| Änglagård - Spirit Of 66, Verviers - maandag 25 augustus 2003 | |
|
Door: Christian Bekhuis Ondermeer gespeeld:Saknadens Fullhet Höstsejd New Song #1 Gånglåt Från Knapptibble New Song #2 Jordrök Sista Somrar Kung Bore (deel 2) Jordrök |
Soms moet je er een 3 uur durende autorit voor over hebben om bij een concert te zijn dat ongeveer 2 uur muziek bevat om vervolgens weer in 3 uur naar huis te rijden. Soms moet je dat er gewoon voor over hebben want soms weet je al op voorhand dat het concert een bijna legendarisch karakter zal hebben. Anglagård in Verviers was zo’n concert. Na een kort maar heftig bestaan in de periode 1992 – 1994 hield de band, met het uitbrengen van het tweede studio-album “Epilog”, het voor gezien. Met die twee albums had de band laten horen dat het nog steeds mogelijk was om, met een (nagenoeg instrumentaal) geluid gebaseerd op de mengeling van Genesis, King Crimson en zelfs een vleugje Italiaanse 70s prog, ook nog iets origineels toe te voegen aan het genre. Sindsdien veel gekopieerd maar nooit geëvenaard, laat staan overtroffen, kreeg de band al vlot een mythische status in het progwereldje. Groot was dan ook de verrassing en het enthousiasme toen bleek dat de band (minus gitarist / zanger Tord Lindman) in 2002 voor het eerst weer had samen gerepeteerd en vervolgens de uitnodiging aannam om op de 2003-editie van NEARfest te komen spelen. Shit… laat ik nou net niet van plan zijn om dit jaar daar naar toe te gaan! En dus richtte ik mijn positieve gedachten op een eventueel optreden ergens in de regio Nederland / Duitsland / België. En met die positieve gedachten stond ik dus deze bewuste maandagavond in het sfeervolle, kleine zaaltje voor het podium. Zouden ze kunnen voldoen aan die hooggespannen verwachtingen van mij? Na een, te lang, intro bestaande uit vreemde elektronische geluiden begon de band verrassend genoeg extreem ingetogen met Saknadens Fullhet; een korte compositie voor piano welke te vinden is als laatste nummer op hun album “Epilog”. Een bijzondere manier van openen die echter het effect had dat het enthousiaste publiek al snel muisstil werd. De laatste noten, vol van muzikale spanning, sterven langzaam weg en uit die stilte stijgt resoluut het onheilszwangere geluid van Mellotron-strijkers op: Höstsejd. Anglagård gaat vol gas van start en dan blijkt dat alle verhalen omtrent hun concerten correct waren; op plaat zijn ze al indrukwekkend, live mag men ze gerust overweldigend noemen. Deze band weet tenminste wat spelen met dynamiek is. Drummer Mattias Olsson laat al gelijk in dit eerste stuk een onuitwisbare indruk op mij achter. Nog nooit heb ik een drummer aan het werk gezien die zoveel besef heeft van spelen met dynamiek. Het hele scala aan mogelijkheden tussen subtiel zacht spelen en vol gas, expressief en snoeihard spelen word door hem benut. Maar hij liet het tijdens dit optreden niet alleen bij dit drumwerk maar viel af en toe ook te horen op elektrische sitargitaar en zelfs kort op harmonica. Het eerste nieuwe stuk wat voor het voetlicht treed, voorzien van de originele titel New Song #1, laat horen dat de band eigenlijk de draad heeft opgepikt daar waar ze het met “Epilog” hebben laten liggen. Met dien verstande dat met name dit stuk bij vlagen nog een stuk heftiger is dan we van hen gewend zijn. Opvallend is dat Anna Holmgren naast haar fluit nu ook een saxofoon, een mellotron en een theremin aan haar arsenaal heeft toegevoegd. En dan zou ik bijna nog de kindersynthesizer, de Stylophone, vergeten!! Na Gånglåt Från Knapptibble, een stuk dat nu te vinden is op de heruitgave van het debuutalbum “Hybris” en dat later in gewijzigde vorm ook nog zou opduiken op “Epilog”, slaat het onheil toe. Technische problemen! En wat wil je ook, een optreden met 3 (!!) mellotrons op één podium is natuurlijk ook de goden verzoeken. Het is de witte kast, die bij Anna Holmgren staat, welke alleen nog maar een storende brom weet te produceren. De band pakt dit goed op en gunt ons een kort kijkje in de keuken van Anglagård. Een jam wordt ingezet die bij vlagen wel iets weg heeft van Genesis’s The Waiting Room (Evil Jam) en die laat horen hoe goed deze groep muzikanten op elkaar is ingespeeld. Met name de eenheid drummer Olsson / bassist Johan Högberg is erg sterk te noemen. Laatstgenoemde is verantwoordelijk voor het soms donderende fundament van het geluid van deze band: zware, heftige (soms Chris Squire-achtige) baspartijen en dreunende baspedalen afgewisseld met ingenieuze ingetogen baslijnen. Na een korte pauze is het euvel zodanig opgelost dat er weer een acceptabel geluid uit Holmgren’s mellotron komt en is het eindelijk tijd voor New Song #2 (tegen die tijd door het publiek al omgedoopt tot New Song #66). Ook deze sluit naadloos aan op het materiaal uit het verleden en is ook van hetzelfde hoge niveau. Met Jordrök sluit de band de reguliere set overweldigend af. Maar mijn persoonlijke favoriet hadden ze nog niet gespeeld en daarvoor moesten we dus wachtten tot de eerste toegift: Sista Somrar. Tegen het einde van dit stuk ben ik even in “Prog Heaven”. Het publiek kan er geen genoeg van krijgen en met de tweede toegift krijgen we het slotgedeelte van Kung Bore voorgeschoteld. Op zich een beetje een vreemde oplossing maar omdat de band nu geen zanger meer aan boord heeft kan ik me deze keuze ook wel voorstellen. En nog kan het publiek er geen genoeg van krijgen. Het luidruchtige enthousiasme werkt aanstekelijk en uiteindelijk besluit de band nog één keer terug te komen. Toetsenist Tomas Jonson zet voorzichtig Prolog in maar tot algehele hilariteit van de band blijkt zijn mellotron op dat moment langzaam te ontstemmen. Jonson die overigens de hele avond heeft laten horen en zien dat hij een ware toetsenmeester is. Zijn agressieve orgelspel, vingervlugge Moog-loopjes, gevoelvol pianospel en omineuze mellotronklanken zijn een waar genot voor de oren. Gitarist Jonas Endegard, die misschien niet zo nadrukkelijk aanwezig is in het totaalgeluid van Anglagard maar wel degelijk ook een meer dan sterke indruk achter liet, laat de keus van de laatste toegift aan het publiek over. Mijn roep om één van de nieuwe stukken te herhalen is echter schijnbaar aan dovemansoren gericht maar ach… de schitterende gitaarmelodie uit het 11 minuten durende Jordrök leent zich nou eenmaal heerlijk om onbeschaamd mee te zingen. Die drie uur durende terugreis ging eigenlijk als in een roes aan me voorbij en ook de volgende paar dagen had ik nog regelmatig momenten dat ik met een gelukzalig gevoel terug kon denken aan mijn allereerste Anglagård concert. Ik hoop, voor mezelf maar ook voor die vele anderen die dit gemist hebben, dat we niet weer 10 jaar moeten wachten op een volgende gelegenheid. |
|
|