeft te maken met het feit dat deze cd nogal wat voeten in aarde had om uitgebracht te worden. Grondlegger en componist van dit project is de van oorsprong Duitser Fred Epe, die al sinds zijn jeugd in Nederland woont. Reeds in 2005 is hij begonnen met het componeren van dit dubbelalbum en heeft daarbij hulp gekregen van broer Michel Epe en ‘Glenn’. Het contact met Mattias Nóren werd in 2007 gelegd en al snel lag er een ontwerp voor het album klaar. Netjes betaald en afgehandeld kon Fred Epe dus nog als één van de laatste artiesten beschikken over het mooie artwork van de Zweed, aangezien Nóren kort daarna stopte met het ontwerpen van cd covers. Echter, toen was de muziek van Fred Epe nog niet klaar. Dat duurde nog een paar jaartjes meer, maar meer hierover leest u in het interview.
Ik bespreek voor u een echt sci-fi concept album. Niet ongebruikelijk in onze geliefde muziekstijl, maar dit verhaal is wel bijzonder fascinerend en doordacht ten gehore gebracht. Kortgezegd is het een klassiek verhaal van twee jonge mensen uit verschillende sociale klassen dat zich afspeelt in de verre toekomst in de stad Utopia City. Door oorlog tussen Utopia City en een andere stad moeten verschillende bevolkingsgroepen vluchten met behulp van een ruimteschip dat naar Mars vliegt. Daar moet een nieuw bestaan opgebouwd worden. Volgt u mij nog? Gemakshalve verwijs ik u ook nu graag naar het interview, waar Fred Epe zelf uitvoerig verslag doet van het boeiende verhaal.
De muziek die Fred Epe ons voorschotelt is niet makkelijk te omschrijven, sterker, op sommige momenten is het gebodene bijzonder complex. Nummers als In The Neme Of Ishmael en Solar Blast zijn erg intensief, maar nergens wordt het melodieuze karakter onderbroken. In sommige gevallen kan ik wel een vergelijk trekken met een band als The Aurora Project. Sommige intensieve passages worden ook op vakkundige manier luchtig afgewisseld. Zo wordt Deimos Theme opgeluisterd door wat getokkel op een Spaanse akoestische gitaar, met een bijzonder mooie bijdrage van Ruth Maassen, die samen met Fred het merendeel van de zang voor rekening neemt. Bijzonder prettig nummer hoewel het op het laatst toch weer naar de heftige kant gaat. Ook het door Damian Wilson ingezongen nummer Unexpected Twists and Turns is kippenvel stimulerend en briljant in al zijn eenvoud gecomponeerd. Wat kan een Spaanse gitaar wel niet teweeg brengen! Verder omvat het album invloeden van hardrock, jazz-fusion en zijn er regelmatig soundtrackachtige passages te beluisteren met inbegrip van ongebruikelijke geluidjes en bliepjes. Daarnaast barst het dubbelalbum van verschillende maatsoorten, arrangementen en heeft het nummer The Uranium Machine een duidelijke invloed van computergames meegekregen. Maar begrijp me goed, dit album is muzikaal mooi en zorgvuldig opgebouwd. Conceptueel en opbouwtechnisch gezien kan je dit album eenvoudig vergelijken met dat van Ayreon of Tobias Sammet’s Avantasia.
Wellicht het vermelden waard: Epe heeft op het album hulp gekregen van wat bekende namen uit de progscene. Zo heeft Damian Wilson een aantal tracks ingezongen en heeft Karl Groom van Threshold een gitaarsolo ingespeeld. Ook Alejandro Millán (ex Stream Of Passion) heeft een groot gedeelte van de pianostukken voor zijn rekening genomen.
De productie van dit album verdient echter wel wat kanttekeningen. Hoewel het geheel gemasterd is door Karl Groom, niet de minste in productieland, zitten er wat rauwe randjes aan het album. Niet vervelend, ook niet storend maar ik zou toch bij een vervolg wat meer perfectie in de opname en mix willen horen. De zang is zo hier en daar wat te ver in de muziek gemixt of ligt er juist teveel bovenop, hoewel Epe in een mondelinge toelichting tot deze recensent heeft aangegeven dat hij juist wilde dat er een rauw randje aan de productie zit. Keuzes die alleen de artiest moet en mag maken. Het album blijft hoe dan ook een waar avontuur. Je wordt tussen verschillende gemoedstoestanden gesmeten, de spanningsboog blijft lang gespannen en alle muzikanten tonen aan een bijzonder goede basis te hebben. De ‘onbekende’ muzikanten als Michel Epe en Glenn doen absoluut niet onder voor doorgewinterde muzikanten als Damian Wilson en Davy Mickers. Fred Epe heeft het in zich om een bijzonder begenadigde componist te worden die kan concurreren met de grote namen, mits zijn ontwikkeling gestaag door gaat.
Hoewel dit album niet specifiek baanbrekend of vernieuwend klinkt, moet ik zeggen dat het een verfrissende en welkome afwisseling in het toch al rijke aanbod van het jaar 2010 is. Een snoepje dat aan de buitenkant lekker smaakt, maar nog niet verslavend werkt. Naarmate je meer en meer van de buitenkant sabbelt wordt het midden steeds lekkerder. En als je eenmaal bij de kern terechtkomt kan je er geen genoeg van krijgen. Ik zou zeggen, probeer dat snoepje eens. Vooral als je van verrassingen houdt.
Ruard Veltmaat

