| Kino (support: Ricocher) - Tivoli, Utrecht - donderdag 2 december 2004 | |
|
Door: Christian
Bekhuis Foto's: Maurice Dam Gespeeld (Kino):
|
Een concert met voor mij twee tamelijk
onbekende bands. Een band van eigen bodem waar ik veel over gelezen heb maar
nog nooit echt veel muziek van gehoord heb en één band waar van nagenoeg
nog niemand de muziek gehoord heeft maar die alleen op basis van haar
bandleden behoorlijk mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Al met al dus genoeg
ingrediënten voor een spannende avondje muziek.
Ricocher trad als eerste aan op deze avond. Het zij me hopelijk vergeven dat er weinig tot geen titels zijn blijven hangen, maar wat ik wel begreep is dat er met name veel materiaal van het recente albums "Chains" werd gespeeld. Hun toegankelijke, melodieuze symfo met een vette eind jaren ’80/begin jaren ’90 tik luisterde lekker weg hoewel me ook regelmatig een déjà vu gevoel bekroop. Ik heb toch het idee dat ik dit allemaal wel eens eerder en zelfs ook beter, heb gehoord. Jammer want de band doet ontzettend zijn best en staat lekker enthousiast te spelen. Toetsenist John van Heugten zorgde er met zijn keuze van klanken voor dat ik helemaal in die jaren ’80 sfeer kwam. Gitarist Bart van Helmond geeft de nummers regelmatig een lekker stevig accent, alleen wel weer jammer dat zijn geluid op mij erg eenvormig overkwam. Zanger Erwin Boerenkamps deed z’n stinkende best om iets van een reactie uit het lauwe publiek te krijgen wat helaas mislukte. Zijn vocale prestaties maakten op een podium meer indruk dan het weinige wat ik ooit van hem op cd gehoord heb. Bassist Niels Nijssen speelt in een lekkere lichtvoetige stijl die precies past bij de muziek en zorgt, samen met toetsenist John van Heugten, ook nog eens voor de nodige achtergrondvocalen. De zwakste schakel binnen Ricocher is jammer genoeg drummer Maikel van der Meer die met zijn spel alle vaart uit het materiaal weet te halen. Heel jammer, want ik er ben er van overtuigd dat iemand met wel een lekkere ‘groove’ deze band gelijk op een hoger plan weet te trekken.
Met het drumwerk zat het vanaf het begin wel goed bij Kino. Deze nieuwe (gelegenheids?)formatie bestaande uit John Mitchell (Arena, The Urbane), Pete Trewavas (Marillion), John Beck (It Bites) en Chris Maitland (ex-Porcupine Tree) presenteerde zich deze avond voor het eerst op het podium. Wegens andere verplichtingen moest Maitland helaas verstek laten gaan maar die werd formidabel vervangen door Steve Hughes (o.a. Big Big Train en ex-The Enid). Wie ook verstek liet gaan was het publiek overigens, want naar schatting zo’n 100 personen waren getuige van het live-debuut van deze band. Jammer, want Kino brengt een uiterst aanstekelijke vorm van toegankelijke, melodieuze progrock die veel mensen zal aanspreken. Het bevat elementen van zowel Arena (met name het herkenbare gitaargeluid van John Mitchell), The Urbane (denk aan hun toegankelijke gitaarrock), Marillion en It Bites (het uitgekiende gevoel voor melodie) als ook zelfs Transatlantic en het meer symfo-gerichte geluid van Marillion en It Bites. Bij dit soort muziek draait het allemaal om het treffen van de juiste balans: wordt het te toegankelijke dan haken de progfans af, wordt het té prog dan zou het weer te veel lijken op de muziek van hun andere broodheren. Kino weet echter de balans wat mij betreft perfect te treffen. De polen waar tussen zich de muziek van Kino begeeft, kon niet beter worden weergegeven dan door de laatste twee nummers van de set: Picture is een ingetogen piano-ballade en het lange Losers Day Parade staat werkelijk bol van de muzikale wendingen waarbij het zowel door de Beatlesque trekjes als ook door heftig proggende passages het soms aan Spock’s Beard doet denken, maar dan wel door een Brits filter getrokken. Wat we al wisten was dat John Mitchell een begenadigd gitarist is en dat liet hij dan ook regelmatig (maar niet zo veel als bij Arena) horen, maar dat hij ook nog eens een goede zanger is met een erg aangename stem was voor mij toch wel een verrassing. Hij moest aan het begin van het optreden er nog een beetje inkomen maar naar mate het concert vorderde, gaf hij zich steeds meer over en legde al zijn ziel en zaligheid in de muziek.
Net zo verrassend was ook dat er veel ruimte in de muziek zit voor de nodige vocale arrangementen waarbij toetsenist John Beck met name opviel. Niet alleen in die zangpartijen viel hij op maar ook als leadzanger, in Swimming In Women staat hij zijn mannetje. En dan heb ik het nog niet eens gehad over zijn toetsenwerk. Weg zijn die iele klanken die hij soms liet horen bij It Bites, ruim baan voor piano en orgel en lekker flitsende synthesizersolo’s. De meest prog-achtige passages kwamen deze avond met name uit zijn hoek.
Zoals gezegd, Kino liet op deze avond voor het eerst iets
van zich horen en deed dat met zoveel overtuiging (dit optreden stond als
een huis) dat ik durf te voorspellen dat dit album onze Wereldse Tien in het
eerste deel van het jaar zal gaan domineren. En dit keer niet alleen omdat
de grote Marillion-aanhang er op zal gaan stemmen maar domweg omdat dit wel
eens het album van 2005 zou kunnen gaan worden. |
|
|