|
|
|||||||||||||
|
|
|
||||||||||||
|
Biografie |
|||||||||||||
|
Genesis Mk. I + II
Maanden van hard werken en een contract met het Charisma label vormen de prelude tot de tweede lp, "Trespass", die begin 1970 uitgebracht wordt. De stijlbreuk met het debuut is frappant en deze plaat toont meteen waartoe de nog steeds erg jonge muzikanten (ze zijn op dat ogenblik nog geen twintig) in staat zijn: uitgesponnen, fraai gearrangeerde composities afgewisseld met kortere, in hoofdzaak akoestische songs, die het geheel een pastoraal stempel geven. Voor John Mayhew zit de dienst er vrijwel meteen op en ook Anthony Phillips, die teveel last ondervindt van podiumangst, houdt het voor bekeken. De ultieme line-up van Genesis krijgt door het aantrekken van drummer Phil Collins en gitarist Steve Hackett vaste vorm en dat vertaalt zich meteen in een wat hardere, meer energieke sound. "Nursery Crime" (1971) levert hiervan het bewijs en zorgt gelijk voor enkele klassiekers als The Musical Box en The Fountain Of Salmacis. Live voegt de theatrale aanpak van frontman Peter Gabriel een extra dimensie aan de complexe songs toe. De definitieve doorbraak van de groep lijkt enkel een kwestie van tijd en wanneer voorganger "Trespass" zowel in Italië als in België redelijk succesvol blijkt, is de trein goed vertrokken. In 1972 verschijnt "Foxtrot", een plaat die de status van de band meer dan bevestigt en tevens met het epische Supper’s Ready misschien wel de ultieme Genesissong herbergt. Dankzij de ingenieus complexe structuur, het schijnbaar speelse samenspel van melodie en ritme en de geraffineerde arrangementen, weet het nummer zich in geen tijd tot absolute favoriet bij de fans te profileren. Artistiek gezien is Foxtrot een topper en ook de live reputatie van de band begint astronomische proporties aan te nemen. Reden genoeg voor de release van een eerste live album, dat in 1973 als "Genesis Live" de wereld ingestuurd wordt. Datzelfde jaar trekt Genesis de opgaande lijn door met "Selling England By The Pound", dat zowaar een eerste, weliswaar bescheiden hitje oplevert : I Know What I Like (in your wardrobe). Collins ontpopt zich eveneens voor het eerst als zanger, op het nogal melige More Fool Me, een nummer dat bleekjes uitvalt naast raspaardjes als The Cinema Show en Firth Of Fifth. In 1974 verschijnt het allereerste dubbelalbum, het in artistiek opzicht meest interessante Genesis product tot dan toe: "The Lamb Lies Down On Broadway". Gabriel’s worsteling met zichzelf vormt de leidraad op het album, dat een geheel nieuw en revolutionair geluid laat horen. Wat menig fan dan al vreest, wordt het daaropvolgende jaar bewaarheid: de beperkingen die het groepsleven met zich meebrengen, doen Peter Gabriel besluiten voortaan als solo artiest door het leven te gaan. Het nieuws komt alsnog hard aan bij de fans, die het voortbestaan van de band in vraag stellen. Genesis Mk. III
"Wind & Wuthering" (1977) moet nauwelijks onderdoen
voor zijn voorganger, maar het in geluidstechnisch opzicht ronduit
verbluffende "Seconds Out" (1977) wordt het laatste wapenfeit
van Steve Hackett, die met dit dubbel live album evenwel een prachtige
erfenis achterlaat. Deze artistieke aderlating én de langzaam
veranderende tijden in het rocklandschap nopen de groep tot een
koerswijziging. Genesis Mk. IV
Punk en New Wave vieren eind jaren zeventig en begin jaren tachtig hoogtij en in een steeds vijandigere omgeving dient het drietal zich in 1980 weer aan met nieuw platenwerk: "Duke". Typerend voor ‘le nouveau Genesis’ zijn de uitgesproken commercieel getinte popsongs, die vooral lijken aan te knopen met het eclatante succes van Collins’ debuutplaat. De Duke suite, die nagenoeg een hele plaatkant had moeten beslaan, wordt in mootjes gehakt om het commerciële succes van de plaat niet te hypothekeren. De voor symfonische rock gouden jaren zeventig worden zodoende symbolisch ten grave gedragen, maar het zal de band worst wezen: de verkoopcijfers zitten in de lift en de hits volgen elkaar in sneltempo op. "Abacab" (1981), "Three Sides Live" (1982), "Genesis" (1983) en "Invisible Touch" (1986) doen het in de UK maar vooral in de USA uitstekend en Genesis ontpopt zich gaandeweg tot een succesvolle en performante stadionrockband. Hoewel de fans van het eerste uur massaal lijken af te haken, blijkt de popgerichte aanpak van de groep heel wat nieuwe fans aan te lokken. Het onevenwicht tussen de gladcommerciële songs en de iets conservatievere, meer symfonische rocknummers kan evenwel niet verhullen dat de groep aan chronisch artistieke armoede begint te lijden. Veel fans betreuren de al te grote impact van Phil Collins, die zich in de jaren tachtig als een uiterst succesvol solo artiest en producer weet te vestigen. Na enkele jaren van relatieve stilte, brengt de groep in 1991 "We Can’t Dance" uit, een plaat die weinig verschilt van het werk uit de jaren tachtig. Grappige videoclips moeten de groep een minder ernstig imago bezorgen, een carrièrezet die met Land Of Confusion (1986) al ingeluid was. Na een lange en succesvolle wereldtournee last de groep een adempauze in, die begin 1996 abrupt onderbroken wordt door het nieuws dat Collins niet langer deel uitmaakt van Genesis. Genesis Mk. V
|
|||||||||||||
|
Discografie (selectief = alle studioalbums) |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||