|
Het lijkt alsof we
midden in een spelletje Doom terechtgekomen zijn als we de catacomben
van Paradiso Amsterdam doorkruisen. We komen heel wat creaturen tegen,
die haast ontzield lijken in de manier waarop ze apparatuur voor zich
uitschuiven. Bedachtzaam lopen we verder, nieuwsgierig wat er zoal op
ons pad komt. En dan plotseling stuiten we op een schepsel dat naar ons
toekomt en zich glimlachend voorstelt als Sayori van Leeuwen. Ze komt
van de planeet Warner en wij schakelen daarmee naadloos over van Doom
naar Tombraider, want in haar hebben we de beschikking over onze eigen
Lara Croft. Ze is de brug naar de architect van de Engelse band
Porcupine Tree, Steven Wilson.
Vanaf het allereerste album
“Tarquin’s Seaweed Farm” weet de man en zijn gevolg de bakens die
door een band als Pink Floyd neergezet zijn te verplaatsen. Je doet de
man echter geen recht door te spreken over een Floyd-kloon, immers
Porcupine Tree is een boom die meerdere vruchten draagt. Bijvoorbeeld de
rijpe mystieke sferen opgewekt voornamelijk door de elektronica, niet
zelden ontsproten aan de talenten van ex-Japan toetsenist Richard
Barbieri. Maar laten we ook de tevreden spinnende bassist Colin Edwin en
drummer Gavin Harrison niet vergeten. De kippenvelopwekkende
gitaarsolo’s van de meester zelf geven je het gevoel dat er haast een
aureool boven zijn hoofd moet hangen. Het nieuwe “Deadwing” album
laat horen dat de bron nog lang niet opgedroogd is en als je een nummer
als Arriving Somewhere But Not Here hoort, weet je onmiddellijk
weer de reden waarom de hechting met progressieve muziek een levenslange
verslaving betekent. Dat stukje schoonheid in ogenschouw nemend in
combinatie met de overige prestaties op de nieuwe cd, wekt de
nieuwsgierigheid dermate op dat een kleine afvaardiging van Progwereld
zich geroepen voelt Wilson en Harrison aan een klein kruisverhoor te
onderwerpen. Tijd voor Love, Death & Porcupine Tree. En natuurlijk
springt Lara ook nog door onze gedachten.
”Deadwing”,
het nieuwe album zou geïnspireerd zijn door een filmscript dat Mike
Bennon en Steve hebben geschreven. Zie je het album daarom als een
conceptplaat?
SW:
Nee, dat is het niet. De reden waarom ik het zo niet zie is omdat naar
mijn mening een conceptplaat een verhaal probeert te vertellen. Voor mij
is een album als “Quadrophenia” of “Tommy” het klassieke
voorbeeld van een conceptplaat, waarin de groep een verhaal probeert te
vertellen. “Deadwing” is, evenals de vorige platen, thematisch in
groepen ingedeeld. Bijvoorbeeld, alle songs van “In Absentia” zijn
gerelateerd aan de gedachte van een seriemoordenaar, terwijl de songs
van “Lightbulb Sun” meer gaan over het eindigen van relaties. Dit
nieuwe album heeft één bron en dat is het filmscript. Het probeert
alleen geen verhaal te vertellen. Het neemt elementen uit het
filmscript. Met het gegeven dat er allerlei dingen in het filmscript
zitten, die niet terug komen op “Deadwing” en vice-versa.
Zijn jullie van plan wat met het filmscript te doen?
SW: Ja, uiteraard hoop je een filmscript te kunnen vertalen naar het
grote doek. Aan de andere kant zijn daar de grote problemen op het
gebied van tijd en vooral geld. Zelfs al zou het script met Mike Bennon
slechts een lowbudget film worden, dan praat je nog over een paar
miljoen dollar. Uiteraard is er wel een deel van mij dat hoopt dat
“Deadwing” zo populair wordt, dat een film binnen de mogelijkheden
valt.
”In Absentia” mocht zich verheugen over best redelijke
verkoopaantallen. Wat zijn de verwachtingen van “Deadwing”?
SW: De tekenen wijzen uit dat “Deadwing” het nog beter
zal doen, maar we zullen zien. We zijn erg tevreden zoals het nu gaat en
eerlijkheidshalve zijn we als groep nogal vooringenomen met onszelf voor
wat betreft onze muziek. Doch aan de andere kant willen we graag
doorbreken in de populaire markt, om daar de boel een beetje op te
schudden, zoals ook een paar andere bands doen. Dat geeft ook misschien
weer ruimte voor andere, navolgende bands, wie weet.
Hoe kwamen jullie in contact met Adrian Belew (King Crimson) en hoe
was het om met hem te werken?
GH: Ik werkte ooit met hem en hij vertelde me dat hij Porcupine Tree
goed vond. Dus we vroegen hem gewoon en gaven hem de opdracht een
gitaarsolo te maken die zowel vreemd als mooi was. Nou, hij heeft hem in
elk geval vreemd gemaakt (gelach).
Het lijkt alsof “Deadwing” een terugkeer is naar het geluid van
“Stupid Dream / Lightbulb Sun”, hoewel het wel degelijk ook elementen
heeft van “In Absentia”. Zijn jullie bewust van die richting? Hoe
kijken jullie hier tegenaan?
SW: Om eerlijk te zijn, we zijn nooit objectief ten opzichte
van onze eigen albums. Ik vind het altijd vreemd dat als we een cd aan
het maken zijn en we doen wat ons hart ons ingeeft, dat de reactie van
mensen later altijd is “oh, dit is jullie stevigste cd” of “oh,
dit is een meer uitgebalanceerde cd” of zelfs “oké, dit is jullie
meest (of minst) commerciële cd”. Ik heb al deze opmerkingen alweer
gehoord over “Deadwing” en ik kan er als muzikant niet zoveel mee.
En als je er later naar luistert?
SW: Dat doe ik nooit. Ik speel het materiaal meer dan genoeg en heb
het ten tijde van de opnames zo vaak gehoord. Teveel pijn, haha. Alleen
voor de remasters moest ik wel.
Zijn jullie je dan wel bewust van de impact die de muziek van
Porcupine Tree maakt op luisteraars?
SW: Ja, dat zeker, want we hebben dat zelf ook als
muziekliefhebbers.
”Deadwing”
heeft weer die broeierige onderlaag die alle PT-releases hebben. Daarbij
opgeteld de vreemde maatsoorten en ambiente soundscapes. Wat heb je
daarover op te merken?
SW: Gek genoeg gebeurt dat allemaal intuïtief. Ik heb niet
het gevoel dat ook maar iets wat we doen te maken heeft met van tevoren
opgestelde regels. Mensen hebben me vaak gevraagd, zeker bij deze plaat:
“waarom heb je daarvoor gekozen?” en “waarom heb je dat gedaan?”
en ik weet het antwoord nooit, omdat het intuïtief gebeurt. Het klinkt
misschien een beetje opschepperig, maar als ik liedjes schrijf, vloeit
het gewoon uit me. Ik denk nooit: “och laat ik eens 1/3 Tool nemen en
ik meng daar 2/3 Led Zeppelin doorheen”. Of ze zeggen, “het laatste
album was wat hard, dus daarom doen ze nu wat rustiger en blabla”. Het
zal altijd wel zo blijven.
GH: Steve en ik zijn allebei dol op rare maatsoorten, maar dan met name
hoe je ze natuurlijk kan laten klinken. Kijk, sommige bands schrijven
een soort van slimme muziek, zodat andere muzikanten of luisteraars
kunnen zeggen: “kijk hen nou”. Wij zijn duidelijk niet zo, maar het
is wel heel leuk om een liedje te schrijven in een vreemde maatsoort,
zonder dat mensen dat door hebben. The Sound Of Muzak bijvoorbeeld
is in 7/8. Strip The Soul, een ander voorbeeld, heeft drie
verschillende maatsoorten. We vinden het echter vooral een kunst om
ervoor te zorgen dat de luisteraar het feitelijk niet door heeft.
Steve,
het valt me op dat je graag met één bepaald persoon samenwerkt. Zo
werkte je met Aviv Geffen samen op Blackfield en uiteraard met Tim
Bowness in no-man. Wie is de ‘side-kick’ op “Deadwing”?
SW: Nou, de
hele band eigenlijk. Hoewel het aandeel van Gavin Harrison wel enorm is
toegenomen. Op “In Absentia” was hij er voor het eerst en moest hij
nog wennen. Het materiaal was toen al allemaal geschreven, maar met
“Deadwing” heeft hij zich meer kunnen bemoeien met de opnames. De
vorige drummer, Chris Maitland, was alleen een drummer, maar Gavin is
tevens schrijver, producer, engineer en componist. En omdat ik van deze
plaat in elk geval meer een groepsgebeuren wilde maken, kwam zijn
inbreng wat dat betreft op het juiste moment. Dus “Deadwing” is veel
meer dan ooit een collectief gebeuren geweest en we zien de plaat dan
ook als één van onze beste cd’s die we ooit gemaakt hebben.
Waar
luister je zelf graag naar en zijn er nog interessante ontdekkingen die
je hebt gedaan?
SW:
Om te beginnen LCD Sound System, maar ook de nieuwe cd van de Secret
Machines. The Mars Volta vind ik ook erg goed.
En wat betreft albums uit de jaren zeventig?
SW: Ik houd erg van de klassieke albums uit de jaren zestig
en zeventig, zoals “Tommy” van The Who en platen van The Beatles.
Maar ik houd zelfs van heel flauwe dingen, zoals Abba en The Carpenters.
Maar ik denk dat “Bitches Brew” van Miles Davis mijn klassieke plaat
aller tijden is. Ik houd van rare dingen, zoals ook “Zeit” van
Tangerine Dream. Ik heb ongeveer 4000-5000 cd’s denk ik. Het is naar
mijn mening belangrijk zowel de input van muziek als de output via onze
muziek vers te houden. De muziek moet evolueren naar mijn mening. We
zijn allemaal enorme muziekliefhebbers, hoewel we allemaal uit
verschillende muzikale achtergronden komen.
En wat betreft de progressieve rock?
SW: Alles wat raar is vind ik meestal goed. Univers Zero
bijvoorbeeld, of Magma.
Zijn jullie er bewust van dat “Deadwing” allang op het net te
vinden was, als download, nog voor het uitkwam bij de
platenmaatschappij? Wat is jullie mening over het branden en downloaden?
SW: We staan er een beetje tweeslachtig tegenover. Het is een
enigszins tweesnijdend zwaard. We krijgen niet veel draaitijd op de
radiostations, dus heel veel fans die de plaat kopen hebben Porcupine
Tree waarschijnlijk ontdekt door een peer-to-peer sharingprogramma. Het
heeft ons op die manier zeker geholpen naamsbekendheid te krijgen. Aan
de andere kant is het een beetje frustrerend te zien dat veel mensen het
gratis wegnemen, terwijl je er zelf ruim een jaar van je leven aan
gegeven hebt. Wat ik ook een nadeel vind, is dat je als downloader de
context van een album kwijt bent. Men download meestal losse tracks en
de onderlinge samenhang is dan volstrekt zoek, om over de kwaliteit maar
te zwijgen.
In wat voor andere projecten zijn jullie betrokken momenteel?
GH: ik ben bezig met een drum-dvd, waarmee ik ritmes probeer te
analyseren en les te geven. Ik ben er al ongeveer twee jaar mee bezig en
terugkomend op je vraag over rare maatsoorten, dat is precies wat ik op
deze dvd wil exploreren. Uitleggen hoe je een 4/4-maatsoort juist niet
kan laten klinken als een vierkwartsmaat en hoe je bijvoorbeeld 7/8 toch
een goede flow kan geven, zodat mensen het niet door hebben.
SW: dit jaar staat helemaal in het teken van Porcupine Tree. We hebben
wel wat nieuwe nummers geschreven voor een komend album van Blackfield,
maar voor de rest staan alle andere projecten zo’n beetje stil.
Hoe
was het om met Jordan Rudess van Dream Theater te werken? Hoe
hebben jullie hem ontmoet?
SW:
In Boston kwam hij gewoon naar onze show toen en zo leerden we
elkaar kennen. Rudess houdt evenals ik van allerlei obscure
synthesizergroepen en hij heeft op zijn keyboards allerlei ‘rare’
sounds staan waar hij binnen Dream Theater feitelijk niks mee doet.
Komt
er nog een dvd van Porcupine Tree?
SW: (diepe zucht). Dat is Gavin’s departement. Hij gaat het
regelen. We weten wel dat we het zo zoetjes aan moeten doen, want
volgens mij zijn wij de laatste vrij bekende band die nog geen dvd heeft
uitgebracht!
GH: we willen dat het heel, heel goed is, met veel documentaires,
videoclips en uiteraard surround-sound. Je hebt er heel veel werk aan,
zeker wat betreft de postproductie. Maar de dvd zelf komt zeker.
Wat is jullie persoonlijke status? Zijn jullie getrouwd, wonen jullie
samen, vrijgezel?
SW: Gavin en ik zijn allebei vrijgezel en we wonen in Londen. Zowel
Colin als Richard zijn getrouwd. Colin heeft pas een zoon gekregen,
Ruben.
Vertaling:
Christopher Cusack & Markwin Meeuws
|