|
|
|
In
deze maandelijkse column laat Dick van der Heijde z'n gedachten gaan over
symfo en de rol die muziek speelt in z'n leven. Dick is geheel verlamd, kan
niet praten, communiceert letter voor letter met z'n ogen maar bovenal is hij,
zoals hij zelf zegt, al een kwart eeuw helemaal kierewiet van het genre. M'n
scanner maakt de laatste tijd overuren. Ik ben bezig om al m’n cd-hoesjes in
de computer te zetten, een hele klus. Niet dat ik nostalgisch wil klinken,
maar de indrukwekkende uitstraling die de lp-hoes had, behoort tot het
verleden. Tegenwoordig mogen we het doen met een pietepeuterig 12 bij 12
centimeter formaat en dat kan ik dus slecht zien. Hou het er maar op dat ik
niet kan accomoderen met m’n ogen. De computer biedt uitkomst, want behalve
dat hij de afbeelding dubbel zo groot maakt, kan hij ook inzoomen op details.
Kan ik eindelijk die mensen op “The Masquerade Overture” van Pendragon
eens goed bekijken. Vaak
gaven lp-hoezen een meerwaarde aan de muziek. Kunstenaars als Paul Whitehead (Genesis),
Roger Dean (Yes),
Hipgnosis (Pink Floyd, Alan Parsons Project) en
Hugh Syme (Rush) wisten mij altijd
te boeien met hun meestal surrealistisch aandoende werken. Geobsedeerd
door hun creaties, ondersteund door de meest fantastische muziek zat ik
urenlang op mijn slaapkamer met een hoes in m'n handen. Ik wilde alles weten.
Elke vierkante millimeter bestudeerde ik, alsmede alle teksten en zo. Het
waren toch ook de gewone foto's die mijn aandacht kregen. De live foto’s op
de Kansas-dubbel-lp
“Two For The Show” versterkten mijn euforische gevoel, vooral die van de
energieke Steve Walsh in zijn gele sportbroek, de dromerige Kerry Livgren die
met zijn ogen dicht opging in zijn gitaarspel en de achterovergebogen violist
Robby Steinhardt. De illustratie op de voorkant (twee schoonmaaksters die een
programmaboekje van Kansas zitten te lezen in de inmiddels verlaten
schouwburgstoelen) in combinatie met de toepasselijke titel “Two For The
Show”, de muziek en de foto's maakte van deze dubbel-lp een geweldig geheel.
Hoesontwerpers
als Mattias Norén leveren tegenwoordig uitstekende producten af. Het artwork
van de cd is door de jaren heen flink ontwikkeld. Desondanks blijft het
formaat belachelijk klein. Het verheugt me als ik zie dat een cd-hoesje
uitgeklapt kan worden tot een postertje zoals bij “Venus” van Everon.
Dat kan ik goed zien, net als de hoesjes in m’n computer. Terwijl ik deze zinnen schrijf, samen met m’n moeder, vraag ik haar of ze me de Everon-cd wil laten zien. Ze pakt de cd, ontvouwt het hoesje en houdt het postertje op de juiste afstand voor me. Minutenlang staar ik naar het buitenaardse wezentje op de afbeelding. ’Kijk, daar heb ik nog eens wat aan’. |
|
|