In de resultaten van de Progwereld Poll las ik dat er bedroevend weinig
jongeren hadden deelgenomen aan de enquête, ondanks de prachtige prijzen die
er te vergeven waren. Eerlijk gezegd kan dit mij weinig verbazen, omdat ik uit
ervaring spreek wanneer ik zeg dat jeugdige symfomanen bijna zonder
uitzondering een ‘mentor’ hebben inzake progzaken. Ikzelf bijvoorbeeld ben
in aanraking gekomen met iO-Pages door een leraar Duits met wie ik mij ook met
enige regelmaat naar concerten begeef.
Ik op mijn beurt geef mijn aldus verworven kennis door aan mijn vrienden,
zodat ook zij geïntroduceerd worden in de wereld die prog heet. Uit mijn
verwoede pogingen anderen warm te maken voor de verrukkingen die ‘onze’
muziek kan bieden, zijn enige verse symfomanen ontstaan. Anderen (tot mijn
spijt) kunnen zich echter wel degelijk vinden in de coupletten en de refreinen
van nummers, maar zodra de muzikanten beginnen met dat ‘gepiel en prililili’,
haakt men af. En ik - redevoerend, pratend als Brugman, in euforische termen
de kwaliteiten van een band uitdrukkend - sta tegen dovemansoren te
praten.
En wederom verwonder ik mij dan over de verandering van de samenleving. Hoe
kan het dat de muziek die in voorgaande eeuwen genoten werd - grotendeels
instrumentaal en regelmatig van complexe aard - nu vervangen wordt door
minderjarige, vaak Amerikaanse, huppelzangeresjes, die het hijgen in
driekwartsmaat al progressief vinden? In deze column geef ik mijn visie
op het (mijns inziens) verval van de publieke smaak...
Gemakszucht is heden ten dage het toverwoord. De opmars van de
magnetronmaaltijd is een tot dusver niet te stuiten ontwikkeling gebleken en
een auto moet een inparkeerhulp hebben. Het pure ambacht van vloeken en
herhaaldelijk insteken is tegenwoordig tot kunst verheven, evenals de
vaardigheid meer dan drie akkoorden te kunnen spelen op een instrument.
Dientengevolge wordt Top of the Pops overspoeld met acts die muziek maken à
la Tangerine Dream, maar dan zonder synths, gitaren of andere kenmerkende
elementen. Alleen de tsjikke-boem beatbox blijft over, luide ritmische
geluiden uitbrakend, waar overheen kleurlingen yo-yo-en en jongedames hun
lichaam strelen terwijl ze allerhande seksuele toespelingen doen, de
luisteraar uitnodigend tot het betere handwerk of nog meer. Vunzigheid ten
top, het ligt er zó dik bovenop dat het sarcasme dat ooit de teksten
bepaalde, volledig verdronken is. Een klassiek geval van bomen en bossen in
een onevenwichtige ratio... Het luisteren naar dergelijke muziek vergt van de
luisteraar niet meer dan een half oor en minieme concentratie.
Aldus is het concept van pure gemakszucht doorgedrongen in de muziek; men
wil wel naar muziek luisteren maar niet nadenken. Aan de andere kant van het
populaire spectrum vinden we mensen, singer-songwriters of hun Nederlandse
alter ego’s, die wellicht bij tijd en wijle nadenken over hun teksten
(alhoewel ze het gemiddelde Lord of the Rings-niveau waarin de prog
excelleert, niet halen), maar dan weer muzikaal nog minder inspirerend
zijn.
Als derde hoofdlijn van de hedendaagse pop vinden we de ‘rock’: acts en
bands als Anouk, Keane en Saybia, die wél langer dan vier minuten aan een
melodielijn durven besteden. Mensen die hier naar luisteren, worden reeds ‘alternatief’
genoemd en wanhopig proberen zij vast te houden aan deze geuzennaam.
Het meest opvallende aan deze schets wordt duidelijk als ik een artikel
omschrijf dat enige weken geleden in de dagbladen stond: het artikel berichtte
dat mensen die naar rock c.q. metal luisteren, gemiddeld het laagste IQ hebben
van de luisteraars van alle muziekstromingen. Daar viel mijn bek van open, ik
vermoedde meteen dat de onderzoekers niet een realiteitsgetrouw
steekproefsgewijs onderzoek hadden gedaan.
Het kan toch niet dat wij - afgaand op onze muzieksmaak - dommer zijn dan
mensen die naar bijvoorbeeld trance luisteren? Overigens bevinden symfomanen
zich in een vreemd gebied: symfo is over het algemeen een cross-over van rock
met jazz en/of klassiek. En laten nu net de liefhebbers van de laatste twee
genres de hoogste IQ’s hebben... (overigens hebben wij de band IQ en daar
mogen we ook heel trots op zijn).
Ik verkeerde al jaren in de veronderstelling dat deze clichématige
opvatting in verval was geraakt – waarom zouden rockers per definitie dommer
zijn dan liefhebbers van andere genres? Ook vanuit mijn eigen ondervindingen
valt deze uitkomst niet te rechtvaardigen. Ik spreek uit eigen ervaring dat
júist op de hogere vormen van het middelbare onderwijs (HAVO en VWO) de
dichtheid van rockliefhebbers hoger is dan op bijvoorbeeld het VMBO. Het is
natuurlijk voorbarig om te concluderen dat rockliefhebbers juist
intelligentere mensen zijn, maar het moge duidelijk zijn dat zelfs vermeend
wetenschappelijk onderzoek tot een wellicht statistisch juiste, maar praktisch
incorrecte conclusie kan komen.
Om terug te komen op het verval van de muziek: wie herinnert zich niet de
jaren ’70, waarin bands als Genesis, Yes en Pink Floyd de algemene smaak
bepaalden? (Ik eigenlijk niet, ik ben uit 1987, maar muzikaal ben ik wel een
’70er) Dit werd tenietgedaan door de opkomst van de punkbeweging in de
tweede helft van de jaren ’70 en van hier af aan was de Top-40 een plek waar
nummers van langer dan vier minuten slechts moeilijk een notering krijgen. Ook
de andere muziekstromingen van destijds, dat wil zeggen de toenmalige popacts
(Middle Of The Road etc.) hebben bijgedragen aan het versoepelen van de
muzieksmaak. Muziek hoeft vaak alleen nog maar achtergrondgeluid te zijn of
mag andere emoties dan woede of ontroering oproepen. Ook moet muziek ‘dansbaar’
zijn, oftewel: het moet geschikt zijn om enkele duizenden jongeren twee uur
lang in een zelfgekozen spasme te laten verkeren...
In vroeger tijden echter diende muziek óf een duidelijk doel (bijvoorbeeld
om een verhaal te vertellen) óf was het een spirituele aangelegenheid:
middeleeuwse componisten trachtten de stem van God te horen en door te geven.
Ook volgens het oorspronkelijke Pythagoreïsche principe (Pythagoras heeft
bijvoorbeeld de octaven vastgesteld) was muziek een aetherische
aangelegenheid: de beweging van de sterren was datgene dat volgens Pythagoras
muziek maakte; door te componeren volgens Pythagoras’ formulae zou de zang
van sterren gehoord kunnen worden...
Muziek is tot in de late middeleeuwen ook gezien als exacte wetenschap;
alles werd gemaakt volgens een wiskundig principe. Feitelijk is de
progressieve muziek dan ook begonnen in de middeleeuwen toen componisten niet
langer wilden voldoen aan Pythagoras’ wiskundige definitie van de muziek.
Muziek moest echter wel van een ongekende schoonheid zijn, anders had zij geen
kans op voortleven. Wie is er van mening dat Gentle Giant een alleenrecht op
samenzang heeft en dat Spock’s Beard deze fakkel heeft overgenomen? Ik laat
u niet langer in de waan: de schoonste samenzang is nog steeds
Gregoriaans.
Alle lang levende muziek baseert zich op eeuwenoude principes en daarom kan
ik mijn klaagzang optimistisch eindigen: de muziek die heden ten dage populair
is, zal vlot weer vergeten zijn, terwijl bands als Genesis al 35 jaar alom
beluisterd worden. En het best verkochte album aller tijden is een progressief
album: Pink Floyd’s "Dark Side Of The Moon". De hedendaagse pop is het obscure
verleden van morgen. Jim? Wie?