Happy The Man
Land: Verenigde Staten
Stijl: Symfonische jazzrock
Actief sinds: 1972 t/m 1979
2000 t/m 2006 (??)
Eerste druk: 26-05-2008
Eindredactie: Piet Michem / Christian Bekhuis

Biografie

Het verhaal van Happy The Man begint halverwege 1972 op een Amerikaanse legerbasis in Duitsland. Rick Kennell vervult er zijn militaire plicht en ontmoet twee ex-pats Stanley Whitaker en David Bach, die beiden in Shady Grove spelen, een lokaal bandje. Tussen Kennell (bas) en Whitaker (gitaar) klikt het meteen en beiden raken in de ban van enkele Europese bands als Genesis, Yes, Gentle Giant en King Crimson en dat zal van doorslaggevend belang blijken in hun verdere muziekcarrière. In 1973 keert Whitaker terug naar de States, een weinig later gevolgd door Bach en Kennell, die gelijk twee vrienden van hem, Mike Beck (drums) en Cliff Fortney (zang), uitnodigt voor de oprichting van Happy The Man, een naam die door Ken Whitaker (Stanley’s oudere broer) bedacht wordt. De verwijzing naar een gelijknamige Genesissong is overigens louter toevallig. Bach beslist al vrij snel om zijn studies niet op te offeren voor een onzeker bestaan als muzikant en wordt vervangen door Frank Wyatt (sax, toetsen). Whitaker leert op de James Madison universiteit de dan 19-jarige Christopher ‘Kit’ Watkins (toetsen) kennen, een klassiek geschoolde pianist die dweept met bands als ELP en Genesis en slaagt erin hem warm te maken voor HTM.

De groep probeert een eigen repertoire uit te bouwen en brengt tijdens live optredens covers van o.a. Genesis, King Crimson en VDGG. Zes dagen op zeven en gemiddeld zes tot acht uur per dag werken de groepsleden zich de pleuris om hun complexe muziek tot in de details onder de knie te krijgen. Begin 1974 zit Kennell’s legertijd er definitief op en dat is meteen het sein voor de opname van enkele composities. Fortney houdt het later dat jaar voor gezien en wordt vervangen door Dan Owen, die zelf maar acht maanden bij de groep vertoeft. Hij zou later nog de zangpartijen op "Sides" van Anthony Phillips voor zijn rekening nemen. Het magnum opus van de groep, de 38 minuten durende suite uit 11 delen, Death’s Crown, stamt nog uit het Owen tijdperk, maar buiten enkele opvoeringen is het werk nooit meer uitgevoerd. Enkel het nummer Open Book ( uit "Crafty Hands") verwijst nog naar het machtige epos. Na het vertrek van Owen besluit de groep de zoektocht naar een nieuwe zanger te staken en begint koortsachtig te werken aan een geheel nieuw, bijna uitsluitend instrumentaal repertoire.

In 1975 verhuist de groep naar Washington, waar het radiostation WGTB-FM van de universiteit van Georgetown de luisteraar voor het eerst kennis laat maken met de muziek van HTM. Ook qua optredens komen ze aan de bak, dankzij een deal met The Cellar Door, een lokale kroeg. 1976 is een cruciaal jaar in de geschiedenis van de band. Enkele maanden voor ze een interessant platencontract gaan afsluiten met Arista, worden ze door hun manager in contact gebracht met Peter Gabriel, die na zijn vertrek uit Genesis op zoek gegaan is naar een vaste begeleidingsband. Tot een overeenkomst komt het niet en dus kan de groep zich helemaal gaan toeleggen op wat zij zelf als het meest dierbare goed beschouwen: hun eigen muziek. Arista gelooft aanvankelijk in de groep en biedt ze een royaal platencontract aan, hoewel ze dan al van mening zijn dat HTM allicht een marginale band zal blijven. Onder dit minder gunstige gesternte dient HTM in 1977 zijn gelijknamige debuut te lanceren. De bij vlagen atmosferische jazzrock van HTM gooit hoge ogen, niet in het minst door het torenhoog muzikaal vakmanschap van heren en de glasheldere productie van Ken Scott, bekend van werk met o.a. The Mahavishnu Orchestra en Supertramp. Zijn expertise en drang naar perfectionisme worden legendarisch: sommige tracks of delen ervan worden keer op keer ingespeeld (soms wel 30 keer) tot het helemaal klinkt zoals Scott het wil.

De groep begint vrij snel aan de opnames voor een tweede album, evenwel zonder Mike Beck. Deze ziet de muzikale koerswijziging niet zitten en ruimt plaats voor zijn vriend Ron Riddle, die hij na een HTM optreden had leren kennen. Riddle aanvaart de opdracht, zij het met enige schroom. Zijn inbreng is nochtans van cruciaal belang voor "Crafty Hands", het in 1978 uitgebrachte en tweede album van de band. Het is met name zijn gesofisticeerd, krachtig, razendsnel en gevarieerd drumspel dat helemaal aansluit bij de nieuwe muzikale weg, die de band lijkt in te slaan: korte(re), krachtige instrumentals die nauwer aansluiten bij de symfonische jazzrockstroming van die tijd. De mix van complexe, dynamische en lyrische muziek wordt van een nagenoeg perfecte productie door alweer Ken Scott voorzien. Ondanks de gunstige kritieken, blijft algehele erkenning uit. Riddle vertrekt kort na de release van "Crafty Hands", deels omdat hij zich niet kan verzoenen met zijn rol als plaatsvervanger van Mike Beck en deels ook omdat hij de levensstijl van de andere groepsleden (die in commune samenleven) niet ziet zitten. Tot overmaat van ramp wordt de groep meedogenloos gedumpt door Arista en ook de samenwerking met hun manager loopt spaak. Ondanks alle tegenspoed, wordt vrij snel een nieuwe drummer aangetrokken: de Fransman Coco Roussel, die in 1976 naar Washington verhuisd was, beschouwt de muziek van HTM als een perfecte uitdaging. Met hem achter de drumkit begint de groep aan nieuwe opnames maar slaagt er niet meer in interesse bij de platenmaatschappijen op te wekken. Watkins tekent vervolgens bij Camel en dat is meteen de genadeslag voor Happy The Man: in 1979 houdt de band het (voorlopig) voor gezien. Er volgen wel nog enkele releases van eerder onuitgegeven materiaal ("Better Late … " - 1990), een compilatiealbum ("Retrospective" – 1989), een live registratie uit 1978 ("Live" – 1997) en alsnog een opgeviste uitvoering van Death’s Crown.

Kit Watkins stapt in 1982 uit Camel en legt zich toe op zijn solocarrière. Whitaker wijst een voorstel van Peter Gabriel af om op diens derde soloalbum te spelen en gooit zich vervolgens op allerlei (weinig succesvolle) projecten: Vision (met o.a. Kennell en Bach), One By One (met Bach), Avalon, Ten Jinn en Spirit Noise. Kennell trekt, na de korte tussenstop met Vision, de ontspanningsindustrie in en wordt een succesvol manager in die branche. Wyatt verhuist naar New York waar pogingen om de Death’s Crown suite in een musical te gieten, jammerlijk mislukken. Hij wordt timmerman en verhuist naar Hawai, waar hij evenwel muziek blijft maken. Alle opnames worden tijdens een inbraak ontvreemd en nooit meer teruggevonden. Riddle wordt halverwege de jaren tachtig drummer bij Blue Oyster Cult en is nadien redelijk succesvol als componist van muziek voor film en documentaires.

In de jaren negentig gaan almaar meer geruchten de ronde dat een reünie nakend is, maar pas in 2000 is er van een hereniging daadwerkelijk sprake, na onder andere een opgemerkte passage op NEARfest. In 2004 komt de band met een gloednieuwe cd voor de dag, "The Muse Awakens", die buitengewoon goed ontvangen wordt. Een herboren Happy The Man start vervolgens met een reeks optredens om hun derde cd te promoten. Oude en nieuwe fans zijn met deze nieuwe doorstart alvast in hun nopjes.

Maar na een initiële enthousiaste start komen er toch de nodige spaken in het HTM wiel wat met name komt door de grote geografische spreiding tussen de diverse bandleden en hun drukke agenda's. Maar met name Stan Whitaker en Frank Wyatt hebben een behoorlijke hoeveelheid nieuw materiaal verzameld en willen dit niet ongebruikt laten en beginnen een nieuw project buiten Happy The Man om: Pedal Giant Animals. Dit project maakt één album dat uiteindelijk in 2006 uitkomt maar dat album kan gelijk gezien worden als het beginpunt voor een nieuwe band: Oblivion Sun. Samen met Bill Plummer (HTM's geluidsman) op toetsen, Chris Mack op drums (drummer van Iluvatar en ook al te horen op Pedal Giant Animals) en Dave DeMarco op bas word er gelijk hard gewerkt aan een debuutalbum dat in 2007 verschijnt. Het meest opvallende aspect is echter dat deze band nu al meer optredens heeft gegeven als Happy The Man tijdens haar reformatie. Het boek van deze legendarische Amerikaanse band lijkt hiermee dan ook definitief gesloten.

Discografie (selectief)

Album: Happy The Man
Label: Arista
Jaar: 1977 (heruitgave: 1999)
Voor recensie klik hier

Album: Crafty Hands
Label: Arista
Jaar: 1978
Voor recensie klik hier

Album: The Muse Awakens
Label: InsideOut
Jaar: 2004
Voor recensie klik hier

terug naar progarchief


(c) 2008 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign