Kate Bush wordt op 16-jarige leeftijd
ontdekt door Pink Floyd gitarist David Gilmour, die haar meteen onder de
aandacht van platenmaatschappij EMI brengt. Het levert haar gelijk een
platencontract op, hoewel ze eerst verder haar vaardigheden als zangeres
/ liedjesschrijfster dient te ontwikkelen en verfijnen. De met octaven
jonglerende zangeres glijdt als een dansende fee de hitparades binnen
met haar debuutsingle Wuthering Heights uit 1978, korte tijd
later gevolgd door haar debuut lp "The Kick Inside". Ook de
tweede single van dit album, The Man With The Child In His
Eyes, wordt een hit. In datzelfde jaar al verschijnt haar tweede
album, "Lionheart", dat Kate’s reputatie als excentriek
buitenbeentje in de pop- en rockwereld bevestigt. De plaat levert één
(bescheiden) hitsingle op, Hammer Horror. Tijdens haar eerste en
enige tournee laat ze zich van haar fraaiste artistieke kant bewonderen:
mime, dans, zang en muziek smelten op harmonieuze wijze samen tot een
uniek schouwspel.
In 1980 scoort ze alweer een hit van formaat: Babooshka, een
nummer dat de hormonale huishouding van menig mannelijke fan danig in de
war stuurt. Het album "Never For Ever" brengt nog twee hits
voort: Army Dreamers en Breathing, een ode aan het leven
in een tijdperk dat beheerst wordt door de dreiging van een nucleaire
oorlog. Kate Bush begint langzamerhand alle touwtjes in eigen handen te
nemen en dat resulteert in haar eerste, eigen productie "The
Dreaming" (1982). Ondanks het relatief bescheiden succes, levert de
plaat het bewijs van haar integriteit ten overstaan van de gangbare
(commerciële) trends die het muzieklandschap domineren. Om niets aan
het toeval over te laten, laat ze zelfs een eigen studio bouwen waar ze
in alle rust kan werken aan een volgend album.
In 1985 slaat ze de wereld met verstomming met een absoluut
meesterwerk: "Hounds Of Love". Naast enkele hits (Running
Up That Hill en Cloudbusting) valt vooral de mythologische
suite The Ninth Wave op, dat meteen duidelijk maakt dat haar
creatieve output nog steeds onaangetast lijkt. Ondanks het commerciële
en artistieke succes dat haar te beurt valt, blijft ze halsstarrig haar
eigen koers varen en weigert om enige concessies te doen. In 1986 zingt
ze samen met Peter Gabriel diens Don’t Give Up (van
"So") de hitparade in en werkt in haar eigen tempo verder aan
een nieuwe plaat. In 1989 komt ze met "The Sensual World" voor
de dag, een redelijk ingetogen werkstuk waar ze op haar eigen manier
inhoud geeft aan de term ‘wereldmuziek’. De meest opgemerkte
passages op dit album komen tot stand met medewerking van een klein
Bulgaars vrouwenkoor (Trio Bulgarka).
Het is dan weer enkele jaren wachten op nieuw materiaal, maar in 1992
verschijnt "The Red Shoes", waarop gastbijdragen van onder
andere Eric Clapton en Prince te horen zijn. Ondanks
stevige verkoopcijfers in de Verenigde Staten, zijn de commentaren op
dit nieuwe werkstuk van Kate Bush niet unaniem lovend. Ze houdt zich van
dan af meer onledig met aardse bezigheden zoals trouwen en een kind
baren en lange tijd wordt van haar niets meer vernomen van het muzikale
front. Ze kaapt her en der onderscheidingen weg voor haar unieke
carrière maar daar blijft het dan ook bij.
Toch blijft ze niet bij de pakken neer zitten en werkt in alle stilte
en vooral heel behoedzaam aan een nieuwe cd. En zie, in 2005 pakt ze uit
met een heuse dubbelaar, die het lange wachten (ruim 12 jaar)
ruimschoots compenseert. Ze lijkt vooral veel innerlijke rust gevonden
te hebben, na enkele minder heuglijke gebeurtenissen (het overlijden van
haar moeder én van Michael Kamen, dit enkele weken na het volbrengen
van zijn bijdrage aan haar cd). "Aerial" (2005) is een
meesterwerk van verstilde schoonheid in een uniek, sfeerrijk
muzieklandschap, een oase van pastorale vredigheid in een steeds guurder
wordende wereld.