Pink Floyd / Live8 - Hyde Park, London Engeland - Zaterdag 2 Juli 2005

Door: Charles Beterams
Foto's:  BBC

Donderdag 7 juli. Vijf dagen na Live8 bevind ik me nog steeds in een soort raar schemergebied dat over het immense terrein van Hyde Park is gespoeld. Ik ben net gevraagd om voor Progwereld een stukje te schrijven over de ervaring van tien uur wereldgeschiedenis in het hart van Londen, als diezelfde stad getroffen wordt door een aanslag die je in vier bedrijven weer terugbrengt op de normale wereld. 
De aankondiging van Live8 komt niet geheel als een verrassing. Al maanden speculeren de verschillende media danig over een opvolger van Live Aid, exact twintig jaar na 1985. Als destijds dertienjarige kan ik me weinig meer herinneren van het concert, behalve dan dat ik een kwartiertje Dire Straits heb opgenomen. Ook dat er iemand (Phil Collins) zowel in Londen als Philadelphia speelde en van de ene naar de andere plek vloog met een Concorde was wel iets bijzonders.

Als Sir Bob Geldof eind mei dan ook Live8 voor 2 juli bekendmaakt, maar net meer dan een maand voorafgaand aan  het concert, neem ik het dan ook voor kennisgeving aan. Even circuleert het gerucht over een Pink Floyd reünie, maar ook dat is niet iets om wild van te worden. Nick Mason heeft in het circus rond de promotie van zijn Pink Floyd biografie meerdere malen laten merken wel in te zijn voor een reünie. Die lijkt echter ver weg en bestemd voor een heel speciale gebeurtenis. En daar denk ik op dat moment bij Live8 niet direct aan. Natuurlijk, het is een rechtstreeks gevolg van Live Aid. De gestelde doelen komen me echter nogal als naïef en abstract over: de G8 conferentie van enkele dagen later, woensdag 6 juli, bewegen flinke stappen te zetten in de vermindering van de schulden van de arme landen. Als de G8 al een bijzonder ondoorzichtig geheel is, dan is de beïnvloeding daarvan een twijfelachtig initiatief. En dan zeker niet een aanleiding voor Pink Floyd om een kwart eeuw koude oorlog opzij te zetten. Dat ik daarbij een tweetal denkfouten maak, wordt me zondagmiddag 12 juni snel duidelijk. Als uit het niets valt op die middag het nieuws op de mat dat Pink Floyd voor Live8 bij mekaar komt. De rol van Bob Geldof blijkt essentieel te zijn in de hernieuwde samenwerking van de heren Waters, Wright, Gilmour en Mason. Hij weet ze over te halen hun persoonlijke problemen even terzijde te leggen. En dat gebeurt ook. Het is niet de bedoeling de ruzies op te lossen, maar gewoon even terzijde te leggen. Zo simpel kan het dus.

Het concertreis-rampenplan is met ad hoc concerten van David Gilmour en Roger Waters de afgelopen jaren danig uitgetest en lijkt prima te werken. Het plan bestaat eruit om snel te peilen wie er meegaat en vervolgens kaartjes, reis en verblijf te boeken. Gezelschap, reis en verblijf zijn geen probleem, maar de kaartjes blijken dat wel. Sterker nog, het is onmogelijk om aan een kaartje te komen. Middels een sms-competitie worden de 150.000 beschikbare kaarten verloot… aan Engelsen. Geen probleem, aangezien de zwarte markt doorgaans uitkomst biedt in dit soort gevallen. Dat valt dus even vies tegen. Niet alleen eBay wordt drooggelegd, een aanbod van kaarten in het openbaar wordt niet of nauwelijks getolereerd. Dat het geen makkelijke zaak gaat worden wordt nog eens onderstreept als de aanwezige contacten ook geen soelaas bieden.
Gelukkig zijn we zo slim geweest een extra dag in Londen in te plannen, zodat we ter plekke nog iets kunnen regelen. Zover hoeft het echter niet te komen, want precies een week voor Live8 krijg ik een adres doorgestuurd waar men een soort VIP Hospitality arrangementen koopt inclusief overnachting. De kaarten geven ook nog eens toegang tot de Gold Circle, pal voor het podium. Wel even nadenken want er hang een behoorlijk prijskaartje aan, maar vervolgens toch maar besloten tot aanschaf. En zo staan we zaterdagochtend in een rij van hoogstens 15 meter voor de ingang van het voorterrein en een kwartiertje later hebben we een perfecte plek op zo'n twintig meter, recht in het midden. Soms zit alles mee.

Op dat moment ben ik wel benieuwd naar de verschillende optredens, maar is het hoofddoel nog altijd de Floyd reünie. De rest is meegenomen, oftewel voorprogramma. Over het inhoudelijke aspect van Live8 heb ik mijn gedachten helemaal nog niet laten gaan. Tien uur later denk ik daar even anders over. Waar je thuis nog wel eens weg dreigt te zappen, krijgt het publiek onder het motto 'voor wat hoort wat' de boodschap die Bob Geldof heeft uit te dragen haarscherp voorgeschoteld. Zonder onder maar één enkele poging zieltjes te winnen wordt de 150.000  aanwezigen een grote spiegel voorgehouden. Hoogtepunten, als je daarvan mag spreken, zijn de toespraken van Bill Gates, het Ethiopische meisje dat 20 jaar na Live Aid weer een toekomst heeft, het vingerknippen met Will Smith en de clip die achter The Who tijdens Won't Get Fooled Again wordt getoond. Met het vorderen van de dag ga je beseffen dat je onderdeel bent van iets bijzonders. Dat begint trouwens qua Pink Floyd beleving al veel eerder dan verwacht. Terwijl we ons opmaken voor de opening met Paul McCartney en Bono (”It was twenty years ago today”), ontwaren we links van ons een man van een jaar of zestig met een jong ventje… David Gilmour met z'n zoontje. Hij was in 1985 de enige die op Live Aid speelde (met Bryan Ferry) en nu dus gezellig even mee komt kijken. Zoals gezegd, soms zit alles mee. De hele dag is een aaneenschakeling van crème de la crème van de hedendaagse en niet meer zo hedendaags popscene. Sommigen maken hun faam meer dan waar (Annie Lennox, Coldplay, Keane, Robbie Williams, Stereophonics, The Who, Elton John), sommigen vallen tegen (R.E.M., Joss Stone, Dido). Weer anderen verrassen (Razorlight, Scissor Sisters) en dan is er nog Pink Floyd, natuurlijk. Pink Floyd. We moeten wel even geduld hebben, want de zon heeft het Hyde Park terrein inmiddels verlaten.

10.58 pm Greenwich Time. Ditmaal geen uitgebreide aankondigingen zoals bij bijna alle bands. Geen grote gebaren. Nee, Pink Floyd bepaalt nog altijd zijn eigen regels. De meerwaarde van het live aanwezig zijn betaalt zich al kort voor het concert uit, als je ziet hoe het podium langzaam gedraaid wordt en de opstelling van de apparatuur zich aan het publiek toont. Zo moet het dus. Simpel maar doeltreffend. De focus gericht op vier muzikanten. Links de WEM-kasten van David Gilmour. In het midden de bekende DW set van Nick Mason, schuin daarvoor de stek van Roger Waters en helemaal rechts Rick Wright met ondermeer z'n Kurzweil. Op de achtergrond ontwaren we Jon Carin (toetsen) en Tim Renwick (slaggitaar). Beiden hebben zowel met Pink Floyd als met Waters gewerkt, dus het zij ze vergeven.

Na rond de vijftig post-Waters Floyd concerten, David Gilmour solo en tijdens charities, Roger Waters solo, is het dan eindelijk tijd voor het slotakkoord. Gilmour en Waters samen op het podium. Licht uit dus en hartslag aan. Het gaat beginnen. Speak To Me, natuurlijk. Dark Side, kunnen ze niet omheen. De perfectie inleiding tot Breathe. Roger Waters, overenthousiast en elke noot met plezier spelend. Bewegingen naar het publiek en naar Gilmour. David Gilmour: meer stoïcijns dan ooit. Absoluut de leider op het podium, the man in charge. Breathe wordt mooi gebracht. Zo klinkt het dan dus. De vaak van bombastische extravagantie beschuldigde mannen blijken dus gewoon op hun best als ze dat allemaal weg laten. Wat dat betreft zijn Gilmour's soloshows van 2001 en 2002 geen momentopnames gebleken. Money is een toonbeeld van hoe Floyd het altijd wint van imitators. De rust die er van uitstraalt en de precisie is pijnlijk goed. Waters bast strak, Gilmour vlamt eroverheen. Fijn dat je af en toe een ijkpunt hebt, je zou er wel moedeloos van worden als tribute band.

Wish You Were Here. Waters neemt het woord en richt zich tot de drie mensen op het podium en Syd Barrett. Het lijkt erop alsof we hier de langste Fisherman's Friend reclame ooit aan het opnemen zijn. Twee akoestische gitaren. Twee mannen die eigenlijk ook niet weten hoe met elkaar om te gaan. Het gaat eigenlijk allemaal veel te snel, want na Wish You Were Here is het al weer bijna gebeurt. Comfortably Numb. Natuurlijk. De twee stemmen. De solo's. The Wall. Het nummer dat Gilmour schreef voor de plaat die Waters' magnum opus zou worden. En gespeeld zoals het hoort. Een lange solo is mooi maar moet wel wat toevoegen. Met twee solo's is Comfortably Numb al ruim bedeeld en zo ervaren de heren dat gelukkig zelf ook. Nooit gedacht dat ik 'Pink Floyd' en 'sober' nog eens in één zin zou noemen. Gelukkig zijn de meeste dingen gewoon zo als ze in de jaren zeventig ook waren. Er sluimert altijd iets bij Pink Floyd hetgeen ze ongrijpbaar maakt. Je ziet meer dan er ogenschijnlijk is. Tussen de regels door is het echter overduidelijk dat dit een cadeautje aan Bob is, misschien zelfs een cadeautje aan de fans die er zijn of over de hele wereld voor de buis hangen, maar dat het een eenmalige zaak was. De toekomst zal het uitwijzen, maar ik durf er een goede fles wijn op te zetten, dat op die gedenkwaardige 2e juli 2005, net voor half twaalf Engelse tijd, de zwanenzang van Pink Floyd heeft geklonken.

terug naar concertrecensies

progwereld


(c) 2005 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - design by HandS Webdesign