| Marillion Weekend 2007 - Center Parcs Port Zelande, Ouddorp - vrijdag 2 t/m maandag 5 februari 2007 | ||||
|
Door: Christian
Bekhuis Zondag: Band favorieten Band: Support-acts: Info: |
[Zondag 4 februari]
Take me to the fantastic place, keep the rest of my life away – Fantastic Place ("Marbles") Het duurt de volgende dag behoorlijk lang voordat er ook maar enig teken van activiteit in ons huisje is. De vorige avond is het nog behoorlijk laat geworden en iedereen maakt van het rustige programma op deze dag gebruik om uit te slapen dan wel het kalmpjes aan te doen. Ondergetekende trekt rond een uur of elf zijn stoute (wandel)schoenen aan en gaat even het park uit om uit te waaien op het strand bij de vuurtoren van Ouddorp. Het is lekker zonnig weer maar wel met een stevig briesje. Mijn gedachten waaien al vooruit naar het laatste optreden van Marillion dit weekend. Met welk nummer zouden ze openen? Hmm… ik zou het niet verkeerd vinden als ze aftrapten met Splintering Heart. Maar eerst is het tijd voor een portie jolijt en meligheid. De winnaars van de Marillion Pub Quiz mogen op het grote podium in de tent de strijd aangaan met de band zelf. Deze winnaars genaamd The Cakey Boys staan hier al voor de derde keer in successie en het blijkt al gauw dat het dit keer toch echt de bedoeling is dat ze verslagen worden. De band wordt af en toe flink geholpen door het publiek dan wel de crew op het podium. Ik kan hier wel verder over uitweiden, maar dit en de daaropvolgende Vraag & Antwoord sessie was een typisch geval van ‘Je had er bij moeten zijn om de humor er van in te zien’.
En dan wordt het tijd om ons langzamerhand te gaan voorbereiden voor het allerlaatste optreden van Marillion dit weekend. Maar eerst krijgen we in de tent nog het Noorse Gazpacho voorgeschoteld. Men laat een flink deel van het nieuwe album "Night" voorbij komen plus een aantal oudere songs. Dit is was absoluut een beter optreden dan de vorige keer dat ik ze zag (als support van Marillion tijdens de Marbles-toer), maar zoals zo vaak bij mij, is de stem van hun zanger het breekpunt. Ik blijf het gevoel houden dat hij maar één kunstje kan en dat dan volledig uitbuit. Hetzelfde onbestemde, licht irritante gevoel bekruipt mij dat ik ook altijd krijg als ik Matthew Bellamy van Muse hoor. Jammer, want Gazpacho’s muziek spreekt mij wel weer heel erg aan.De podiumwissel wordt veraangenaamd door een video-impressie op de twee grote schermen van het weekend tot nu toe. Erg vermakelijk zijn de shots van mensen die de tent in rennen voor het bemachtigen van een plekje op de eerste rij. En ook zien we wat opnames gemaakt door de diverse camera’s in de tent op de zaterdagavond. Ziet er al goed uit en dat belooft dus wat voor de dvd (of dvd’s?) die er van dit Marillion-weekend vast zullen verschijnen.We speculeren nog wat over de setopener en ik gooi in de groep dat ik sterk het gevoel heb dat ze met Splintering Heart gaan beginnen. Nou, dat gevoel zat er dus voor één keer niet naast, want onder de elektronische klanken van de intro betreedt Hogarth (en even later de rest van de band) het podium. ‘… but not as much as this!’ en de tent staat in vuur en vlam dankzij een ontketende Steve Rothery.
Wow… wat een opening. En dat het de band menens is blijkt uit het vervolg: het openingsdrieluik Hotel Hobbies / Warm Wet Circles / That Time Of The Night van "Clutching At Straws". Kippenvel over mijn hele lichaam als het publiek (incl. mijzelf) de rol van achtergrondzangeres Tessa Niles op zich neemt aan het slot van That Time Of The Night. |
|||
|
Pff… even op adem komen en die kans wordt ons geboden met You’re Gone. Maar die adempauze wordt ons maar even gegund. De emotie van wat nu al een memorabele avond aan het worden is grijpt me bij de keel aan het begin van Fantastic Place. Hogarth zingt over dat hij naar een mooie plek wil, maar ik kan me niet voorstellen dat er deze avond een andere plek op deze planeet was waar hij naar toe wilde. Marillion heeft het publiek aan zijn voeten liggen en voert ze mee in een muzikale achtbaan van formaat.
En weer komt er een persoonlijke favoriet van mij voorbij: Afraid Of Sunlight. Rothery’s lichtelijk verborgen maar in een live-setting veel nadrukkelijker aanwezige gitaarsolo is er eentje om door een ringetje te halen. En dan… voor velen wel misschien de grootste verrassing van de avond: de band schotelt ons een groot deel van Blind Curve voor. Fans met enig gevoel voor realiteitszin hadden het op voorhand niet kunnen bedenken dat dit voorbij zou komen. De gevoelstemperatuur in het publiek nadert een kookpunt en die druk moet even worden verlicht doormiddel van Between You And Me. Perfect getimed en een lekker up-tempo nummer om bij op adem te komen. Want die heb ik vervolgens hard nodig voor Neverland dat met Rothery’s gitaaruitbarsting me rechtstreeks in mijn ziel lijkt te raken. Even voor de duidelijkheid: het is dus niet zo dat de rest van de band verbleekt bij de prestaties van Hogarth en Rothery, maar zij zijn het toch die het muzikaal emotionele speerpunt van de band zijn. Nee, deze avond lijkt de gehele band boven zichzelf uit te stijgen. Langzaam drijven we weg op de laatste klanken en verlaat de band voor het eerst het podium.
Maar niet voor lang… ‘Heading for the great escape, heading for the rave, heading for the permanent holiday’ zingt Steve Hogarth van achter zijn piano. Pff… kan het nog sterker gezongen worden, kan Marillion nog dieper gaan? Marillion biedt deze avond een totaalervaring van muziek en emotie, licht en geluid. Wat moet je hier in vredesnaam op laten volgen? De band heeft het antwoord gevonden en de krachtige openingsakkoorden en vervolgens diverse samples van King knetteren de zaal in. En dan komt er het enige kleine missertje wat ik deze avond kan ontdekken. De gigantische geluidsmuur aan het eind van dit nummer wordt veel te snel neergezet waardoor de spanningsopbouw helemaal verloren gaat. Maar ach, een kniesoor die daar echt een groot punt van maakt.
En weer verlaat de band het podium. Misschien wel om zich te herpakken na de grote golf van emotie die van uit de zaal het podium op lijkt te rollen. En dan valt mijn mond open van verbazing: na in drie dagen tijd dik 5,5 uur aan muziek te hebben gespeeld, durft Steve Hogarth het aan om de vocale tour-de-force The Invisible Man te zingen. Mijn respect voor de muzikant Hogarth slaat om in diepe bewondering. Bewondering die nog weer een extra dimensie krijgt als hierna de overbekende strijkersklanken van The Space uit de speakers komen. Wat is hier in vredesnaam aan de hand? Hoe krijgen ze dit voor elkaar? Waar halen de heren de energie vandaan? Het enige antwoord dat ik kan verzinnen is dat ik getuige ben geweest van die spaarzame avonden in een carrière van een band dat de muzikanten hun energie overbrachten op het publiek, die het vervolgens in grote hoeveelheden weer teruggaven aan de mensen op het podium. Voor één avond waren band en publiek verenigd in een symbiotische eenheid.
En het publiek kan er maar geen genoeg van krijgen, maar Hogarth wel en hij verzoekt dan ook het publiek om figuurlijk zijn plaats in te nemen tijdens de allerlaatste toegift en een reprise van de toegift van zaterdagavond: Hocus Pocus. Het publiek beseft het dat het er nu echt op zit en nog eenmaal barst het feest los. Het is het prettig gestoorde slotakkoord van een unieke avond die denk ik niemand in het publiek meer zal vergeten. [Maandag 5 februari (Epiloog)] De avond hier voor was het nog lang onrustig in ons huisje. Wouter, mijn kamergenoot en ondergetekende hadden na de emotionele achtbaanrit die Marillion ons had voorgeschoteld erg veel moeite om de slaap te vatten. In plaats daarvan werden de nodige bomen opgezet over die vreemde relatie tussen Marillion en zijn ‘fans’. Het is rond 10:00 uur dat we ons huisje verlaten, de auto’s weer inpakken en de sleutel bij de receptie wordt ingeleverd. Na wat kort gehannes bij het uitrijden van het park (oeps, we hadden hier niet mogen inrijden volgens mij… J ) laten we met een laatste blik op de concerttent het park achter ons. Het systeem van de shuttlebussen richting Schiphol werkt zo te zien voortreffelijk want terwijl wij richting Rotterdam rijden komt ons de een na de andere touringcarbus tegemoet. Het zijn, samen met het polsbandje en een verdwaald programmaboekje en T-shirt, de laatste tekenen van het weekend. Het is opvallend stil in de auto op de terugweg. Zoals Ria Dam het treffend stelde: "Het voelt een beetje alsof je uit een commune bent getreden" en ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Een weekend lang waren we ondergedompeld in een ‘State Of Marillionness’. En nu nog, terwijl ik deze laatste woorden tik, kan ik dit gevoel met het grootste gemak (maar met wat auditieve ondersteuning) weer oproepen en ben ik voor heel even "Somewhere Else". |
||||
|
|