|
Wereldse
Meningen
De plek waar leden
van het Progwereld team hun hart kunnen luchten.
De
inversie van de prog
door
Chris Cusack
In de jaren ’70 werd de progressieve rock voornamelijk gekenmerkt door bands
die probeerden een equilibrische samensmelting van het symfonische karakter
van klassieke muziek en het nieuwe, rauwe geluid van rockmuziek, jazz en blues
te vervaardigen. Dit culmineerde vaak in lange nummers met uitbundige
orkestraties, vaak met meerdere lagen van toetsenpartijen als basis, zoals
bijvoorbeeld Close To The Edge van Yes, of ook met behulp van echte orkesten of
strijkers- c.q. blazerssecties, zoals Uriah Heep’s Salisbury Hill. Destijds was er nog weinig onderscheid tussen
bijvoorbeeld symfonische rock, krautrock etc. Dit omdat bands nog
daadwerkelijk progressief waren; doordat bands als Yes, Genesis en Pink Floyd
continu vernieuwend waren, kon er niet gesproken worden van een werkelijk
genre, hoogstens van een invalshoek. Al de zogeheten progressieve bands uit de
jaren zeventig worden gekenmerkt door dat zij klassiek geïnspireerde muziek
vervaardigden met behulp van destijds zeer moderne apparatuur, zoals
Mellotrons en allerhande synthesizers. Dit alles echter vond zijn climax in de
over-the-top podiumacts van bands als ELP en Pink Floyd. De progressie en pure
emotie van de muziek had plaatsgemaakt voor een gevestigde scene en tegen de
schijnbare decadentie van veel bands ontstond een beweging; in 1977 ontstond
de punk, die in zijn eenvoud weerwoord wilde bieden aan het ingewikkelde van
de progressieve en symfonische rock. De prog bleef voortleven, uit de
spotlights gejaagd maar niet minder actief. Tot nu...
Al
langere tijd verbazen verschillende dingen mij: ten eerste, dat de
progressieve rock steeds populairder lijkt te worden en, ten tweede, dat de
definitie van goede progrock lijkt te verschuiven, te inverteren haast.
Het
eerste is een ontwikkeling die al bezig is sinds medio jaren negentig, toen
bands als Spock’s Beard en The Flower Kings naam maakten met hun symfonische
rock, grotendeels gebaseerd op de muziek uit de jaren zeventig maar niettemin
zeer modern. Zij gebruikten (en gebruiken nog steeds) popstructuren waarop zij
dikke lagen orkestraties legden, oftewel veel nummers worden voor het
ongeoefende oor gekenmerkt door ‘meezingrefreintjes’ maar zijn toch lange
nummers met veel solo’s en tempowisselingen. Mijns inziens is pas hier de
neoprog werkelijk ontstaan, hoewel de basis uiteraard al in de jaren tachtig
was gelegd door acts als Marillion, Pallas en IQ. De neoprog wordt gezien als
een relatief toegankelijke vorm van progressieve rock en wordt daarom vaak
verguisd door de ‘echte’ progliefhebbers, mensen van de oude stempel die
alles wat neo heet beschimpen. Om de uitdrukking neoprog afdoende te
illustreren wil ik verwijzen naar het eerste nummer van het meest recente
studioalbum van The Flower Kings: Love
Supreme is een nummer van twintig minuten, met veel heerlijke solo’s
maar het meest kenmerkende is, dat er een refreintje inzit dat al sinds ik het
nummer voor de eerste keer hoorde, toen het album net uit was, blijft
rondzingen in mijn hoofd: It shines even
brighter, for each single day we’re climbing the ladder, it shines even
brighter, with a love supreme, all the work of the master’s hand. Een
andere naam om de neoprog aan te duiden is ‘The New Wave Of Progressive
Rock’. En nu is er iets gaande dat mijns inziens de benaming ‘The Second
New Wave Of Progressive Rock’ kan krijgen, en veel hoofdrolspelers zijn
reeds gevestigde namen…
Al
enige tijd lees ik regelmatig recensies die een plaat of een band prijzen om
dingen die vroeger taboe waren binnen het progressieve genre: nummers zonder
solo, korte nummers, songgerichte muziek... Ik kan dan maar een ding denken:
Aargh! Natuurlijk is het hele ‘aargh-idee’ een persoonlijke smaakvoorkeur,
maar het principe is wel degelijk op objectieve wijze van toepassing... Een
aantal in het oog springende voorbeelden: de meest recente cd van Fates
Warning, “FWX”, mist het sologeweld dat het oude FW-werk juist zo
kenmerkt... Een mede-progliefhebber opperde dat misschien Jim Matheos was
uitgeschreven, maar ik denk dat het een doelbewuste ontwikkeling is: het is
namelijk al twee albums gaande... Ook het nieuwe album van Saga kent slechts
één gitaarsolo, terwijl mijns inziens juist de solo’s van de zeer
getalenteerde gitarist Ian Crichton in combinatie met het klassieke iele
zanggeluid van Sadler Saga interessant maakte... platen als “Marathon” en
“Full Circle” zijn dan ook regelmatig in mijn cd-speler te vinden. Ook
onder debutanten is steeds vaker een dergelijke tendens te onderscheiden: neem
bijvoorbeeld de Nederlandse band novAct, die recentelijk hun debuutalbuum
“Tales From The Soul” hebben uitgebracht. Begrijp me niet verkeerd, ik
vind het een fraaie plaat, maar mijn favoriete nummers zijn de nummers met
langere solo’s, zoals bijvoorbeeld nummer drie. Punt is dat in veel
recensies, zoals in bijvoorbeeld de recensie van onze collega-site DPRP,
gezegd wordt dat een pre van dit album juist is dat de muzikanten wars zijn
van het overdreven soleergeweld à la Dream Theater... Pardon?! Werd Dream
Theater in 1993 met hun plaat “Images And Words” niet gezien als de
ultieme samensmelting van het symfonische karakter van de progressieve rock en
het venijnige van de heavy metal? En tegenwoordig lees ik steeds vaker dat
Dream Theater de recensenten ergert omdat de kenmerkende stijl als overdadig
beschouwd wordt...
En
dan zie ik het parabolische karakter van de geschiedenis: wat in de jaren
zeventig Yes verweten werd, namelijk datgene waardoor ze in de eerste plaats
geprezen werden, wordt nu ook Dream Theater verweten. En ondertussen tekent
zich een subgenre af binnen de prog, dat mijns inziens niet geheel onder de
progressieve rock past, omdat progressief heden ten dage slechts nog het genre
aanduidt en niet de aard van de muziek... Bands als novAct daarentegen zijn
wel degelijk progressief... ten opzichte van het genre! En hier zit datgene
wat mij niet zint: progressieve rock moet, mijns inziens, niet progressief
zijn, in zoverre dat ze juist wel haar eigen kenmerken bewaart: de complexe
constructies met veel ruimte voor instrumentaal. Dan rest mij nog een vraag:
waardoor ontstaat deze tegenbeweging? Is het doordat bands als The Flower
Kings dusdanig progressief zijn binnen hun kader dat ze half geïmproviseerde
jazznummers uitbrengen? Is het omdat mensen niet langer Dream Theater uit
kunnen staan? Is het omdat Neal Morse weg is bij Spock’s Beard? Zijn de
definities van het genre aan het veranderen of bestaat er juist binnen de
muziek een inversie van de kernwaarden...
Het
is niet zozeer dat de definities drastisch veranderen, het punt is al dat
‘progressief’ als genre reeds te veelomvattend is, zodat de muziek die
eigenlijk de hoofdstroming van het genre uitmaakte steeds meer in de
verdrukking raakt. De term progressief is een verzamelnaam geworden voor alles
wat óf symfonisch, of zo kleinschalig of controversieel is dat het nergens
anders bij hoort. Al met al ben ik van mening dat we terugmoeten naar een
overzichtelijke definitie van progressief, met een vastomlijnde vorm van
subgenres. Uiteraard kan er een continue toevloed blijven bestaan, alsmede
randgevallen, maar om de muziek ‘leefbaar’ te houden moet er een
Lebensraum gecreëerd worden, zodat voor de liefhebber van elk subgenre –
dus eigenlijk elk genre onder hetzelfde mom – het eenvoudiger wordt een
distinctie te onderscheiden tussen verschillende vormen van muziek zonder
daarbij met anderen te moeten discussiëren over wat een term behelst. En om
dit overzichtelijk en binnen de perken te houden moet niet bij wijze van
spreken elke band die een tempowisseling in een nummer verwerkt het etiket
‘progressief’ krijgen. De eigenlijke progressieve muziek is namelijk niet
meer progressief en wat wel progressief is, past door zijn natuur niet meer
binnen het genre...
christopher@progwereld.org
terug
naar de column pagina
|