| Arrow Rock Festival - De Schans, Lichtenvoorde - vrijdag 9 en zaterdag 10 juni 2006 | |
|
Door: Christopher
Cusack en Frans Schmidt Info: |
Op vrijdag 9 en zaterdag 10 juni 2006 vond
in het afgelegen Lichtenvoorde alweer vierde editie van het Arrow Rock Festival
plaats. In twee dagen tijd bracht een ferm aantal geriatrische en een geringer
aantal ietwat jeugdiger rockgenootschappen op één van de twee sets planken hun
kunstje ten gehore aan het veeltallig opgedraafde publiek. Het weer was, in
strijd met de wet van Murphy, uitstekend, het neigde zelfs naar een te hoge
temperatuur, de provisies voor de innerlijke mens waren, zoals te verwachten
viel, haast onbetaalbaar en de sfeer uitmuntend.
Ook Progwereld gaf dit jaar met een tweetal afgezanten acte de présence op dit gemoedelijke muziekfestival, waar wederom voldoende te genieten viel voor de liefhebber van (progressieve) rockmuziek. De vrijdag bood een scala aan bands dat in vergelijking met het programma van zaterdag heel wat minder interessant te noemen valt voor de lezers van deze site. Wel traden er een twee bands op die mogelijkerwijs de liefhebber van progressieve rock, in het bijzonder tijdens hun hoogtijdagen, zullen kunnen aanspreken. Ten eerste was daar Uriah Heep, dat ondergetekenden door een buitensporige verkeershinder helaas niet konden gadeslaan, maar gelukkig mocht nummer twee fungeren als de afsluiter van de dag.
|
|
Aan het voorheen oer-Britse ensemble Deep
Purple, dat recentelijk nog een optreden in een uitverkochte
Heineken Music Hall gaf, was immers de schone taak de eerste dag van het
festival af te sluiten. Dit deed het collectief met verve. Ondanks de hoge
gemiddelde leeftijd van het gezelschap lieten Ian Gillan, Roger Glover,
Ian Paice en niet-originele leden Steve Morse en Don Airey immers
herhaaldelijk blijken dat ten eerste Deep Purple menig jonge band nog een
en ander kan leren en, ten tweede, dat een origineel Hammondorgel vele
malen beter klinkt dan een digitale versie. Gesteund door een fabuleuze
ritmesectie vormden Don Airey’s ‘duels’ met stergitarist Steve Morse
dan ook het muzikale speerpunt van de huidige Deep Purple.
Enigszins spijtig liet het vocale speerpunt het evenwel flink afweten. Nu is Ian Gillan in elk geval al jaren nog maar een schaduw van de gillende keukenmeid die in menig zolderkamertje vanaf "Made in Japan" de luisteraar toezong, maar nu klinkt ‘de stem voorheen bekend als De Stem’ gewoonweg onzuiver en onvast. Hij wist echter deze zwakheid wel te compenseren met een onuitwisbare glimlach en een surplus aan professioneel podiumvakmanschap. Met hun energetische, enigszins routinematige optreden met, naast wat nieuw materiaal, veel aandacht voor de klassiekers, zette Deep Purple bijgevolg toch een ferme punt achter de eerste dag van het festival. Deep Purple setlist (onder andere): Hush, Rapture Of The Deep, Strange Kind Of Women, Fireball, When A Blind Man Cries, Lazy, Space Truckin', Highway Star, Smoke On The Water en Black Night Het programma van de tweede dag zorgde alom voor verwarring en consternatie doordat er ten tijde van het ter perse gaan van het programmaboekje nog enige onduidelijkheid bestond over de uiteindelijke indeling van de dag. Starsailor had op het laatste moment afgezegd en in plaats hiervan mocht eerste reserve, het Poolse cultgenootschap Riverside, tot groot plezier van zijn fans alsnog komen opdraven. Na enig heen en weer geschuif kwam het gezelschap als openingsact in de tent te staan. Nu kunnen beide ondergetekenden zich in het geheel niet vinden in de loftuitingen die het gezelschap vrijwel voortdurend toegeworpen krijgt en dus was dit optreden voor ons de uitgelezen mogelijkheid om de band nog eens nauwgezet te bestuderen. Per slot van rekening zijn muziekrecensenten af en toe net mensen en die kunnen het ook wel eens mis hebben.Helaas gaf Riverside ons geen mogelijkheid onze mening te doen herzien. Het gaat ons ietwat te ver om het optreden als een amateuristische wanprestatie te definiëren, maar het deed alleszins zeer fragmentarisch en wanordelijk aan. Met dank aan Piotr Kozieradzki, waarschijnlijk geïnspireerd door Mike Portnoy, serveerde de band één reusachtige, opgeblazen progpuree die, door het andermaal ontbreken van enig raffinement, fijnzinnigheid en vooral muzikaliteit al snel implodeerde. De vele vergelijkingen met Anathema, Opeth en in het bijzonder Porcupine Tree konden dan ook definitief de koelkast in, want deze worden geen enkel moment waargemaakt. Getuige het daverende applaus aan het einde van de set wist het viertal niettemin het overgrote deel van het publiek wel te overtuigen met al zijn middelmatigheid of was dat deel van de toehoorders gewoon opgetogen dat deze Polen slechts een tijdelijke werkvergunning hadden? Riverside setlist: The Same River, Artificial Smile, Reality Dream III, Second Life Syndrome, Out Of Myself, Dance With The Shadow en The Curtain Falls Vanwege het gerouleer aan het begin van het festivalrooster, mocht Porcupine Tree meteen na het optreden van de Poolse gastarbeiders het startsein geven van het programma van de tweede dag op het hoofdpodium. Nu was deze rangschikking naar onze bescheiden mening niet helemaal gelukkig gekozen, maar door deze herindeling waren wij wel meer dan voortreffelijk in staat om een directe vergelijking te kunnen trekken tussen deze band en één van zijn zogenaamde discipelen. Ondanks dat frontman Steven Wilson zich al van tevoren uitgebreid verontschuldigde voor de korte set die ze zouden spelen, bleek ook na dit optreden dat Riverside het momenteel op alle fronten aflegt tegen deze vermaarde band. Het wordt dan ook hoog tijd dat deze Polen niet meer in één zin met Porcupine Tree mogen worden genoemd (om het vervolgens zelf toch te doen…). Ondanks de verzengende hitte op het grote veld liet het viertal aangevuld met de inmiddels vaste tourgitarist John Wesley het publiek onmiskenbaar horen dat meesterschap en muzikaliteit wel degelijk aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Daar de band jammer genoeg (te) weinig tijd tot zijn beschikking had, concentreerde het kwintet zich voornamelijk op het meest recente album " Deadwing". Naar aanleiding van deze bijzonder professionele en overtuigende set die Wilson en consorten ten gehore brachten koesteren wij de hoop dat de band in staat zal zijn niet alleen nieuwe zieltjes te winnen, maar ook om aan een nieuw platencontract te geraken. Aangezien Wilson het met recht niet zit zitten om deel uit te maken van de immer groter wordende InsideOut-familie, is het (noodgedwongen) initiatief om Porcupine Tree op het grote podium te programmeren juist ook om die reden een meer dan terechte beslissing te noemen.Porcupine Tree setlist: Open Car, Blackest Eyes, Lazarus, Hatesong, Don't Hate Me, Arriving Somewhere But Not Here en Halo De volgende band in het schema die theoretischerwijs zo goed als zeker moet appelleren aan de smaak van de zeergeëerde lezer was het Amerikaanse Queensrÿche. Met het recentelijk uitgebrachte " Operation: Mindcrime II" heeft de band immers aangetoond een flinke stap in de goede richting te hebben gezet. Het was dan ook een bijzonder genoegen te moeten constateren dat het kwintet de vijf kwartier die het ter beschikking had hoofdzakelijk met materiaal van dit album en zijn illustere voorganger zou gaan vullen. In tegenstelling tot wat het programmaboekje suggereerde, had Ronnie James Dio (ondanks zijn aanwezigheid op het festival) helaas geen trek om zijn rol als Doctor X op de planken te herhalen, maar gelukkig was Pamela Moore (tot groot genoegen van het mannelijke deel van het publiek) wel bereid wederom in de rol van Sister Mary te kruipen.Omdat Queensrÿche als afsluitende act in de tent fungeerde, waren de temperaturen onder het zeil ietwat dragelijker dan eerder op die dag. Toch was het nog altijd buitensporig heet, maar dat nam evenwel niet weg dat Geoff Tate als de protagonist van beide verhalen in een zwarte lederen jas gekleed het podium op kwam gewandeld. De set was eigenlijk een soort samenraapsel van beide albums, waarbij opviel dat het tweede deel van het relaas een stuk minder solide werd neergezet dan het materiaal van deel één. Dit valt mogelijk te verklaren doordat dit deel slechts enkele maanden geleden het daglicht zag. Ofschoon het optreden erg bedreven en superstrak te noemen was, was het jammer genoeg niet bovenmatig verrassend. Toch viel er, mede door een invallende duisternis steeds beter tot zijn recht komende lichtshow, voldoende te genieten van deze band. Bij het verlaten van ons land ondervond de band overigens nog enige perikelen met de Nederlandse douane. Wil iemand zo vriendelijk zijn die Amerikanen eens rustig uit te leggen dat in sommige geciviliseerde landen het bezit van (nep)wapens illegaal is? Queensrÿche setlist: Anarchy-X, Revolution Calling, Operation: Mindcrime, The Mission, Suite Sister Mary, The Needle Lies, Breaking The Silence, Don’t Believe In Love, I’m American, One Foot In Hell, Hostage, The Hands, Signs Say Go, Re-arrange You, Eyes of A Stranger, Jet City Woman en Empire Rond de klok van half tien was het daarna de beurt aan Roger Waters om het publiek te amuseren. Kennelijk had Waters’ belofte om het opus magnum van zijn voormalige werkgever, het absolute chef-d’oeuvre "Dark Side Of The Moon" integraal ten gehore te brengen, een heus leger van veelal nieuwsgierige Pink Floyd-fans naar Lichtenvoorde weten te lokken, want het aantal bezoekers bereikte op dat moment zijn absolute hoogtepunt. Omdat de concerten van het "creatieve genie van Pink Floyd", zoals hij niet zonder enig gebrek aan pretentie door zijn promotors aan de man wordt gebracht, al sinds jaar en dag met quadrafonisch geluid op pad gaat, was het festivalterrein die tweede dag in de beste Stonehenge-traditie omgeven door meerdere luidsprekertorens. Doordat Waters van de organisatie maar liefst drie uur kreeg toebedeeld, werd het festivalprogramma van eerder op dag in feite gedegradeerd tot één lang voorprogramma. Maar goed… Waters moest zijn (zelf aangemeten?) status als grootste bezienswaardigheid nog maar eerst zien waar te maken en dat deed hij met behulp van een zeer omvangrijke begeleidingsband. Deze bestond achtereenvolgens uit PP Arnold, Graham Broad, Jon Carin, Andy Fairweather Low, Carol Kenyon, Dave Kilminster, Katie Kissoon, Ian Ritchie, Harry Waters en Snowy White. Terwijl wij ons verheugden op het weerzien met alleskunner Jon Carin, was het echter voornamelijk aan nieuweling Dave Kilminster de taak om de fraaie gitaarpartijen van David Gilmour te doen vergeten. Ofschoon hij zich stukken beter van zijn zware taak kweet dan nitwit Chester Kamen in Ahoy’ 2002, blijven wij vooralsnog terugverlangen naar de frivole, bluesy interpretaties van Doyle Bramhall II op de dvd "In The Flesh". De concertposters beloofden ons een adembenemende mengeling van Pink Floyd- en solomateriaal. Groot was onze verbijstering (lees: afgrijzen) dan ook toen we de setlisten van de eerste concerten van Waters’ tournee in handen kregen. Het illustere gewezen opperwezen van Pink Floyd speelde immers amper drie (en dan rekenen wij beide delen van Perfect Sense gemakshalve als twee losse nummers) solonummers en dat vinden wij, vooral gezien het feit dat Waters onder het banier van zijn eigen naam optrad, een bijna schandelijk te noemen miserabel aantal. Met een dergelijk beperkte hoeveelheid waren wij dan ook terstond geneigd om de nummers van "The Final Cut", dat in veel opzichten zijn soloalbum is, aan deze schamele selectie toe te voegen. En bijgevolg was onze teleurstelling bijzonder groot om te vernemen dat een prachtnummer als The Gunners Dream (wel gespeeld aan het begin van deze tour) die avond van de setlist verwijderd was. Af en toe letterlijk geruggensteund door een werkelijk fenomenaal spektakel, waarbij lichteffecten, vuurwerk, videobeelden, vloeistofprojecties, zwevende astronauten en vlammenwerpers in combinatie met het quadrafonische geluid bijna beurtelings om de aandacht van het enthousiaste publiek vragen, baande Roger Waters zich die avond met speels gemak en met opmerkelijk veel enthousiasme een weg door de ruime selectie van het omvangrijke Pink Floyd-materiaal. Mede door zijn omvangrijke hofhouding kende zelfs de integrale vertolking van "that one!", al wijzend naar de volle maan, na de onderbreking weinig tot geen onregelmatigheden. Wel misten wij hier en daar het uit duizenden herkenbare spel van David Gilmour, maar de emotie waarmee Waters de nummers vertolkte vergoedde veel. Overigens gaan er momenteel hevige geruchten rond dat de zanger twee nummers tijdens de tournee playbackt… Al met al was dit grootse Pink Floyd-covercircus onder bezielende leiding van ceremoniemeester Roger Waters voornamelijk bedoeld voor de mensen die hun jeugd wilden laten doen herleven. Getuige de vele hartstochtelijke reacties die hem tijdens en na afloop van het optreden ten deel vielen, is Waters daar zonder meer in geslaagd. Volgens ons had hij evenwel best wat meer eigen materiaal mogen spelen en sommige nummers van zijn oude band beter achterwege kunnen laten. Dat neemt echter niets weg van het gegeven dat dit concert in Lichtenvoorde voor de meesten onder de aanwezigen best wel eens zal kunnen uitgroeien tot een zeer gekoesterde, blijvende herinnering. Ook bijna blijvend is onze enorme verbazing over het aantal personen dat we luidkeels hebben horen verkondigen dat ze speciaal voor Pink Floyd naar dit festival zijn komen aandraven… Roger Waters setlist: In The Flesh, Mother, Set The Controls For the Heart Of The Sun, Shine On You Crazy Diamond, Have A Cigar, Wish You Were Here, Southampton Dock, The Fletcher Memorial Home, Perfect Sense (Part 1), Perfect Sense (Part 2), Leaving Beirut, Sheep, Speak To Me, Breathe (In The Air), On The Run, Time, Breathe (reprise), The Great Gig In The Sky, Money, Us And Them, Any Colour You Like, Brain Damage, Eclipse, The Happiest Days Of Our Lives, Another Brick In The Wall (Part 2), Vera, Bring The Boys back Home en Comfortably Numb Door een buitengewoon sterke line-up met Uriah Heep, Journey en Deep Purple op vrijdag 9 juni en Porcupine Tree, Queensrÿche en uiteraard Roger Waters op zaterdag 10 juni als de belangrijkste publiekstrekkers, kunnen we met een gerust hart stellen dat deze editie een eclatant succes is geweest. Ondanks de grote bezoekersaantallen bleef het festival bovendien een vaak sfeervolle en gezellige aangelegenheid. Dit alles maakt Arrow Rock Festival 2006 wellicht tot de beste van de vier edities tot nu toe. Vast staat echter wel dat de organisatie volgend jaar iets zeer imposants moet aandragen om dit jaar te kunnen overtreffen. Wellicht dat Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford rond juni 2007 een plekje vrij hebben in hun agenda? We blijven dromen… |
|
|
|