#21 Porcupine Tree, de catacomben van "Deadwing" 

eerste druk: 28-06-2005 
eindredactie: Ton Veldhuis & Markwin Meeuws
foto's: www.porcupinetree.com & www.jordanrudess.com 

Het lijkt alsof we midden in een spelletje Doom terechtgekomen zijn als we de catacomben van Paradiso Amsterdam doorkruisen. We komen heel wat creaturen tegen, die haast ontzield lijken in de manier waarop ze apparatuur voor zich uitschuiven. Bedachtzaam lopen we verder, nieuwsgierig wat er zoal op ons pad komt. En dan plotseling stuiten we op een schepsel dat naar ons toekomt en zich glimlachend voorstelt als Sayori van Leeuwen. Ze komt van de planeet Warner en wij schakelen daarmee naadloos over van Doom naar Tombraider, want in haar hebben we de beschikking over onze eigen Lara Croft. Ze is de brug naar de architect van de Engelse band Porcupine Tree, Steven Wilson.

Vanaf het allereerste album “Tarquin’s Seaweed Farm” weet de man en zijn gevolg de bakens die door een band als Pink Floyd neergezet zijn te verplaatsen. Je doet de man echter geen recht door te spreken over een Floyd-kloon, immers Porcupine Tree is een boom die meerdere vruchten draagt. Bijvoorbeeld de rijpe mystieke sferen opgewekt voornamelijk door de elektronica, niet zelden ontsproten aan de talenten van ex-Japan toetsenist Richard Barbieri. Maar laten we ook de tevreden spinnende bassist Colin Edwin en drummer Gavin Harrison niet vergeten. De kippenvelopwekkende gitaarsolo’s van de meester zelf geven je het gevoel dat er haast een aureool boven zijn hoofd moet hangen. Het nieuwe “Deadwing” album laat horen dat de bron nog lang niet opgedroogd is en als je een nummer als Arriving Somewhere But Not Here hoort, weet je onmiddellijk weer de reden waarom de hechting met progressieve muziek een levenslange verslaving betekent. Dat stukje schoonheid in ogenschouw nemend in combinatie met de overige prestaties op de nieuwe cd, wekt de nieuwsgierigheid dermate op dat een kleine afvaardiging van Progwereld zich geroepen voelt Wilson en Harrison aan een klein kruisverhoor te onderwerpen. Tijd voor Love, Death & Porcupine Tree. En natuurlijk springt Lara ook nog door onze gedachten.

”Deadwing”, het nieuwe album zou geïnspireerd zijn door een filmscript dat Mike Bennon en Steve hebben geschreven. Zie je het album daarom als een conceptplaat?
SW: Nee, dat is het niet. De reden waarom ik het zo niet zie is omdat naar mijn mening een conceptplaat een verhaal probeert te vertellen. Voor mij is een album als “Quadrophenia” of “Tommy” het klassieke voorbeeld van een conceptplaat, waarin de groep een verhaal probeert te vertellen. “Deadwing” is, evenals de vorige platen, thematisch in groepen ingedeeld. Bijvoorbeeld, alle songs van “In Absentia” zijn gerelateerd aan de gedachte van een seriemoordenaar, terwijl de songs van “Lightbulb Sun” meer gaan over het eindigen van relaties. Dit nieuwe album heeft één bron en dat is het filmscript. Het probeert alleen geen verhaal te vertellen. Het neemt elementen uit het filmscript. Met het gegeven dat er allerlei dingen in het filmscript zitten, die niet terug komen op “Deadwing” en vice-versa.

Zijn jullie van plan wat met het filmscript te doen?
SW: Ja, uiteraard hoop je een filmscript te kunnen vertalen naar het grote doek. Aan de andere kant zijn daar de grote problemen op het gebied van tijd en vooral geld. Zelfs al zou het script met Mike Bennon slechts een lowbudget film worden, dan praat je nog over een paar miljoen dollar. Uiteraard is er wel een deel van mij dat hoopt dat “Deadwing” zo populair wordt, dat een film binnen de mogelijkheden valt.

”In Absentia” mocht zich verheugen over best redelijke verkoopaantallen. Wat zijn de verwachtingen van “Deadwing”?
SW: De tekenen wijzen uit dat “Deadwing” het nog beter zal doen, maar we zullen zien. We zijn erg tevreden zoals het nu gaat en eerlijkheidshalve zijn we als groep nogal vooringenomen met onszelf voor wat betreft onze muziek. Doch aan de andere kant willen we graag doorbreken in de populaire markt, om daar de boel een beetje op te schudden, zoals ook een paar andere bands doen. Dat geeft ook misschien weer ruimte voor andere, navolgende bands, wie weet.

Hoe kwamen jullie in contact met Adrian Belew (King Crimson) en hoe was het om met hem te werken?
GH: Ik werkte ooit met hem en hij vertelde me dat hij Porcupine Tree goed vond. Dus we vroegen hem gewoon en gaven hem de opdracht een gitaarsolo te maken die zowel vreemd als mooi was. Nou, hij heeft hem in elk geval vreemd gemaakt (gelach).

Het lijkt alsof “Deadwing” een terugkeer is naar het geluid van “Stupid Dream / Lightbulb Sun”, hoewel het wel degelijk ook elementen heeft van “In Absentia”. Zijn jullie bewust van die richting? Hoe kijken jullie hier tegenaan?
SW: Om eerlijk te zijn, we zijn nooit objectief ten opzichte van onze eigen albums. Ik vind het altijd vreemd dat als we een cd aan het maken zijn en we doen wat ons hart ons ingeeft, dat de reactie van mensen later altijd is “oh, dit is jullie stevigste cd” of “oh, dit is een meer uitgebalanceerde cd” of zelfs “oké, dit is jullie meest (of minst) commerciële cd”. Ik heb al deze opmerkingen alweer gehoord over “Deadwing” en ik kan er als muzikant niet zoveel mee.

En als je er later naar luistert?
SW: Dat doe ik nooit. Ik speel het materiaal meer dan genoeg en heb het ten tijde van de opnames zo vaak gehoord. Teveel pijn, haha. Alleen voor de remasters moest ik wel.

Zijn jullie je dan wel bewust van de impact die de muziek van Porcupine Tree maakt op luisteraars?
SW: Ja, dat zeker, want we hebben dat zelf ook als muziekliefhebbers.

”Deadwing” heeft weer die broeierige onderlaag die alle PT-releases hebben. Daarbij opgeteld de vreemde maatsoorten en ambiente soundscapes. Wat heb je daarover op te merken?
SW: Gek genoeg gebeurt dat allemaal intuïtief. Ik heb niet het gevoel dat ook maar iets wat we doen te maken heeft met van tevoren opgestelde regels. Mensen hebben me vaak gevraagd, zeker bij deze plaat: “waarom heb je daarvoor gekozen?” en “waarom heb je dat gedaan?” en ik weet het antwoord nooit, omdat het intuïtief gebeurt. Het klinkt misschien een beetje opschepperig, maar als ik liedjes schrijf, vloeit het gewoon uit me. Ik denk nooit: “och laat ik eens 1/3 Tool nemen en ik meng daar 2/3 Led Zeppelin doorheen”. Of ze zeggen, “het laatste album was wat hard, dus daarom doen ze nu wat rustiger en blabla”. Het zal altijd wel zo blijven.

GH: Steve en ik zijn allebei dol op rare maatsoorten, maar dan met name hoe je ze natuurlijk kan laten klinken. Kijk, sommige bands schrijven een soort van slimme muziek, zodat andere muzikanten of luisteraars kunnen zeggen: “kijk hen nou”. Wij zijn duidelijk niet zo, maar het is wel heel leuk om een liedje te schrijven in een vreemde maatsoort, zonder dat mensen dat door hebben. The Sound Of Muzak bijvoorbeeld is in 7/8. Strip The Soul, een ander voorbeeld, heeft drie verschillende maatsoorten. We vinden het echter vooral een kunst om ervoor te zorgen dat de luisteraar het feitelijk niet door heeft.

Steve, het valt me op dat je graag met één bepaald persoon samenwerkt. Zo werkte je met Aviv Geffen samen op Blackfield en uiteraard met Tim Bowness in no-man. Wie is de ‘side-kick’ op “Deadwing”?  
SW: Nou, de hele band eigenlijk. Hoewel het aandeel van Gavin Harrison wel enorm is toegenomen. Op “In Absentia” was hij er voor het eerst en moest hij nog wennen. Het materiaal was toen al allemaal geschreven, maar met “Deadwing” heeft hij zich meer kunnen bemoeien met de opnames. De vorige drummer, Chris Maitland, was alleen een drummer, maar Gavin is tevens schrijver, producer, engineer en componist. En omdat ik van deze plaat in elk geval meer een groepsgebeuren wilde maken, kwam zijn inbreng wat dat betreft op het juiste moment. Dus “Deadwing” is veel meer dan ooit een collectief gebeuren geweest en we zien de plaat dan ook als één van onze beste cd’s die we ooit gemaakt hebben.

Waar luister je zelf graag naar en zijn er nog interessante ontdekkingen die je hebt gedaan?
SW: Om te beginnen LCD Sound System, maar ook de nieuwe cd van de Secret Machines. The Mars Volta vind ik ook erg goed.

En wat betreft albums uit de jaren zeventig?
SW: Ik houd erg van de klassieke albums uit de jaren zestig en zeventig, zoals “Tommy” van The Who en platen van The Beatles. Maar ik houd zelfs van heel flauwe dingen, zoals Abba en The Carpenters. Maar ik denk dat “Bitches Brew” van Miles Davis mijn klassieke plaat aller tijden is. Ik houd van rare dingen, zoals ook “Zeit” van Tangerine Dream. Ik heb ongeveer 4000-5000 cd’s denk ik. Het is naar mijn mening belangrijk zowel de input van muziek als de output via onze muziek vers te houden. De muziek moet evolueren naar mijn mening. We zijn allemaal enorme muziekliefhebbers, hoewel we allemaal uit verschillende muzikale achtergronden komen.

En wat betreft de progressieve rock?
SW: Alles wat raar is vind ik meestal goed. Univers Zero bijvoorbeeld, of Magma.

Zijn jullie er bewust van dat “Deadwing” allang op het net te vinden was, als download, nog voor het uitkwam bij de platenmaatschappij? Wat is jullie mening over het branden en downloaden?
SW: We staan er een beetje tweeslachtig tegenover. Het is een enigszins tweesnijdend zwaard. We krijgen niet veel draaitijd op de radiostations, dus heel veel fans die de plaat kopen hebben Porcupine Tree waarschijnlijk ontdekt door een peer-to-peer sharingprogramma. Het heeft ons op die manier zeker geholpen naamsbekendheid te krijgen. Aan de andere kant is het een beetje frustrerend te zien dat veel mensen het gratis wegnemen, terwijl je er zelf ruim een jaar van je leven aan gegeven hebt. Wat ik ook een nadeel vind, is dat je als downloader de context van een album kwijt bent. Men download meestal losse tracks en de onderlinge samenhang is dan volstrekt zoek, om over de kwaliteit maar te zwijgen.

In wat voor andere projecten zijn jullie betrokken momenteel?
GH: ik ben bezig met een drum-dvd, waarmee ik ritmes probeer te analyseren en les te geven. Ik ben er al ongeveer twee jaar mee bezig en terugkomend op je vraag over rare maatsoorten, dat is precies wat ik op deze dvd wil exploreren. Uitleggen hoe je een 4/4-maatsoort juist niet kan laten klinken als een vierkwartsmaat en hoe je bijvoorbeeld 7/8 toch een goede flow kan geven, zodat mensen het niet door hebben.
SW: dit jaar staat helemaal in het teken van Porcupine Tree. We hebben wel wat nieuwe nummers geschreven voor een komend album van Blackfield, maar voor de rest staan alle andere projecten zo’n beetje stil.

Hoe was het om met Jordan Rudess van Dream Theater te werken? HoeSteve Wilson & Jordan Rudess hebben jullie hem ontmoet?
SW: In Boston kwam hij gewoon naar onze show toen en zo leerden we elkaar kennen. Rudess houdt evenals ik van allerlei obscure synthesizergroepen en hij heeft op zijn keyboards allerlei ‘rare’ sounds staan waar hij binnen Dream Theater feitelijk niks mee doet.

Komt er nog een dvd van Porcupine Tree?
SW: (diepe zucht). Dat is Gavin’s departement. Hij gaat het regelen. We weten wel dat we het zo zoetjes aan moeten doen, want volgens mij zijn wij de laatste vrij bekende band die nog geen dvd heeft uitgebracht!
GH: we willen dat het heel, heel goed is, met veel documentaires, videoclips en uiteraard surround-sound. Je hebt er heel veel werk aan, zeker wat betreft de postproductie. Maar de dvd zelf komt zeker.

Wat is jullie persoonlijke status? Zijn jullie getrouwd, wonen jullie samen, vrijgezel?
SW: Gavin en ik zijn allebei vrijgezel en we wonen in Londen. Zowel Colin als Richard zijn getrouwd. Colin heeft pas een zoon gekregen, Ruben.

Vertaling: Christopher Cusack & Markwin Meeuws


(c) 2005 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign