Symfo
in de trein
door Maarten Goossensen
Hoe
groot is de kans dat je een symfo-fan tegenkomt in het dagelijks leven? Daar
zat ik laatst in de trein over na te denken. Die kans is niet al te groot denk
ik. Heel veel symfomanen zijn er nu eenmaal niet en helaas zijn ze niet aan
bepaalde kenmerken te herkennen.
Ik
reis veel met de trein. Ik woon in Zoetermeer en ik werk in Den Haag, totaal
doe ik er 50 minuten over om op mijn werk te komen. Die reis is elke dag weer
een heilig moment. Het is het enige moment van de dag waarop ik ongestoord op
mijn discman naar mijn muziek kan luisteren. Terwijl de Randstad met zijn
drukte langs me heen glijdt, geniet ik van de symfonische klanken. Zo ook op
die woensdagmiddag op de vierde februari in de Zoetermeer Stadslijn. De coupé
was lekker rustig en ik had de vier stoelen voor mezelf. Aan de andere kant
van het gangpad zat een man met een koptelefoon op een tijdschrift te lezen.
Nieuwsgierig als ik ben, kijk ik zo onopvallend mogelijk welk blad hij zit te
lezen. Mijn hart springt op. Zie ik het nou goed? Ja hoor, de man zit in de iO
pages te lezen!
Opeens
is deze onbekende man heel interessant geworden. “Zo ziet een symfomaan er
dus uit” denk ik. De man is ergens achterin de dertig, hij heeft donker
springerig haar en hij is keurig geschoren. Hij draagt donkergroene
bergschoenen en een grijze broek met daarop een oud, bruinleren jack met
zwarte mouwen en een zwarte kraag. Ik heb nog nooit een symfoliefhebber
gesproken die veel met de mode bezig is, “wij symfomanen” weten ons geld
wel beter te besteden, dus wat dat betreft voldoet hij aan het (stereo)beeld.
Mijn
hart klopt in mijn keel. Zal ik hem aanspreken ? Ik weet eigenlijk niet zo
goed wat ik moet zeggen. Ik kan natuurlijk vragen waar hij op dat moment naar
luistert, maar ik besef me terdege hoe stom dat klinkt. Hoe kan ik het ijs
breken? ”Vind jij de interviews van John Bollenberg ook altijd zo
langdradig?”. Op zich een leuke openingszin, die meteen een discussie zou
kunnen opwerpen, maar ik besluit hem niet aan te spreken. Ik durf het niet.
Toch
wil ik hem eigenlijk wel laten weten dat ik ook tot het proggilde behoor. Ik
haal de cd´s die ik voor die dag meegenomen heb uit mijn tas. Opzichtig kijk
ik de boekjes in van “Passengers” van Mostly Autumn, “Alone”
van Clepsydra en “The Sun Also Rises” van Knight Area door,
maar de man kijkt niet op of om. Met chirurgische precisie leest hij het
jubileumnummer van iO pages. Zijn vingers glijden over de bladzijdes om
zeker te weten dat hij geen stukje overslaat. Ondertussen tapt hij met zijn
schoen op de maat van zijn muziek mee. “Waar zou hij naar luisteren?”,
vraag ik mezelf af. Ik zet mijn diskman even uit, misschien staat zijn muziek
wel zo hard dat ik iets kan horen. Maar helaas, ik hoor alleen het denderen
van de trein.
De
man pakt zijn bruine versleten aktekoffer en klikt hem open. In de koffer ligt
alleen een groene broodtrommel en een krant. Voorzichtig en met veel respect
legt hij zijn lijfblad in de koffer. De koffer laat hij op schoot liggen. Zijn
muziek moet nu echt aan een hoogtepunt toegekomen zijn. Zijn voet tapt harder
en zijn hoofd beweegt ritmisch op en neer. Met zijn handen trommelt hij op
zijn koffer mee. Dan staat hij op en loopt naar de deuren, hij moet er op
hetzelfde station uit als ik. Ik loop achter hem aan. De trein staat nog niet
stil en we wachten bij de deur. Hij is nog steeds in extase, zijn hoofd gaat
nog steeds op en neer en met zijn opgeheven hand geeft hij het ritme van de
drums aan. De mensen in de trein kijken hem aan of ie niet helemaal fris is,
maar ik weet wel beter. Daar staat een man optimaal te genieten van zijn
muziek, ONZE muziek. Geweldig om te zien en zo herkenbaar.
Op
het perron wordt hij opgewacht door zijn zoontje en zijn vrouw. Hij is
getrouwd! Hoe zou zijn vrouw zijn muziek vinden ?
Als
ik thuiskom vertel ik meteen heel enthousiast aan mijn vrouw dat ik in de
trein een man met een iO pages heb gezien. “Ja? En?”, vraagt ze
niet begrijpend. Die avond in de sportschool zie ik Markwin. Ik vertel hem dat
ik een man met een iO pages in de trein zag zitten. “Joh! Kicken! Heb
je hem nog gesproken”? roept hij uit. Zie je wel, wij symfoliefhebbers
begrijpen elkaar!
maarten@progwereld.org
terug
naar de column pagina