| Rush - Ahoy, Rotterdam - dinsdag 16 oktober 2007 en woensdag 17 oktober 2007 | |
|
Door: Hans
Ravensbergen (16-10) en Casper Middelkamp (17-10) |
Op
1 oktober 2004 trad Rush voor het eerst in twaalf jaar één avond op in de
Ahoy. Dat concert was ruim van tevoren uitverkocht. Om dan drie jaar later
voor twee avonden terug te komen is, puur (uit)verkooptechnisch, misschien
wat optimistisch. De Ahoy was beide avonden niet uitverkocht, maar evenwel
goed gevuld. Of dat terecht was, zal hopelijk binnen enkele alinea’s
duidelijk worden. Als
betrekkelijk broekie in de Rushwereld (het succesvolste album en ikzelf (CM)
stammen uit hetzelfde jaar) was dit voor mij (CM) de eerste keer om het
Canadese trio live aan het werk te zien. Hoewel de setlist lang van tevoren
al op internet circuleerde, behoor ik in tegenstellling tot mijn
mede-recenserende collega, tot de halsstarrige soort mensen die vooraf niks
willen weten, omdat ze de verrassing op het concert prefereren. Dat was in
dit geval een goede strategie, aangezien de setlist inderdaad een aantal
verrassende keuzes bevatte. Opzet
en uiterlijk van het concert waren vrijwel identiek aan die van de vorige
wereldtoer. Een vrij sober podium met daarboven drie zeer grote
beeldschermen met een perfect scherp beeld, zelfs helemaal achterin de zaal.
Een erg fraaie lichtshow die aan weerszijden een groot stuk de zaal in ging.
Dit keer waren de wasmachines vervangen door drie grote grillovens waar de
kippenbouten voor een smakelijk aangezicht zorgden. Zowel voor als na de
pauze werden de bouten door respectievelijk een kok en verklede kip
gedraaid. Het getuigt van de subtiele humor van de groep. Met
grote belangstelling werd ook uitgekeken naar de geluidskwaliteit, maar nog
meer het aantal decibellen wat de zaal zou worden ingeslingerd. Ahoy heeft
wat dat betreft immers geen goede reputatie. Dat het Canadese powertrio een
muur van geluid kan produceren is algemeen bekend. De akoestiek en
geluidsafstelling bleken in het verleden niet altijd met elkaar te matchen
(we drukken het maar voorzichtig uit na al die reacties vorige keer). Maar
het moet gezegd, geluidskwaliteit en volume waren prima. Een
aantal verrassingen in de setlist zat al behoorlijk in het begin. Songs als Circumstances
(“Hemispheres”), Entre
Nous (“Permanent Waves”), Digital
Man (“Signals”) en Mission
(“Hold Your Fire”) zullen
volgens de meeste fans niet tot de hoogtepunten van de respectievelijke
albums behoren, maar ze doorstaan de kwaliteitstoets nog altijd ruimschoots
en een enigszins afwijkende live-uitvoering kan ook wonderen verrichten
(vooral het instrumentale stuk van Circumstances kreeg een
schitterende metamorfose). |
|
Waar
op de plaat deze nieuweling zelfs YYZ in de schaduw zet, was dit op het
concert toch beslist nog andersom. De beruchte Ahoyse akoestiek (die ook
meehielp om een nummer als Secret
Touch (“Vapor Trails”)
tot niets meer dan een bak herrie te reduceren) zal hier ook niet geheel
los van staan. Toch
bevindt dit puntje van kritiek zich betrekkelijk in de marge, want naast
de gewezen knaller Far Cry was
het een genoegen de in eerste instantie wat minder opvallende songs live
gebracht te zien worden. Hierbij viel in tweede instantie met name Working Them Angels in positieve zin op. Dit in tegenstelling tot The
Way The Wind Blows. Het mag dan van Geddy Lee het favoriete nummer van
“Snakes & Arrows” zijn, de live-vertolking was te lang(dradig).
Dan kunnen we nog zeggen dat het album met negen songs wel een wat erg
ruime exposure kreeg, op een totaal van 27 nummers (Neil Pearts
traditionele drumsolo niet meegeteld) was er nog altijd een ruim aanbod
aan ouder werk voorhanden. Uiteraard werden de nieuwe nummers van
“Snakes & Arrows” met gejuich begroet. Toch was het enthousiasme
van het publiek vele malen groter bij de oudere nummers. Over evenwicht in
de setlist kan altijd nagekaart worden (want met maar liefst vier tracks
van “Permanent Waves”, nog eens vier van “Moving
Pictures” en maar twee van de in totaal zes albums ervoor lag de
nadruk erg op het werk uit de tachtiger jaren). Er miste duidelijk een
aantal hoogtepunten uit het repertoire, maar de niet meer zo groene
Rushganger zal deze nummers die het aflegden tegen genoemde verrassende
keuzen en genoemd nieuw materiaal vast minder gemist hebben. Wat hoe dan
ook overeind blijft, is een serie meest goede, soms uitstekende
vertolkingen van bijna uniform indrukwekkende songs (een relatieve misser
als Roll The Bones bleef ditmaal
achterwege), waarin de uitstekende klassieker Subdivisions (“Signals”) en het, in vergelijking met de plaat,
stevig rockende Distant Early
Warning (“Grace Under Pressure”)
de voornaamste hoogtepunten vormden. Al met al toch twee zeer memorabele
avonden. Op
de grote beeldschermen was alles prima te volgen. Alle bandleden werden
schitterend in beeld gebracht. Verder werden ook de nodige inleidende en
begeleidende filmpjes geprojecteerd, vaak met de bekende humoristische
inslag. Wat te denken van het inleidende tekenfilmpje bij Tom Sawyer. Hierin speelde de band een rol als Lil’ Rush. De
bandleden, (3 karakters uit South Park aangevuld met Geddy Lee getekend in
Sout Park stijl, red.), probeerden het nummer te spelen. Toen dat niet zo
lukte, sprong het echte Rush bij en knalde het nummer werkelijk de zaal
in, met een hoofdrol voor de Tauruspedalen van Geddy Lee. Ook onze vriend
de vuurspuwende draak uit Rush In Rio kwam ook nog even opdraven, uhh
aanvliegen om voor het nodige vuurwerk te zorgen. Kritiek
leveren op de vakmanschap van Rush is haast niet mogelijk. Alles zit zeer
professioneel in elkaar. Met hun enorme staat van dienst en zeer vele
optredens over de hele wereld is het logisch dat alles wat routinematig
wordt. Toch was het spelplezier groot en niet alleen omdat er opnames
werden gemaakt. Er waren momenten dat er geluiden waren die de heren niet
met handen of voeten produceerden. Op die momenten loopt er dus kennelijk
een band mee. Maar moeten wij daarover gaan zeuren? Nee! |
|
|
|