#25 Happy The Man: vaardige handen ontwaken een muze (deel 2)

tweede druk: 29-11-2005
interview: Maurice Dam (Background Magazine) en Christian Bekhuis 
eindredactie: Christian Bekhuis
Foto’s: Maurice Dam, Frank White, Brian Tirpak

Deel 1 van dit interview valt hier te lezen

Een manier om tegenwoordig een groter publiek te bereiken is het uitbrengen van een live-dvd.

SW: We zijn daarmee bezig. We hebben beelden van een paar shows. We zullen geheid een gedeelte van dit interview erin verwerken. Steve, onze maat, heeft gisteren de XM Radio-sessie opgenomen, dus die beelden hebben we ook. We hebben een aantal van onze shows gefilmd, onder andere die in het State Theater, dus er bestaan voldoende beelden, maar niet zoveel waarop Joe al voorkomt als we zouden willen. Dus in de nabije toekomst zetten we een show hier in de buurt op poten en we zetten er een hele dvd filmcrew neer en nemen de hele show op. Dus ja, we moeten zonder meer een live dvd hebben om mensen te laten zien dat we daadwerkelijk bestaan.
FW: Dat is iets wat we echt zelf doen, zonder daadwerkelijk budget.

Hoe denk je dat de nummers het live doen in vergelijking met hun tegenhangers uit de studio?

SW: Oh, ik denk dat ze live beter overkomen. Sommige van de nummers en de rockers zijn zeker erg mooi live: Contemporary Insanity en Barking Spiders en hun gelijken. Maar wat echt tof was, was dat softe nummers als Adrift en Maui Sunset het echt goed doen op het podium.
FW: Ze lijken niet zo ‘easy-listening’ live.
SW: Op plaat worden ze door sommigen recensenten per abuis als new-age aangeduid.
FW: Bah.


Hoeveel verschillen de nummers in de uiteindelijke albumversie van de nummers die jullie aanvankelijk geschreven hadden voor het album?

SW: Oh ja, ze veranderen altijd, ze evolueren omdat we allemaal perfectionisten zijn, we proberen allemaal onze delen zo optimaal mogelijk te maken. We zijn nogal gefixeerd op het zorgen dat dingen in die gepolijste eindstaat geraken. De delen van de schrijver van een nummer blijven meestal tamelijk hetzelfde, dus als Frank of ik een nummer schrijven en het aan de band presenteren, blijft ons individuele deel hetzelfde, maar de delen van de rest lijken nogal te veranderen gedurende het arrangeerproces. We laten iedereen in de band zijn eigen inbreng aandragen maar als wij als componist iets specifieks in ons hoofd hebben, gooien we dat naar de rest om te zien of ze deze invalshoek willen uitproberen. We proberen letterlijk elk hoekje en tempo uit om dingen optimaal te krijgen.


Toetsenist / rietblazer Frank Wyatt

Dus komt het voor dat een track compleet verschillend van het origineel opgeleverd wordt?

FW: Altijd. Het is altijd beter dan we aanvankelijk vermoedden. Als ik een stuk schrijf hoor ik het pianogedeelte en als ik denk dat het een puik stukje is, draag ik het over aan de rest van de band. Dan wordt het onderhevig gemaakt aan dit arrangeerproces en het wordt gewoon veel beter dan het aanvankelijk was.
SW: Frank’s nummers zijn waarschijnlijk de meest uitdagende voor ons om mee te werken omdat ze… euh…
FW: …zo gek zijn! [lacht]

SW: Ze hebben van die dingen die wij ‘Frank-akkoorden’ noemen. Veel van zijn akkoorden zijn gewoonweg geen akkoorden [grinnikt], ze hebben geen namen en als ze die zouden hebben zou het zoiets zijn als C-sharp diminished flat five 711 sharp 13 over a B-flat base. Het zijn gewoon fascinerende akkoorden en sommige ervan zijn voor mij als gitarist een ware uitdaging om te spelen op de manier zoals hij het wil. Zijn nummers zijn leuk om te spelen.
FW: Ze vereisen veel tijd om te doorgronden.

SW: Ja, ze hebben lang nodig, maar dat is juist goed omdat het eindresultaat verbazingwekkend is. Mijn ideeën zijn meer rechtoe-rechtaan, meer couplet-refrein-couplet-refrein.
FW: Maar met Stan’s nummers is het zo: hij komt binnen, speelt het, dan legt hij de drumpartijen uit, zijn ritme-ideeën en dan blijkt het iets compleet anders te zijn dan je dacht dat het zou worden en je weet werkelijk niet wat te denken.
SW: Ja, ik heb veel ideeën qua drums.
FW: Zijn ideeën zijn zomaar lukraak maar ze klinken echt goed, weet je.

Ah, dus daarom kunnen jullie geen drummers aanhouden: omdat jullie er zelf een gefrustreerde drummer annex gitarist op nahouden?

FW: We hebben wel een drummer gehad die toen hij wegging zei: ‘er zijn teveel drummers in deze band!’ Maar, iedereen krijgt een gelijk deel van ons. We zijn allemaal hard tegenover elkaar. Ieders bijdrage wordt gelijk geanalyseerd. Simpel gezegd: als je zweert bij je eigen stukken, heb je geen plaats in deze band. Je moet flexibel zijn.


Is de manier waarop jullie muziek schrijven door de jaren heen veel veranderd?

FW: Nee, eigenlijk niet. Iedereen neemt zijn eigen nummers mee en presenteert ze aan de band. Het komt amper voor dat we samen nummertjes verzinnen. We hebben wel degelijk gejamd daarentegen en vooral vroeger gingen we gewoon bij elkaar zitten om te jammen.
SW: En soms ontstaan daaruit ideeën.

FW: Ik denk niet dat er ooit een echt nummer is ontstaan uit die jams. Het is altijd leuk om te doen, maar het is gewoon niet de manier voor ons. Ik denk dat het te ongestructureerd is.
SW: Wind Up Doll Day Wind is mijns inziens het enige nummer waarvoor alledrie de schrijvers van HTM, Frank, Kit en ik, voor bij elkaar zijn gaan zitten om wat delen aan elkaar te verwerken, maar we hadden volgens mij al gewoon allerlei delen die we herschreven hebben zodat ze aan elkaar gezet konden worden.

FW: Ik denk dat ik bij dat nummer alleen de woorden heb aangedragen en de muziek is op dezelfde manier ontstaan als gewoonlijk.
SW: Volgens mij had ik dat heavy gitaarstukje geschreven en tevens het refrein en Kit had de muziek voor de intro al. Maar dat is denk ik het enige nummer dat we samen geschreven hebben. Voor de rest was het altijd óf Frank óf Kit óf ik die ergens mee kwam aanzetten.


Stan Whitaker en Frank Wyatt


Als jullie één nummer zouden moeten aanwijzen als representatief voor het werk van HTM, welk zou dat dan zijn?

FW: Poe, dat is een goede!
SW: Dat is een geweldige vraag!

FW: Als dat slechts een nummer mag zijn, moet het een nummer zijn dat heel veel veranderingen kent.
SW: Misschien Wind Up Doll Day Wind maar dat is een nummer met zang, terwijl het grootste gedeelte van onze muziek instrumentaal is. Dat zou dus niet echt representatief zijn.

FW: Ik denk dat Labyrinth zou kunnen, omdat het zoveel veranderingen kent. Maar misschien ook niet…
SW: Dit is een moeilijke vraag omdat HTM drie zeer verschillende schrijvers heeft. Dave is in de voetsporen van Kit getreden en gaat zelfs verder, hij weet compleet verschillende nummers als Contemporary Insanity te schrijven, wat een van zijn nummers is. Maar als het slechts één nummer mag zijn, pff, ik zou het echt niet weten.

FW: Je zou waarschijnlijk van ons allemaal een ander antwoord krijgen. Mijn favoriete HTM-nummer is New York Dreams Suite. Ik houd echt van dat nummer.
SW: Ons wordt heel vaak gevraagd dat nummer te bewerken voor een live-uitvoering. We doen nog steeds acht van de oude nummers live en NYDS is zeker het nummer dat we zouden overwegen toe te voegen als we nog een oud nummer erbij zoeken. Maar, om terug te komen op de vraag, als ik er eentje van het nieuwe album zou nemen, zou het Il Quinto Mare of Contemporary Insanity worden. En als ik iemand een nummer zou laten horen om hem of haar een idee van de muziek van HTM te geven, zou het de laatstgenoemde zijn, omdat het kort, bondig en recht voor zijn raap is.
FW: Daarom is dat het eerste nummer van het album.
SW: Ja, hetzelfde geldt voor Service With A Smile, dat "Crafty Hands" opent. Direct na het startschot een ‘wow’-sensatie. Dit is krachtig.

Hoe is dat nummer ontstaan, in de wetenschap dat The Cars-toetsenist Greg Hawkes eraan heeft meegeschreven?

SW: Greg Hawkes en Ron Riddle zaten op dezelfde school ofzo, een of andere muziekschool in Florida. Dat is altijd een leuk feitje, dat iemand van The Cars aan dat nummer heeft meegeschreven.
FW: Het klinkt wel erg verschillend van het oorspronkelijke deuntje.
SW: Ja, het is zeker door de HTM-molen gehaald om het zo te krijgen als het nu is.

En uiteindelijk is het bijna jullie herkenningstune geworden.

SW: In veel opzichten is het dat nog steeds. We openen nog steeds onze shows met dat nummer, omdat het zo’n geweldige opener is.


Ik kan mij het optreden op NEARfest 2000 nog helder voor de geest halen… De gordijnen openden en de eerste noten die we hoorden kwamen van dit nummer. Exact, en met geweldig geluid. Dat was een geweldige ervaring.

FW: Ik denk, dat dit de eerste keer was dat we het speelden, de warming-up show uitgezonderd.

Wat ik echt vreemd vond aan dat optreden op NEARfest was dat het de eerste keer was dat ik een band zag die een staande ovatie kreeg voordat ze ook maar iets gespeeld hadden…

SW: Oh ja, dat was echt een kick, wat een show!
FW: Ik zou dat dolgraag nog eens doen!
SW: We hopen er nog eens te spelen. Ze zijn dit jaar begonnen bands opnieuw uit te nodigen.
FW: We zouden met alle plezier daar nog eens spelen, ze mogen onze set ook opnemen en dan uitgeven.

Is de show uit 2000 dan niet opgenomen?

SW: Dat was aanvankelijk niet de bedoeling maar schijnbaar is het wel gebeurd en ze wilden het ook uitgeven. Maar wij wilden niet echt dat het uitgegeven zou worden, want we vonden dat er teveel fouten gemaakt werden tijdens het spelen.
FW: Hé, van mij mag het best op de markt gebracht worden, hoor!

[we krijgen het gevoel dat we een heikel onderwerp hebben aangesneden…]

Aah… Controverse!

FW: Laten we hier niet over beginnen! Ik zeg steeds: uitgeven! Neem allemaal je opnameapparatuur mee en verspreid de opnames!
SW: We denken min of meer hetzelfde over dit onderwerp. We hebben de aandacht nodig en we hoeven niet zo perfectionistisch te zijn over de kwaliteit van het spel. Als het aan Frank en mij lag, zou de NEARfest-show uitgegeven worden. Maar hopelijk kunnen we nog eens op dat podium staan en de band, mét Joe, opnemen, want het is voor ons veel opwindender om met hem te spelen. Mij kan het vrij weinig schelen wat er uitgebracht wordt, want het is allemaal geheid beter dan dat HTM live-album uit de jaren ’80.
FW: Aargh, dat vroege materiaal als "Beginnings" is echt eng.
SW: Gruwelijk spul.

Dat sluit niet uit dat het een interessant document is over de ontwikkeling van de band.

FW: Vanuit het perspectief van de archivaris is het interessant, maar we krimpen samen als we het horen, ‘hoe zijn we in vredesnaam daarop gekomen???’.


Bestaat er al een planning voor de release van de opvolger van "The Muse Awakens"? Niet dat we jullie willen aansporen, maar toch… J

FW: [lacht]
SW: We geven nooit planningen vrij [lacht]. We hebben door de jaren heen geleerd dat we dat beter niet kunnen doen. InsideOut heeft duidelijk gemaakt dat ze zeker nog een plaat van ons willen uitbrengen en daarom weten we dat het op den duur wel zal gebeuren. Maar we willen "The Muse Awakens" nog niet afschrijven, daar valt nog wel wat meer uit te halen vinden we. En samen met de acht oude nummers hebben we het idee dat dit een geweldige setlist is die meer mensen moeten horen. Vaak komen fans bij onze onregelmatig plaatsvindende shows en zeggen ze ‘Ik heb nooit durven dromen dat ik die nummers ooit nog eens live zou horen’.

Hoe is het spelen met deze line-up in vergelijking met vroeger?

SW: Ah, het gaat tegenwoordig een stuk relaxter. Toen waren we jong, wild en hoopten we het te gaan maken met onze muziek. De druk was toen ook veel groter. Nu willen we gewoon lol hebben als we spelen. We hebben fans die speciaal daarvoor komen.
FW: Ja, we trappen tegenwoordig veel lol op het podium, zoals het praten met het publiek en het voelt niet geforceerd. Vroeger dachten we dat we van tevoren moesten verzinnen wat we gingen zeggen en hoe we nummers zouden introduceren en zo. Nu hangen we wat rond, spelen we wat en hebben we lol.

Ken Scott heeft allebei jullie albums geproduceerd die zijn uitgekomen bij Arista. Hij lijkt een belangrijke factor geweest te zijn voor het geluid van HTM.

FW: Absoluut, hij is ongelooflijk.
SW: Hij heeft zelfs bijgedragen aan Carrousel. Hij nam introductie op, maakte er een ‘loop’ van en gaf het nummer zo z’n uiteindelijke vorm. Zowel qua geluid als qua de rest heeft hij zijn stempel op ons gedrukt.
FW: Hij is een meester.

Hoe belangrijk is de productie voor het geluid van HTM?

SW: Zeer belangrijk. Zo perfectionistisch als wij zijn met de nummers en de arrangementen is het net zo belangrijk om geluidstechnisch gezien perfectie te bereiken. En niet om Ken Scott afvallig te zijn, maar het enige dat aan die albums ontbreekt is de kracht die de band live heeft. En live komt volgens mij de oude muziek van de band veel beter tot leven. Als je die oude nummers opnieuw gespeeld ziet, zijn ze gewoon veel energieker en krachtiger, iets wat niet op de plaat vastgelegd had kunnen worden. Dat ontbreekt er aan die albums.


In 1979 ging HTM uit elkaar. Was de belangrijkste reden daarvoor dat Arista niet met jullie verder wilde?

FW: Dat ja en het gegeven dat Kit bij Camel ging spelen.
SW: We waren destijds allemaal een beetje cynisch en snerend over de platenindustrie. Maar Kit’s beslissing met Camel te spelen was qua timing gewoon niet goed, omdat we net besloten hadden zelf ons derde album uit te brengen, om zo verder te gaan. Dus we waren een beetje teleurgesteld door zijn beslissing. En omdat we destijds Dave Rosenthal niet kenden, überhaupt niemand kenden die dezelfde vaardigheden had als Kit, moesten we besluiten het bijltje erbij neer te gooien.

Terugkijkend, hebben jullie er nooit spijt van gehad dat jullie Peter Gabriel’s aanbieding hebben afgewezen om met hem te spelen tijdens zijn eerste tournee?

SW: Aanvankelijk wilde hij HTM al in 1976 hebben, toen hij Genesis verliet. Hij had zo’n vijf bands voor auditie, twee of drie in Amerika en twee of drie in Groot-Brittannië en hij bewaarde ons als laatste. Enkele mensen van de Genesis-roadcrew waren vrienden van met name Rick Kenell. We hoorden echter allemaal van die horrorverhalen, dat hij de auditie binnenging om 10 of 15 minuten later compleet gefrustreerd weer naar buiten te komen. Maar uiteindelijk bracht hij zo’n zeven of acht uur met ons door en hij mocht ons echt. Hij wilde dat wij zijn band zouden worden en we vertelden hem dat we zo ongeveer alles zouden doen om zijn band te kunnen worden, maar dat Arista ons net een platendeal had aangeboden. Hij moest ons dus niet dwingen iets op te geven waar we zes, zeven jaar aan gewerkt hadden, nu we dus eindelijk een grote deal hadden weten los te peuteren. Maar we zeiden wel dat we zijn project wilden en het dan ook prioriteit zouden geven. Hij had een paar weken nodig om te besluiten dat hij ons exclusief wilde, en toen hebben we besloten het niet te doen.
Maar toen HTM in 1979 uit elkaar ging, kreeg hij er lucht van en zijn management nam contact met mij op en ze vroegen of ik wilde meewerken aan het derde Peter Gabriel-album. Als ik destijds iets meer verstand van zaken had gehad, had ik het aanbod niet afgeslagen. Maar ik was nog steeds de ‘artiste’, ik had net het zingen ontdekt en wilde dat ontwikkelen en Rick Kenell en ik hadden de mogelijkheid een nieuwe band genaamd Vision te vormen en dus deed ik dat.

 


 

 

 



FW: Jongen, jongen, jongen toch…
SW: Het was stom van me, ik weet het. Dus ja, als ik spijt heb, is het daarvan, dat ik niet een slaatje heb geslagen uit de mogelijkheid.

FW: Ach, treur maar niet, je hebt mij nog steeds [knuffelt hem voor de grap]
SW: Alles gaat nu naar behoren en dan moet je geen spijt hebben. Ik geloof sterk in lotsbestemming en alles gebeurt omdat het moet. Ik denk dat ik nog dingen zelf moest ontdekken. Als ik iemands sidekick was geworden had mijn hart geheid hem toebehoord, maar dat wilde ik gewoon niet.
FW: Hmm… [grinnikt opnieuw] Sorry…

 

Stan Whitaker (gitaar) en Rick Kenell (bas)


Dus, wat kunnen wij, los van een nieuw album, touren en een dvd, in de toekomst verwachten van HTM?

SW: Die dingen hebben zeker de hoogste prioriteit, met name het naar Europa komen om te spelen, ik zou zeggen dat dit de allerhoogste prioriteit heeft, om de muziek van HTM te promoten. Daarna willen we de opvolger van "The Muse Awakens" maken en dan is er nog dat spul dat Frank en ik doen onder de vlag van PGA / Spirit Noise, of hoe het dan ook gaat heten.
FW: Er is genoeg materiaal om ons voorlopig bezig te houden.

SW: Tegenwoordig verdien ik mijn geld door als akoestische solo-artiest op te treden. Niet met mijn eigen materiaal echter, ik speel covers. Vier of vijf jaar geleden ontdekte ik dat ik van de muziek kan leven door simpelweg de boer op te gaan en te zingen en akoestisch gitaar te spelen in clubs, zalen, cafés, restaurants en zo. Mijn verloofde doet ook vaak mee, dus hebben we een solo- en een duo-act. Maar we hebben specifiek voor eclectisch spul gekozen. Ik ga niet Brown Eyed Girl of Marguerita Ville zingen, maar ik speel oud werk van Genesis, Jethro Tull, ELP, een deuntje van The Beatles. Dus ik heb gewoon gekozen voor dat eclectische spul en gelukkig werkt dat ook voor mij, veel mensen hebben genoeg van die kerels die binnenkomen en alleen maar die oude clichédingen spelen. We hebben er lol mee, we verdienen ons geld als troubadour.

FW: En ik probeer mezelf te bekwamen in het engineering gedeelte van muziek.
SW: Ah, hij doet het geweldig en is de afgelopen jaren met sprongen vooruit gegaan.

FW: Op dit moment ben ik een nieuw, groter huis aan het bouwen met een nieuwe studio en woonkamer. Ik ben gisteren begonnen met slopen, dus ik zal er nog wel zeven of acht maanden zoet mee zijn. Als dat klaar is, kan ik erin trekken. Stan heeft producers-oren, dus misschien kunnen we iets samen gaan doen, nieuwe mensen vinden en hen helpen een plaat op te nemen.

SW: We hebben overwogen een eigen, onafhankelijk label op te richten, voor kunstzinnige mensen, om hen te helpen ontwikkelen, want de grote labels besteden geen aandacht meer aan ze.

FW: Maar los daarvan zal ik ook huizen blijven bouwen, zoals ik altijd gedaan heb.
SW: Hij heeft veel huizen gebouwd. Meer dan 500 en deze kerel is er goed in!

FW: Ik moet stoppen met het meer fysieke gedeelte en gewoon mezelf bezighouden met het papierwerk en een aannemer inhuren voor het zware werk. Het volgende huis is voor mij en ik moet veel van de fysieke gedeelten zelf doen, hopelijk red ik dat…
SW: Het is zeker veel bevredigender.
FW: Vraag me dat in januari 2006 nog eens, als ik gips om mijn benen heb, ‘ik kan niet meer spelen’…

Het kenteken van Frank Wyatt's auto !!!
Frank Wyatt's kentekenplaat !! 



(c) 2005 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign