Yes
Land: Engeland
Stijl: Symfonische rock / poprock
Actief sinds: 1968
Eerste druk: 18-02-2007
Eindredactie: Piet Michem

Biografie

Het vroege begin

Een toevallige ontmoeting tussen Jon Anderson en Chris Squire in 1968 leidde het begin van een lange, woelige carričre in van één van ’s werelds bekendste symfonische rockformaties: Yes! Hun gezamenlijke appreciatie voor samenzang (zoals bij Simon & Garfunkel) en het streven naar een stevige muzikale onderbouw, noopte beide heren tot uitbreiding van het gezelschap. Tony Kaye, Peter Banks en Bill Bruford werden terstond gerekruteerd en de geboorte van Yes was een feit. Via Tony Stratton-Smith (oprichter van Charisma) kreeg de groep de gelegenheid om live haar kunsten te tonen (als voorprogramma van o.a. Cream en Janis Joplin) en vrij snel werd het debuut "Yes" (1969) ingeblikt en de wereld ingestuurd. Hoewel gecatalogeerd onder de noemer ‘pop’ (met covers van o.a. The Beatles en The Byrds), bleek deze eerste stap toch al een klein tipje van de sluier te lichten met betrekking tot het verkennen van andere, meer symfonisch getinte muzikale paden.

Deze keuze werd overduidelijk op het tweede werkstuk van de groep, "Time And A Word" (1970), waar een heus symfonisch orkest ingehuurd werd om deze muzikale koerswijziging, naar analogie met platenwerk van The Nice en Deep Purple, kracht bij te zetten. Deze zet kwam evenwel te vroeg en beoogde niet het verhoopte resultaat, mede door de wat onevenwichtige verhouding tussen composities en productie. 

De symfonische hoogtijdagen

Peter Banks kon zich niet langer verzoenen met de gekozen muzikale richting en ruimde plaats voor Steve Howe. In deze nieuwe bezetting kwam "The Yes Album" (1971) tot stand, een sterk album waarop de complexe, avontuurlijke symfonische rock van Yes steeds meer een vaste gedaante begon aan te nemen en de klassieke invloeden bijzonder vakkundig in de songs geďntegreerd werden. Een geslaagd optreden als voorprogramma van Iron Butterfly en een eerste tour in de USA als opening act voor Jethro Tull deed de status van de groep aanzienlijk toenemen.

Toen Tony Kaye evenwel besloot het gezelschap van Peter Banks op te zoeken, werd Strawbs toetsenman Rick Wakeman aangetrokken, een flamboyant heerschap met een indrukwekkend toetsenarsenaal. In deze nieuwe configuratie werd snel werk gemaakt van nieuw platenwerk en nog in 1971 verscheen "Fragile", een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van de band. De fantasierijke composities werden afgewisseld met korte tracks, dit om het muzikaal-technisch vernuft van de groepsleden extra in de verf te zetten. Het succes van de single Roundabout en het prachtige artwork van Roger Dean voegden een extra dimensie toe aan de stijgende populariteit van Yes. In deze bezetting (voor vele Yesfans nog steeds de allerbeste ooit) bereikte de groep in artistiek opzicht het summum met het verbluffende "Close To The Edge" (1972), waarop drie lange composities prijkten die zowel naar vorm als naar inhoud en interpretatie het allerbeste uit het vijftal naar boven bracht, dit zowel op individueel als op groepsvlak. Dat het met de band op alle terreinen crescendo ging, werd vastgelegd op het live drieluik "Yessongs" (1973) waarop Bill Bruford voor het laatst te horen viel voor zijn vertrek naar King Crimson.

Met kersverse drummer Alan White werd "Tales From Topographic Oceans" (1973) opgenomen en vielen de eerste kritische bemerkingen te noteren als zou de groep te hoog willen grijpen met de lange, uitgesponnen composities. Eerste slachtoffer van deze muzikale evolutie was Rick Wakeman, die afhaakte om zijn prille solocarričre alle kansen te kunnen geven. 

Ondanks het sterk toegenomen belang van Wakeman voor de groep, werd toch een capabele vervanger gevonden in de figuur van Patrick Moraz. Met hem in de gelederen werd "Relayer" (1974) uitgebracht, een wat hoogdravend album, maar in muzikaal opzicht misschien wel het meest explosieve en dynamische werkstuk van Yes. Op solowerk van de diverse bandleden na, viel er de daaropvolgende jaren niet veel nieuws van het Yesfront te noteren, tot de groep in 1977 Wakeman weer in haar rangen opnam en het ijzersterke "Going For The One" afleverde waarop de groep als vanouds leek te floreren en zowel korte, puntige songs als langere, meer epische werkstukken wist te offreren, zoals het onsterfelijke Awaken

Midlife-crisis?

Het onsamenhangende "Tormato" (1978) kon de lijn niet doortrekken en weer wierpen de diverse bandleden zich op solowerk. Nieuw platenwerk leek niet te vlotten en zowel Wakeman als Anderson zetten een stap opzij. Begin jaren tachtig sloeg het nieuws, dat beide Buggles Trevor Horn en Geoffrey Downes de band kwamen vervoegen, in als een bom. Hoewel deze manoeuvre aanvankelijk als een commerciële knieval werd beschouwd, leverde het eerste (en tevens laatste) product van deze bizarre samenwerking het sterke "Drama" (1981) op, waarop de krachtige, complexe symfonische rock van Yes prima uit de verf kwam. Downes en Howe hielden het evenwel vrij snel voor bekeken en zouden samen deel gaan uitmaken van Asia, dat begin jaren tachtig redelijk wat successen oogstte met meer AOR-getinte pomprock.

Hoewel het einde van Yes nabij leek, zochten Squire en White toenadering tot oudgediende Tony Kaye en ook Jon Anderson, die toch weer bereid gevonden werd om Yes nieuw leven in te blazen. Trevor Rabin nam de plaats in van Steve Howe en in 1983 verscheen "90125", een niet onaardige lp maar veel toegankelijker dan Yes tot dan toe geklonken had. Niettemin leverde het album met Owner Of A Lonely Heart een gigantische hit op, maar toch was toen al duidelijk dat het in artistiek opzicht steeds verder bergafwaarts ging met de band. De talrijke personeelswisselingen, de soloaspiraties van de diverse bandleden, de steeds vijandiger wordende pers en de veranderende tendensen in de muziekbusiness begonnen hun tol te eisen. Het magere, inspiratieloze "Big Generator" (1987) leek wel het definitieve einde van de band, maar met het alternatieve Yesproject ‘Anderson, Bruford, Wakeman & Howe’ leek de groep toch nog te willen verdergaan.

Deze ‘nieuwe’ line-up werd in de ‘oude’ geďntegreerd en dat leverde begin jaren negentig (na veel geruzie en dreigende processen) nieuw platenwerk op, dat heel symbolisch tot "Union" (1991) omgedoopt werd (later door Wakeman ook smalend ‘Onion’ genoemd). 

De grijze nadagen?

Naast de relatief interessante live releases die als Keys To Ascension I & II uitgebracht werden, werden nog enkele nieuwe studioplaten opgenomen die evenwel weinig applaus oogstten: "Talk" (1994), "Open Your Eyes" (1997) en "The Ladder" (1999) bleken albums die vooral gekenmerkt werden door artistieke bloedarmoede (met uitzondering van het uitstekende "Talk", red.)

Hoewel de markt sinds de jaren negentig overspoeld werd met allerlei Yes-materiaal (dvd’s, boxsetjes, compilaties, live cd’s en sporadisch ook nieuw materiaal), bleef het in kwalitatief opzicht maar stil rond de band. "Magnification" uit 2001 bleek, merkwaardig genoeg, een terugkeer naar de periode rond "Time And A Word" waarbij een centrale rol weggelegd leek voor een heus symfonisch orkest. Deze verkwikkende zet bleek van goudwaarde voor de band en tevens het begin van een lange reeks concerten met orkest, waarbij eveneens een beroep gedaan werd op de jonge, talentvolle toetsenist Tom Brislin. 

Zoals gebruikelijk zou ook aan deze samenwerking al gauw een einde komen en zo verschijnt de groep op geregelde tijdstippen in nieuwe gedaantes op het voorplan waarbij zelfs oudgediende Rick Wakeman weer van de partij is. De trend die zich in de jaren negentig begon af te tekenen (massa’s releases van diverse aard) lijkt zich ook in de 21ste eeuw te zullen handhaven.

Discografie (selectief)

Album: Time And A word
Label: Atlantic
Jaar: 1970
Voor recensie klik hier

Album: The Yes Album
Label: Atlantic
Jaar: 1971
Voor recensie klik hier

Album: Fragile
Label: Atlantic
Jaar: 1972 (januari)
Voor recensie klik hier

Album: Close To The Edge
Label: Atlantic
Jaar: 1972 (september)
Voor recensie klik hier

Album: Tales From Topographic Oceans
Label: Atlantic
Jaar: 1973
Voor recensie klik hier

Album: Relayer
Label: Atlantic
Jaar: 1974
Voor recensie klik hier

Album: Going For The One
Label: Atlantic
Jaar: 1977
Voor recensie klik hier

Album: Tormato
Label: Atlantic
Jaar: 1978
Voor recensie klik hier

Album: Drama
Label: Atlantic
Jaar: 1980
Voor recensie klik hier

Album: 90125
Label: Atlantic
Jaar: 1983
Voor recensie klik hier

Album: Big Generator
Label: Atlantic
Jaar: 1987
Voor recensie klik hier

Album: Union
Label: Arista
Jaar: 1991
Voor recensie klik hier

Album: Talk
Label: Victory Music
Jaar: 1994
Voor recensie klik hier

Album: Open Your Eyes
Label: Eagle Records
Jaar: 1997
Voor recensie klik hier

Album: The Ladder
Label: Eagle Records
Jaar: 1999
Voor recensie klik hier

Album: Magnification
Label: Eagle Records
Jaar: 2001
Voor recensie klik hier

terug naar progarchief


(c) 2007 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign