|
|
|
In deze maandelijkse column laat Dick van der Heijde z'n gedachten gaan over symfo en de rol die muziek speelt in z'n leven. Dick is geheel verlamd, kan niet praten, communiceert letter voor letter met z'n ogen maar bovenal is hij, zoals hij zelf zegt, al een kwart eeuw helemaal kierewiet van het genre. Het
is begonnen toen een vriend me een paar jaar geleden twee
verzamelcassettebandjes gaf, m’n Zappa-verslaving. Nummers als The Evil
Prince, Approximate , Why Does It Hurt When I Pee en Florentine Pogen
brachten mij totaal in vervoering. Sodemieter, die Sikmans. Dit was echt goed.
Ik had het euforische gevoel dat ik ook kreeg toen ik Genesis voor het
eerst hoorde. Ooit had ik de lp “Zoot Allures” wel eens gekocht maar had
hem waarschijnlijk toch niet zo goed op z’n waarde weten te schatten. Wat me
het meest aansprak van de bandjes waren de complexe ritmes, niet zelden
ondersteund door ziedend vibrafoonspel. Ook erg sterk vond ik de gloedvolle
zang in nummers als Lucille en Charlie’s Enormous Mouth
alsmede de vele gitaarsolo’s. Ik
nam me voor om flink wat geld te steken in de cd’s van het genie. Een vriend
van me liet me zijn Zappa–collectie zien. Meer dan vijftig cd’s verschenen
om beurten in mijn gezichtsveld. Elke keer werd er iets bij verteld. Ik kon
het niet allemaal onthouden natuurlijk. Toen ik mijn eerste cd’tje had
gekocht (“Studio Tan”) dacht ik een heel goeie te hebben gekocht, maar er
was mij indertijd juist gezegd dat juist deze een heel slechte was.Om de
vergissing goed te maken schafte ik “Make A Jazznoise” aan, een steengoede
dubbellive-cd met messcherpe blazers. Ik kocht ook “The Best Band You Never
Heard In Your Life” (beide cd’s stammen uit de latere periode van Zappa en
dat vind ik de beste periode). Inmiddels
leerde ik zijn oeuvre goed kennen. Ongeveer 35 cd’s staan bij mij in de
kast, van het oudere werk met The Mothers Of Invention, met platen als
“One Size Fits All” via het briljante “Sheik Yerbouti” (met Terry
Bozzio) tot “Broadway The Hard Way”, één van de laatste platen die hij
maakte.
Het verbaast me dat ik naast m'n symfo-liefde nog zoveel ruimte over had in de top van mijn smaak. Bij Zappa hebben veel muzikanten gespeeld die later in de symfoscene ook zouden opduiken (o.a.Chester Thompson, Eddy Jobson, en Adrian Belew ). Naast een aantal overeenkomsten, zoals complexe ritmes en verrassende wendingen, zijn het toch de verschillen die mij juist zo aanspreken. Het weerbarstige van de nummers vormt een mooi contrast met de meeslepende symfo-sound die mij altijd omringt. Een prettige bijkomstigheid is dat na een dagje Zappa ik weer zo ontzettend uit mijn dak ga van een heerlijk potje symfo. |
|
|