| Arrow Rock Festival - Walibi World, Biddinghuizen - zaterdag 30 juni 2007 | |
|
Door: Christopher
Cusack en Sebastian Cusack Info: |
Arrow Rock vierde dit jaar zijn eerste lustrum, maar wegens organisatorische redenen werd het festival dit jaar vanuit Lichtenvoorde verplaatst naar Biddinghuizen. Een belangrijke reden hiervoor zou zijn dat het verkeer dan in betere banen geleid zou kunnen worden, maar ergens vermoeden wij dat dit in enige mate een drogreden is. Toen de routeplanner ons
vertelde dat wij nog tien kilometer verwijderd waren van het festival, gaf de
radio aan dat we zo’n tien kilometer file in het vooruitzicht hadden. Dit was
dus enigszins een minpuntje. Vanwege dit fileleed
werden de eerste bands gemist, en kwamen we net op tijd aan om van een afstandje
enkele nummers Thin
Lizzy mee te kunnen krijgen. Natuurlijk is het toch niet hetzelfde
zonder Phil Lynott, maar het moet gezegd worden dat het stemgeluid van John
Sykes toch een verrassende gelijkenis vertoont met dat van voornoemde, helaas
overleden, Lynott, en bovendien klonk de band behoorlijk energiek. Toen we eindelijk het
festivalterrein betraden was Thin Lizzy net uitgespeeld, dus werd besloten Riders
on the Storm met een bezoekje te vereren. Maar helaas, waar Thin
Lizzy ook zonder het originele boegbeeld overtuigend leek, lukte dit Riders on
the Storm niet. Brett Scallions bezat noch het geluid, noch het gevoel van Jim
Morrison, en dus maakten we voort naar een volgend podium. |
|
Roger
Hodgson was de volgende artiest
die acte de présence mocht geven. Voor hen die dit zo gauw niks zegt:
Hodgson is beter bekend als de man achter Supertramp. Tijdens een set met
meezingers als The Long Way Home en
School kreeg hij een groot deel
van het aanwezige publiek mee, waaruit nog wel eens de kracht van de oude
Supertramp-nummers bleek. Een kanttekening kan echter wel geplaatst worden
bij het feit dat Hodgson - hoewel een erg inspirerend muzikant en
componist - er vandaag voor gekozen had een semi-akoestisch optreden te
geven, wat hij schijnbaar wel vaker doet. Eigenlijk was dit daar niet de
juiste gelegenheid voor en had hij dit beter in een klein zaaltje kunnen
doen. Maar goed, zoals gezegd was het verder gewoon een goed optreden en
het publiek leek het daar mee eens te zijn. Frappant was overigens dat
Hodgson de dag na het festival op het herdenkingsconcert van prinses Diana
(in Wembley Stadium) mocht optreden, en daar in zijn akoestische outfit
het hele publiek enthousiast wist te laten meezingen. Na Hodgson werd er
koers gezet richting Steve Vai, een optreden waar
ondergetekenden best wat van verwachtten. We werden geenszins
teleurgesteld: Vai schitterde door aanwezigheid, maar de rest van de band
was zeker niet minder prominent aanwezig. En met onder andere twee
violisten die ook als toetsenist fungeerden (of toetsenisten die ook als
violist fungeerden, ligt er maar aan hoe je het bekijkt, dit is echter
niet de plaats om dergelijke levensvraagstukken te behandelen). Daarbij
een meer dan adequate bassist, een sterke tweede gitarist en een
trommelaar die een lekker stukje kon roffelen. De zwakste schakel leek
echter toch in de vorm van de drummer op het podium te staan, want hoewel
hij stevig doorrammelde en van een dergelijke tempo- en slagvastheid was
dat hij in veel zwaarmetalen of hardstenige bands niet zou hebben misstaan,
miste hij eigenlijk toch de dynamiek en subtiliteit waar de muziek van Vai
om vraagt. Desondanks was het een erg sterk optreden, en het ontaardde ook
zeker niet in een one-man-show: heel de band kreeg de mogelijkheid zijn of
(in het geval van één der violisten) haar kunsten te tonen. In de Romeinse
cultuur waren twee manieren gebruikelijk om als dichter eer te betonen aan
dichters die je inspireerden. Je had de Imitatio,
wat erop neerkwam dat je de stijl van je voorbeeld zo dicht mogelijk
probeerde te benaderen. En je had de Aemulatio,
wat betekende dat je probeerde je eigen stempel op de stijl van die
dichter te drukken, zonder de oorspronkelijke stijl uit het oog te
verliezen. Dit is tegenwoordig in de muziek ook nog terug te vinden. Een
deel van de bands dat covers speelt, doet dit om hun helden zo goed
mogelijk te imiteren, terwijl een ander deel er iets persoonlijkers van
maakt. The
Australian Pink Floyd Show, die alleen maar nummers van Pink
Floyd spelen, is overwegend een
band van het eerste soort, want op een paar details na die op een wat
eigenzinnigere manier worden ingevuld (zoals een didgeridoo als intro voor
Set the Controls for the Heart of the Sun, want het blijven toch
Australiërs...), is het doel van deze heren toch echt zoveel mogelijk als
Pink Floyd te klinken. En ondanks een drietal zangers die geen van allen
het geluid van David Gilmour of Roger Waters volledig konden reproduceren,
moet gezegd worden dat ze hier wonderwel in slaagden. Voor een groeiend
enthousiast publiek speelden ze zich door enkele klassiekers als Shine On you Crazy Diamond, Time
en Another Brick in the Wall,
pt. 2 heen, maar ook minder voor de hand liggende nummers als One of These Days passeerden de revue. Toen de laatste noten waren
weggestorven, was aan de publieksreactie goed te merken dat dit één van
de hoogtepunten van de dag was, wat eigenlijk wel grappig is als je
bedenkt dat het toch echt een coverband blijft. Tussen Aussie
Floyd, zoals ze liefkozend genoemd worden, en afsluiter Aerosmith
was een uur gepland waarin geen enkele band speelde, waarschijnlijk om
de voedselverkoop een laatste impuls te geven. Dit hiaat zal de lezer zeer
waarschijnlijk niet interesseren, tenzij zijn of haar liefhebberijen
liggen bij verhalen over (onsmakelijke) broodjes frikadel, dus laten we
het relaas resumeren bij Aerosmith zelf. Hoewel beide recensenten nooit
bijzonder fan zijn geweest van het genootschap, was er in ons gezelschap
wel een dergelijk persoon aanwezig. Echter om de muziek te kunnen
herkennen was fandom niet vereist, want er werden voornamelijk goude oude
hits gespeeld. Steven Tyler's stem is niet meer wat hij ooit geweest is,
maar desalniettemin was dit een amusant optreden met vermakelijke
podiumperikelen van toch vooral Tyler. Maar ook gitarist Joe Perry, die al
over het toneel huppelend vaak overkwam als een broertje van Angus Young,
bracht vaak een glimlach op de mond. Muzikaal klonk het ook allemaal lang
niet verkeerd: het ten beste gegeven kunstje was doorspekt van
blueselementen in de vorm van lange solo’s en de kenmerkende
mondharmonicapartijen. Dit gaf aan dat Aerosmith, hoewel Classic Rockers
in de ware zin van het woord, nog lang niet uitgerangeerd zijn. |
|
|
|