|
Geboren halverwege de jaren vijftig,
speelt Pål Søvik in de jaren zeventig bij diverse groepen, alvorens
serieus zijn debuut te maken op het gelijknamige debuut van Villblomst
uit 1979. In deze formatie leert hij bassist Torre Bø kennen, met wie
hij later The Fool zal oprichten, welke later overloopt in Fruitcake.

Maar voordat dat allemaal plaatsvindt, neemt Søvik eerst nog eens de
drumstokken ter hand in de folkgroep Folque (en zal dat zo nu en dan
gedurende de jaren tachtig en negentig blijven doen) en eind jaren
tachtig maakt hij twee poppy klinkende soloplaten ("Look At My New
Body" uit 1988 en "At The Same Time" uit 1989).
In 1990 kwam het verlangen van Søvik en Bø om het materiaal dat ze
inmiddels samen hadden gecomponeerd in een groep uit te dragen. Ze
zochten een aantal bevriende muzikanten, met naast Bø en Søvik onder
meer Siri M. Seland op toetsen en Sfeffen Holte op gitaar. De groepsnaam
veranderde van The Stinking Rich in The Fool (en men nam in deze
hoedanigheid wat materiaal op), tot uiteindelijk de huidige naam
Fruitcake werd gekozen. In eigen beheer werd "Fool Tapes"
opgenomen een nog rammelig debuut, maar waar de vaste elementen van
Fruitcake’s stijl reeds zichtbaar waren.
Na deze matig ontvangen plaat werd Holthe vervangen door Robert Hauge,
waarmee men direct het eigenlijke debuut "How To Make It"
maakten. De plaat werd uitgebracht door Cyclops, waarmee de groep de
eerste buitenlandse acts was die voor dit Engelse label tekende. Men
trad in die tijd regelmatig op, maar bezettingswijzigingen bleven de
groep parten spelen. Om te beginnen vertrok na "How To Make It"
oerlid Torre Bø om een solocarrière te starten. Zijn vervangen op het
uitstekende "Room For Surprise" (1996) was Gunnar Bergerson,
terwijl Hauge alweer vervangen werd door Jens G. Sverdrup. Na deze goed
ontvangen cd was het opnieuw raak. Voor "One More Slice" moest
Søvik een complete nieuwe formatie oprichten met oudgediende Hauge weer
terug op stal. De naar het buitenland verhuisde Seeland werd vervangen
door Helge Skaarseth en de bas werd opgepakt door Olav Nygard. Hiermee
was het altijd aanwezige vrouwelijke element uit Fruitcake verdwenen,
maar brak ook een periode aan van relatieve standvastigheid wat betreft
bezetting, want deze bleef vanaf dan lange tijd ongewijzigd, enkele
gasten op latere platen daargelaten.
De platen blijven gestaag, doch langzamer op elkaar volgend verschijnen,
totdat Pål Søvik in 2002 ineens een compleet nieuwe groep opricht, The
Guardian’s Office. De plaat kent de bezetting Tony Johannessen op
toetsen, Morten Eriksen op gitaar en Froydis Mautvedt op bas. Het
gelijknamige debuut laat behalve de zang echter totaal geen verschil
horen met het oeuvre van Fruitcake. Het bleek een tussendoortje te zijn
en Johannessen en Eriksen treden toe tot Wobbler, de veelbelovende
nieuwe sensatie van White Willow-toetsenist Lars Fredrik Frøisle. Deze
kruisbestuiving leidt in 2004 wellicht onbewust tot een lichte White
Willow-invloed in "Man Overboard", dat een aantal prettige
fluitpassages kent van Ketil Vestrum Einarsen. Door de terugkeer van
oudgediende Steffen Holthe, maar de afwezigheid van Hauge, wordt
Fruitcake meer en meer het vaste project van Pål Søvik, een een indruk
die eens te meer word bevestigd door de afwezigheid van live-optredens.

|