| Adrian Belew - De Boerderij, Zoetermeer - woensdag 19 juli 2006 | ||||||||||||
|
Door: Markwin
Meeuws |
Naarmate de jaren vorderen gaat de
Amerikaan Adrian Belew langzaam steeds meer
lijken op zijn favoriete dier: de neushoorn. Zou dat nou komen door de
grootte van zijn neus of doordat hij The Lone Rhinoceros met zoveel
gevoel en verve weet te brengen? Ook al doet hij zich soms ook voor als een
olifant en zelfs als een dinosaurus, Adrian Belew is na het concert van
afgelopen woensdag toch voornamelijk ons troetelneushoorntje.
Buiten had geen neushoorn het wegens de hoge temperaturen overleeft, maar binnen was het aangenaam toeven. Mensen die dachten: het is te warm voor een concert, werden door de uitstekende airco van de Boerderij in het ongelijk gesteld. Normaal gesproken wil ik tijdens een concert nog wel eens naar buiten lopen of naar de bar, maar tijdens dit concert was de concertzaal zelf wellicht het koelste plekje van de bekende progtempel. |
|||||||||||
Wat iedere King Crimson-fan natuurlijk allang weet, is dat Adrian Belew
feitelijk een betere gitarist is dan Robert Fripp. Zij die nu beginnen te
steigeren, zitten klaarblijkelijk nog in de ontkenningsfase of zijn niet
aanwezig geweest bij dit fabelachtige goede concert. Goed, ik zal het iets
verzachten: net zo goed. Elisa was ook geen mindere profeet dan Elia, wel?
Maar de gitaarfratsen van Belew zijn onnavolgbaar en hij bracht ze
woensdagavond ook nog een met een schaamteloos gemak. De neushoorn-,
olifant- en dinosaurusgeluiden zijn slechts één van zijn schitterende
handelsmerken.
Daarbij beschikt Belew ook nog eens over een bijzonder prettige stem, die
mij niet zelden doet denken aan David Byrne van de Talking Heads,
een band waar hij overigens ook intensief mee heeft samengewerkt.
Probleemloos schreeuwt hij de longen uit zijn lijf in Dinosaur en
heeft met het de hoge uithalen totaal geen moeite. Ook het jeugdsentiment
nummer Three Of A Perfect Pair (ja, het publiek deed mee: "complicated!")
werd naadloos en loepzuiver uitgevoerd.
Deze avond werd Belew bijgestaan door twee tieners die nu al blijk geven
van het hebben van schaamteloos veel talent. De negentienjarige Eric Slick
drumt de zelden in vierkwartsmaat vormgegeven composities van zijn
werkgever met zo’n gemak, dat je denkt dat hij slechts aan het oefenen
is. Zijn twintigjarige zus Julie Slick draagt haar basgitaar hoog, maar is
qua techniek zó goed, dat ze er haast gemakzuchtig van wordt. Ik was
danig onder de indruk van de kunsten van deze twee rasmuzikanten, alhoewel
ik soms het idee kreeg dat ze niet ééns hun best stonden te doen. Maar
ja, als het materiaal van Adrian Belew je niet doet zweten, wat dan wél?
|
||||||||||||
|
|