In deze maandelijkse column laat Dick van der Heijde z'n gedachten gaan over symfo en de rol die muziek speelt in z'n leven. Dick is geheel verlamd, kan niet praten, communiceert letter voor letter met z'n ogen maar bovenal is hij, zoals hij zelf zegt, al een kwart eeuw helemaal kierewiet van het genre. 

Toeter

Ik vind het opmerkelijk dat het woord 'blazer' in recensies zo vaak wordt uitgesproken als 'blezer'. Alsof het om een kledingstuk gaat. Ik vind het ook opmerkelijk dat een sax in recensies zovaak  wordt afgedaan als een toeter. Dat stoort me vreselijk. Een toeter is zo'n ding met een rubberen knijpbal en niet het instrument waar ik 16 jaar met plezier op gespeeld heb. Ik had een sopraan, een  alt en een tenor, waarbij ik m'n voorkeur duidelijk had liggen bij de alt.

Dat nog al wat symfomanen de sax maar niks vinden, kan ik niet goed begrijpen. Emotie, variatie en melodie zijn hoog gewaardeerd binnen de symfo en juist deze aspecten heeft de sax te bieden. Het is een emotie-instrument bij uitstek. De klank wordt voor een groot deel bepaald door de lucht die je er doorheen blaast. Een fysiek gebeuren want ook de keel en de stand van de kaken, lippen, tanden en tong spelen een rol. Je zit er als het ware helemaal aan vast. Het hele lichaam draagt bij aan de expressie.

Al jaren is Mel Collins m'n favoriete saxofonist. Zijn intonatie en gevoel voor timing zijn enorm. In City Life van Camel (''Nude'') zit een lekker sappig saxsolootje, typisch Mel Collins. Op de livedubbelaar ''Never Let Go'' speelt Mickey Simmonds die op synthesizer. Dat is dus maar niks. Het haalt het niet bij het origineel. De sax behoort net als de viool en de dwarsfluit tot de meest gebruikte ‘kleurpotloden’ van de symfo.  

Vaak zorgt een sax voor de juiste afwisseling op een cd of in een nummer middels een melodisch thema of een flitsende solo. Fraaie voorbeelden hiervan zijn: De ultieme kippevelsolo van Barbara Thompson in Singing the Dolphin Trough van Manfred Mann (“The Roaring Silence”), het creatieve vlechtwerk van David Jackson bij Van Der Graaff Generator in een nummer als A Place To Survive, het sfeervolle The West Side op het Phill Collins-album Hello,”I Must Be Going!” de verstillende klanken in Pulsar's tara (”Görlitz”), de scheurijzersax in The Spy (PTS:“Tides”) en de keurig op z'n plaats vallende bijdragen van Tony Wright aan Subterranea van IQ. Van het simpele spel in Maneater (Hall and Oats) tot de virtuoze ridels van Michael  Brecker in Black Nappins (Zappa:”You Can’t Do That On Stage Anymore” vol.6), de sax laat de stemming altijd kantelen.

Door de ligging van de kleppen is de melodievorming anders dan bij een gitaar of toetsen instrument. Persoonlijk hield ik er nogal van om te spelen met grote toonafstanden (intervallen) net als bij Your Latest Trick van Dire Straits, de mooiste saxmelodie ever.

Het moet me van het hart dat ik het oneens ben met de bewering dat de sax een jaren ’80 hype is. In de jaren ’80 was het misschien een hype, okay, maar ik zou het beslist niet om willen draaien. De sax is meer dan dat alleen.

Dick
dvdheijde@zeelandnet.nl

terug naar de column pagina


(c) 2003 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign