#23 Splinter in Zweden: 'Show me you have balls in Holland'

eerste druk: 08-11-2005 
tekst en foto's: Wouter Bessels (Background Magazine)
eindredactie: Christian Bekhuis
Impressies van de Splinter opnamesessies voor hun nieuwe album in de studio van Flower Kings / Karmakanic bassist Jonas Reingold in Malmö (Zweden)

‘Weet je, ik was helemaal naar de klote gisteravond. Die partij die je nu hoort, heb ik toen als laatste opgenomen en die wil ik nu even opnieuw doen. Ik weet dat Jonas het er niet mee eens is, maar ik doe het toch.’ Didier Kerckhoff zit met zijn gitaar op de piepende stoel in de studio, terwijl producer Jonas Reingold even een bak koffie in de keuken aan het halen is en een telefoontje moet afhandelen. Opeens komt de stem van Reingold weer erg dichtbij. ‘Oh, oh!’ realiseert de gitarist zich. Even later verklapt hij zijn plan aan Reingold. ‘Gewoon doen’, zegt Jonas.

Het is een uitstekend voorbeeld van de werkwijze tijdens drie weken opnamesessies die Splinter in de studio van Jonas Reingold in Malmö, Zweden heeft beleefd. De bandleden spelen in, Jonas stuurt bij, samen wordt er overlegd en Splinter perfectioneert. Het resultaat klinkt veelbelovend.


‘Jonas Workshop’

Het is een stevige wandeling van het centrum van Malmö naar de plek waar de bandleden drie weken in conclaaf zijn gegaan om hun eerste plaat op te nemen. Net buiten de stadsgrens en de spoorlijn die Zweden met buurland Denemarken verbindt ligt Hindby, een wijk met lichtbruine huizen, veel eenrichtingsverkeer straten en olijfgroen gras. De echte Reingold kenners kennen de naam van de wijk als titel van het gelijknamige nummer op de tweede Karmakanic CD. Hier ligt dus het culturele gevechtscentrum van de bassist. ‘Ik blijf het liefste hier in Malmö werken’, vertelt Jonas. ‘Dichtbij het vaste land van Europa, dichtbij Göteborg waar een hoop gebeurt en het is de beste plek om mijn kinderen op te voeden.’

Via een steile trap wordt de studio bereikt, die uit drie ruimten bestaat: een hok waar drummer Berry Vink zijn partijen heeft opgenomen en waar nu de gitaarversterkers van Didier staan opgesteld, bedolven onder zwarte doeken en buizenmicrofoons. Verder een betegelde jacuzzi-ruimte waar de bandleden repeteren; hier houden Menno Broer van Dijk (toetsen) en Rock Hoekstra (zang, gitaar) hun vingers soepel en worden de stembanden opgewarmd. Tot slot de opnamestudio zelf: een stevig Apple systeem met Logic opnamesoftware en twee flatscreens staat op een Ikea bureau, met daarnaast een flink rack met randapparatuur. Achter in de ruimte een paar sofa’s en wat standaards met gitaren. In gedachten schiet je meteen het moment van het ‘eureka’-gevoel binnen. Als Jonas midden in de nacht een idee krijgt, zie je hem naar beneden rennen, de Apple aanzetten en zijn creativiteit de vrije loop laten. Zonder dat de stopwatch wordt ingedrukt om de studiotijd bij te houden. Hier heeft hij alle tijd van de wereld.


Harde arbeid

De opnamesessies van Splinter zijn onderverdeeld in drie weken van harde arbeid. Tussen de sessies door, die per bandlid opeenvolgend worden gehouden, gaan de muzikanten de stad in, lopen ze langs de haven en bezoeken ze ’s avonds muziekcafé’s waar muzikale sessies tussen de lokale muzikanten de normaalste zaak van de wereld is. In de ruimte waar gegeten, ontspannen en geslapen wordt, staat een TV met een spelcomputer en zwerven wat CD’s rond, met onder andere Roger Waters’ "Amused to Death", King Crimson’s "Starless and Bible Black" en "Red" en de laatste van Bettie Serveert.

De band heeft elektronische Cubase demo’s van zeven nummers meegenomen, die als uitgangspunt dienen en die hier in Zweden worden ingespeeld met Jonas Reingold als producer. Splinter kiest voor zowel oude als nieuwe stukken. Van "The Devil’s Jigsaw" zijn The Devil’s Advocate, Reflections en The Hymn gekozen om nieuwe versies van op te nemen. Daarnaast staan Goodbye, Korsakov en Bio Engine op de lijst: nummers die de band afgelopen voorjaar al live speelde tijdens de avonden met Circus Brimstone en op het Headway festival in Amstelveen. Verder waagt de band zich aan Anthony’s Trip, een nieuw stuk dat in de studio nog tot volle bloei moet komen.


‘Show me you have balls in Holland’

Als eerste neemt Berry zijn drumpartijen op. Van drummer Zoltan Csorsz, die ook in de stad woont, kan hij zijn ‘kit’ gebruiken en is dus vanuit Nederland met enkel zijn stokjes gekomen. Terwijl Berry ‘s werk voor het merendeel bestaat uit het indrummen over de demo’s, komen de opnames pas goed op gang vanaf het moment dat Marcel Everts zijn basgitaar inplugt.

De melodieuze invulling van veel stukken verandert bijna per maat. Samen met Jonas bespreekt hij verschillende basloopjes en wordt hij op interessante ideeën gebracht. Opeens breken stukken als The Devil’s Advocate helemaal open: Jonas manifesteert zich niet slechts als bassist; behalve dat hij zoveel mogelijk uit Marcel wil halen, denkt hij ook na over het verloop van de sessies die nog moeten komen. De rest van de band weet dat ook de gitaar- en toetsenpartijen ingrijpend zullen veranderen. Stoeien met arrangementen is boeiend en het wordt voor Didier en Menno een spannende opgave om de nummers verder in te vullen. Vooral tijdens de opnames van Bio Engine is dat proces zichtbaar. Marcel denkt na over het verloop van die sessies. ‘Als Roine Stolt de productie had gedaan, dan klonk de plaat heel anders.’ Jonas drijft Marcel echt op als bassist en dat werkt niet alleen bij hem. Reingold werkt in het geval van Splinter heel effectief. Hij is het type producer dat ook muzikant is; soms pakt hij zijn gitaar of bas en laat horen wat hij in gedachten heeft. Het idee ontstaat en wordt meteen uitgewerkt in Logic. Uiteindelijk drukt Jonas een enorme stempel op de nummers, maar overheerst niet op het gebied van productie. Er is een prachtige wisselwerking tussen producer en muzikanten. Het werkt en het levert een doordacht resultaat op. ‘Show me you have balls in Holland’, grijnst hij als Marcel, erg gemotiveerd, uitroept dat ‘Bio Engine echt pompen wordt’.


Gemeen

Na Marcel volgt Didier. De gitarist neemt gedurende een paar dagen uitgebreid zijn tijd voor het opnemen van zijn partijen en doet dat veelal in zijn eentje. Een fles Fanta in de buurt, af en toe even naar het benzinestation op de hoek voor een hamburger, met een flinke dosis inspiratie en wilskracht tussen de oren. Tussendoor verwisselt Jonas even de harde schijf: zo kan er weer genoeg opgenomen worden. Vooral in The Devil’s Advocate probeert de gitarist veel uit: een reeks open akkoorden wordt overgedubt met een Dream Theater-achtige riff en even daarna klinkt zijn gitaar zelfs even heel bluesy. ‘Probeer gewoon een interessante noot te vinden’, roept Jonas tijdens het tussenstuk van The Devil’s Advocate. ‘Dit moet gemeen klinken, bijna Crimson-achtig.’ En inderdaad, de sessie die erop volgt heeft wel iets weg van een Robert Fripp-lick uit Red of van "Larks Tongues in Aspic". Didier grijnst en begrijpt waarom Jonas dit voorstelt. Tien minuten later pakt Jonas tijdens het volgende deel zijn akoestische gitaar en bedenkt een lyrisch, emotioneel en mooi lopend stukje. Hij gebruikt de plectrum van de Splinter-gitarist die na een paar seconden al door midden gaat, zodat Didier dubbel onder de indruk is van deze ingeving. De zienswijze van Jonas krijgt pas zijn gestalte als de gitarist het stuk zelf speelt en er zijn eigen draai aan meegeeft.


Frisse bries

Na twee weken opnemen en wachten vertrekken de bandleden, behalve Menno en Rock. Menno vertrekt een paar dagen later, terwijl Rock zijn zangpartijen in de daaropvolgende week inzingt. Naderhand zal Didier nog een keer naar Zweden gaan om nog wat partijen af te maken en worden ook bij de andere partijen nog wat puntjes op de i gezet door Jonas. Ook worden de achtergrondvocalen nog op een later tijdstip opgenomen.

Om in Splinter termen te blijven: in Zweden heeft ieder bandlid zijn puzzelstukjes opgenomen. Reingold zorgt voor de eindmix waarmee nog van alles kan gebeuren, maar zeker is dat de band een volwassen product gaat afleveren. De eerste aanzet was al gegeven met de "Reflections"-EP en de "The Devils Jigsaw"-collectie, maar de samenwerking tussen deze veelbelovende band en alleskunner Reingold is met recht een schot in de roos en daarnaast eentje met toekomstperspectieven. Samen met de precisie productie van de Zweed en de enorme motivatie en discipline van de Hollanders, resulteert de kwaliteit van de opgenomen composities in een stevige en overtuigende CD, die hopelijk Splinter op de kaart zal zetten als de band die een frisse bries in de progressieve rock laat waaien. Splinters blijven nou eenmaal scherp.

Verwachte releasedatum: voorjaar 2006 (uiteindelijk werd het december 2007)
Meer info:
www.splinterprog.com


(c) 2005 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign