Inhoudsopgave

Algemeen 
Beeld
Geluid

#5 DVD nader verklaard

eerste druk: 20-01-2003 / eindredactie: Frans Schmidt 

INLEIDING

Het jaar 2003 zal de boeken in gaan als het jaar waarin het medium dvd definitief is doorgebroken in Nederland. De prijzen van afspeelapparatuur daalden en het aanbod van titels (zowel op film- als muziekgebied) werd aanzienlijk groter. Maar naarmate meer mensen in aanraking kwamen met dit nieuwe medium, nam ook de onduidelijkheid toe. Want wie heeft er niet eens achter zijn oren gekrabd bij het lezen van de technische specificaties op zo’n dvd-doosje: regio-code, NTSC / PAL, Dolby 5.1 enz. enz.

Dit artikel probeert een beetje licht in de duisternis te scheppen. Tevens zal het als een soort naslagwerk dienst gaan doen, waarbij wij in de toekomst bij onze dvd-recensies veelvuldig hier naar zullen verwijzen.

ALGEMEEN

DVD

De afkorting D.V.D. staat voor Digital Versatile Disc. Een dvd heeft een maximale opslagcapaciteit van ongeveer 17 GB, terwijl een cd maximaal slechts 640 MB aan gegevens kan bevatten. Deze grote capaciteit maakt de dvd zo geschikt voor het opslaan van films. Er zijn op dit moment vier verschillende soorten dvd’s, te weten:

DVD-05 (Single-Sided, Single Layer: 4,7 GB)
DVD-09 (Single-Sided, Dual Layer: 8,5 GB)

DVD-10 (Double-Sided, Single Layer: 9,4 GB)
DVD-18 (Double-Sided, Dual Layer: 17 GB)

Een éénzijdige enkellaagse dvd kan dus 4,7 GB aan gegevens bevatten, terwijl dat bij een éénzijdige dubbellaagse dvd 8,5 GB is. Omdat de meeste films groter zijn dan 4,7 GB, staan deze titels vaak op een dubbellaagse dvd. Simpel gezegd komt dit op hetzelfde neer als bij de cassettedecks met ‘auto-reverse’. Net zoals bij deze decks is er sprake van een korte pauze tijdens de laagsverwisseling. Deze is echter op dvd vaak niet merkbaar.

Regio(code)
Op verzoek van de, veelal, Amerikaanse filmmaatschappijen en de bioscopen is de wereld onderverdeeld in zes afzonderlijke regio’s. Dit is gedaan om de export van dvd’s tegen te kunnen gaan om zo te voorkomen dat de consument de film op dvd kan aanschaffen terwijl deze in zijn land nog in de bioscoop moet verschijnen.

Regio 1: de Verenigde Staten en Canada
Regio 2: Europa, Japan, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika
Regio 3: Oost Azië en Zuid-Oost Azië
Regio 4: Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland
Regio 5: Noord-Afrika en Noord-West Azië
Regio 6: China

Een dvd met regiocode 1 kan alleen worden bekeken op een speler die speciaal gemaakt is voor het weergeven van regio 1 schijven. Er zijn echter ook schijven zonder regiocodering (ook wel regio 0 genoemd), die dus op elke speler draaien. Een in Nederland gekochte speler kan dus in principe alleen regio 2 schijven afspelen. Ook Japan valt onder regio 2. Het is dus mogelijk om Japanse dvd’s op een Europese speler te bekijken.

Helaas zijn er grote verschillen in beeld, geluid en/of extra’s tussen meerdere regio’s. Een manier om alle dvd’s toch gewoon te kunnen bekijken is de speler om laten ombouwen tot een regiovrije speler. Dan kan de speler zelf de regio van de dvd herkennen en weergeven of men kan met behulp van de afstandsbediening, een menu of een schakelaar de regiocode instellen.

BEELD

Beeldverhouding (Engelse term: aspect ratio)
Met deze term wordt de verhouding tussen de breedte en de hoogte van een televisie- of bioscoopscherm bedoelt. Traditionele televisies hebben een scherm met een zogenaamde verhouding van 4:3. Dat komt dus neer op 4 eenheden in de breedte en 3 eenheden in de hoogte. Breedbeeld televisies hebben een 16:9 scherm. Dit is een compromis tussen de schermen van een traditionele televisie (4:3) en dat van een bioscoop (21:9). Er bestaan verschillende beeldverhoudingen, maar de meest voorkomende zijn het gewone 1.33:1 en de breedbeeldverhoudingen 1.78:1, 1.85:1 en 2.35:1.

1.33:1
Dit is een beeld met een verhouding van 1.33:1, oftewel 4:3. Dit is dus dezelfde verhouding die bij de traditionele televisies gebruikt wordt.

1.78:1
Dit is een beeld met een verhouding van 1.78:1, ook wel 16:9 genoemd. Dit is dus hetzelfde formaat als dat van de moderne breedbeeld televisies. Een film met deze verhouding vult dus zonder enige vervorming het hele scherm van een breedbeeld televisie.

1.85:1
Dit is een beeld met een verhouding van 1.85:1. Dit is één van de meest gebruikte ratio’s in de filmwereld. Vanwege het feit dat de beeldverhouding nagenoeg gelijk is aan 16:9 wordt het grootste deel van de film normaal vertoond.

2.35:1
Dit is een beeld met een verhouding van 2.35:1, oftewel 21:9. Dit is een bijzonder breed beeld, dat vooral in bioscopen gebruikt wordt. Dit is ook wel bekend als het Panavision formaat. Dit formaat past dus niet op een breedbeeld televisie, want dat is immers 16:9. Om toch alles op een breedbeeld televisie te kunnen bekijken, wordt het beeld aan de linker- en rechterkant van het beeld passend gemaakt. Dan moet echter wel het beeld aan de boven- en onderkant dus ook worden aangepast om geen vertekeningen in het beeld te krijgen. Dat is de reden waarom een film met deze verhouding dus zwarte balken boven- en onderin het beeld heeft.


Anamorf (Engelse term: Anamorphic)
Deze term wordt gebruikt wanneer bij een film in breedbeeld formaat (dus met een beeldverhouding die groter is dan 1.33:1), het beeld als het ware verticaal wordt uitgerekt. Bij deze zogenaamde anamorfe dvd’s (ook wel 16:9 enhanced genoemd) gaan er minder verticale beeldlijnen verloren aan de zwarte balken boven en onder het scherm.

Bij een traditionele televisies (met een beeldverhouding van 1.33:1) wordt het oorspronkelijke beeld echter samengeperst, waarbij de verticale beeldlijnen (576 pixels) zowel gebruikt worden voor het beeld als voor de beide zwarte balken. Er is berekend dat hierdoor het beeld van de film slechts iets meer dan 430 pixels krijgt toebedeeld. Er gaan dus ongeveer 140 pixels verloren aan de beide zwarte balken op het scherm.

Bij een moderne breedbeeld televisie wordt het oorspronkelijke beeld niet samengeperst. De televisie zet het beeld namelijk om naar een beeldverhouding van 16:9. Hierbij kan het beeld van de film gebruik maken van alle verticale beeldlijnen. Hierbij gaat dus geen enkele pixel verloren aan de zwarte balken. Het resultaat van deze ingreep is een beeldkwaliteit dat ruim 30% scherper is ten opzichte van een traditionele televisie.

Bij een film met een beeldverhouding van 2.35:1 blijven ook bij een breedbeeld televisie de beide zwarte balken boven en onder het scherm zichtbaar. Ook hier is de beeldkwaliteit beduidend scherper dan wanneer deze film op een traditionele televisie vertoond wordt.

Aliasing
Dit is een Engelse term voor het trillende effect dat vooral zichtbaar wordt wanneer er sprake is van enige lijnvorming. Wanneer deze lijnen op het beeld dicht bij elkaar komen, gaat het beeld als het ware trillen. Ik denk hierbij aan de bespanning van een tennisracket of een presentator in een overhemd met zeer dunne streepjes. Dit effect ontstaat vooral wanneer er gebruik is gemaakt van een onjuiste of een te lage MPEG-2 compressie.

Artefact
Dit is een veel voorkomende term voor alle onvolkomenheden in de filmprint. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan krasjes, korreligheid, ruis, vuil, flikkeringen of kleurvariaties.

Bij een foute of een te lage MPEG-2 compressie ontstaan er zogenaamde compressie artefacten, zoals bijvoorbeeld aliasing (zie boven). De steeds beter worden coderingstechnieken ten behoeve van het comprimeren van het beeld, zorgen er echter voor dat deze artefacten bij moderne films nagenoeg afwezig zijn.

Edge Enhancement
Dit is een Engelse term voor een veel voorkomend probleem dat veroorzaakt wordt tijdens het overzetten van film naar video. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse technieken, waaronder digitale filters, om het beeld te zuiveren van allerlei ruis. Het grote nadeel hiervan is dat hierbij een witte doorzichtige rand om de objecten te zien wordt. Deze term wordt gebruikt wanneer deze lichte rand zichtbaar wordt.

Film grain
Dit is een Engelse term voor het beeldruis effect dat het gevolg is van de korrelgrootte waarmee de regisseur de film geschoten heeft. Af en toe zijn deze zogenaamde filmkorrels goed zichtbaar.

Letterbox
Dit is één van de twee manieren waarop een film met een breedbeeld verhouding op een traditionele televisie (1.33:1) kan worden afgespeeld. De andere is Pan & Scan. Letterbox wil zeggen dat er zowel boven als onder het beeld zwarte balken zichtbaar zullen zijn.

MPEG
Om bewegende beelden zodanig te kunnen comprimeren, ontwikkelde Motion Picture Expert Group (M.P.E.G.) een methode zodat deze beduidend minder ruimte in beslag zouden nemen. Dit noemt men MPEG-1 en is vooral gebruikt voor Video-CD en CDI-Video. MPEG-2 is een doorontwikkeling van deze methode. Ten opzichte van MPEG-1 kan deze norm beduidend meer data per seconde verwerken.

NTSC
De afkorting N.T.S.C. staat voor National Television Standards Committee. Dit systeem wordt alleen gebruikt in de Verenigde Staten en Japan. NTSC maakt gebruik van 480 zichtbare beeldlijnen en 60 halve beelden per seconde. Alle uit regio 1 afkomstige dvd’s zijn opgenomen in dit formaat. Om deze hier af te kunnen heb je een regiovrije dvd-speler nodig. Bovendien, en dat wordt wel eens vergeten, moet de televisie geschikt zijn voor NTSC. Is dit echter niet het geval dan kan dit probleem omzeilt worden indien de dvd-speler de NTSC-beelden kan omzetten naar het Europese formaat (PAL).

PAL
De afkorting P.A.L. staat voor Phase Alternate Line. Dit systeem wordt gebruikt in de meeste Europese landen, waaronder ook Nederland. PAL maakt gebruik van 576 zichtbare beeldlijnen en 50 halve beelden per seconde. PAL is qua beeldkwaliteit dus feitelijk superieur aan NTSC.

Pan & Scan
Dit is één van de twee manieren waarop een film met een breedbeeld verhouding op een traditionele televisie (1.33:1) kan worden afgespeeld. De andere is Letterbox. Bij Pan & Scan wordt het hele scherm van de televisie gevuld. Hierbij worden echter wel aan weerszijden een deel van de film weggeknipt.

GELUID

Algemeen
Er bestaan op dit moment twee manieren waarmee meerkanaalsgeluid wordt opgeslagen. Voor beide manieren kan het aantal benodigde luidsprekers erg oplopen. In de meest voorkomende surroundopstelling wordt er gebruik gemaakt van maar liefst vijf luidsprekers; Linksvoor, Center, Rechtsvoor, Linksachter en Rechtsachter, en één subwoofer. Hierbij blijven de voorspeakers de meest belangrijke, want vaak worden de surroundspeakers alleen gebruikt voor omgevingsgeluiden. Om die reden besluiten veel mensen vóór grotere luidsprekers te gebruiken dan achter. De centerspeaker wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de dialogen tijdens een speelfilm. Vaak wordt dit kanaal bij muziek-dvd’s niet of nauwelijks gebruikt. Hierdoor blijft namelijk het normale stereogeluid vóór gehandhaafd.

Dolby Digital
Dolby Digital is de meest gebruikte manier waarmee meerkanaalsgeluid wordt opgeslagen. Overigens betekent Dolby Digital niet automatisch dat er sprake is van een surroundgeluid. Een Dolby Digital geluidstrack kan namelijk één tot zes discrete (strikt gescheiden) kanalen bevatten. In het laatste geval betreft het vijf volledige surroundkanalen en één subwoofer kanaal. Omdat dit kanaal alleen de extreem lage tonen toebedeeld krijgt, spreekt men hier ook wel over 5.1 surround. Bij 2.0 mono is hetzelfde geluidssignaal zowel in de rechter- als in de linkerspeaker te horen. Dit wordt ook wel matrix gecodeerd genoemd. Bij een linker- en rechterachterkanaal in een matrix codering is het dus niet mogelijk om achter een stereo effect te beluisteren.

Dolby Digital

Het geluid komt hier uit het…

DD 1.0 mono

Centerkanaal vóór

DD 2.0 mono

Linker- en rechterkanaal vóór (matrix)

DD 2.0 stereo

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet)

DD 2.0 stereo surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (matrix)

 

DD 3.0 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet)

DD 4.0 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (matrix)

 

DD 4.0 surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (discreet)

DD 4.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (matrix) en subwoofer

 

DD 4.1 surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (discreet) en subwoofer

DD 5.0 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (discreet)

DD 5.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (stereo) en subwoofer

Dolby Digital Surround EX
Net als bij Dolby Digital 5.1 maakt ook deze vinding gebruik van vijf volledig gescheiden discrete kanalen met een subwoofer kanaal. Daarbij bevatten de twee surroundkanalen echter ook een derde, ook wel achtercenter genoemd, kanaal. Dit centerkanaal is echter door middel van een matrix codering aan deze twee achterkanalen toegevoegd. Dat betekent dat de achtercenter geen andere informatie weergeeft dan wat er in de twee achterkanalen te horen is. Om dit kanaal te kunnen horen is een zogenaamde Surround EX versterker of decoder noodzakelijk. Wanneer dit niet het geval is, krijgt men het normale 5.1 Dolby Digital geluid te horen.

Dolby Digital

Het geluid komt hier uit het…

DD 5.1 surround EX

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (discreet), centerkanaal achter (matrix) en subwoofer

Dolby Digital en verder
De ontwikkelingen staan echter niet stil, want op dit moment verschijnen de eerste Dolby Digital 6.1 en 7.1 versterkers op de markt. Bij de laatstgenoemde variant zijn twee discrete zijkanalen aan de klassieke Dolby Digital 5.1 opstelling toegevoegd. Door toevoeging van deze extra luidsprekers zullen in de toekomst steeds meer woonkamers een opvallende gelijkenis vertonen met Stonehenge, maar dit terzijde.

Dolby Digital

Het geluid komt hier uit het…

 

DD 6.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker-, center en rechterkanaal achter (discreet) en subwoofer

 

DD 7.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal zijkant (discreet) en linkercenter- en rechtercenterkanaal achter (discreet)

DTS
De afkorting D.T.S. staat voor Digital Theatre Systems en is feitelijk de concurrent van Dolby Digital. Bij dit geluidssysteem is de compressie van het geluidssignaal echter beduidend minder drastisch dan bij Dolby Digital. De bij Dolby gebruikte AC-3 compressie comprimeert het oorspronkelijke geluidssignaal maar liefst vier keer zo sterk als het door DTS gebruikte systeem. Hierdoor kan DTS vaak een beter dynamisch bereik en een betere geluidskwaliteit ten gehore brengen.

Digital Theatre Systems

Het geluid komt hier uit het…

DTS 1.0 mono 

Centerkanaal vóór

 

DTS 1.1 mono

Centerkanaal vóór en subwoofer

DTS 2.0 stereo

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet)

 

DTS 2.1 stereo

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en subwoofer

DTS 2.0 stereo surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (matrix)

 

DTS 2.1 stereo surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (matrix) en subwoofer

 

DTS 3.0 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet)

 

DTS 3.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet) en subwoofer

DTS 4.0 surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (matrix)

  DTS 4.0 surround Linker- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (discreet)

DTS 4.1 surround

Linker- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (matrix) en subwoofer

  DTS 4.1 surround Linker- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (discreet) en subwoofer

DTS 5.0 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet) en linker- en rechterkanaal achter (discreet)

DTS 5.1 surround

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (discreet) en subwoofer

DTS ES 5.1
Dit systeem bevat net als bij Dolby Digital Surround EX een extra achtercenter kanaal. Dit kanaal is echter door middel van een matrix codering aan de twee surroundkanalen toegevoegd. Om dit kanaal te kunnen horen is een zogenaamde DTS ES versterker of decoder noodzakelijk. Wanneer dit niet het geval is, krijgt men het normale DTS 5.1 geluid te horen.

Digital Theatre Systems

Het geluid komt hier uit het…

DTS ES 5.1

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker- en rechterkanaal achter (discreet), centerkanaal achter (matrix) en subwoofer

DTS ES 6.1
Dit is de meest recente uitvinding van DTS waarbij gebruik wordt gemaakt van zes discrete kanalen. Omdat het hier om een echt volwaardig zesde kanaal gaat, is dit systeem wat surroundervaring betreft superieur aan DTS ES, dat immers gebruik maakt van een matrix codering om het achtercenter kanaal te verkrijgen. Om dit kanaal te kunnen horen is een zogenaamde DTS ES 6.1 versterker of decoder noodzakelijk. Wanneer dit niet het geval is, krijgt men het normale DTS 5.1 geluid te horen.

Digital Theatre Systems

Het geluid komt hier uit het…

 

DTS ES 6.1

Linker-, center- en rechterkanaal vóór (discreet), linker-, center- en rechterkanaal achter (discreet) en subwoofer

LFE
De afkorting L.F.E. staat voor Low Frequency Effect en is een speciaal voor extreem lage tonen bedoeld kanaal. Dit LFE kanaal komen we onder meer tegen bij Dolby Digital en DTS. Er wordt ook wel eens gesproken over een zogenaamde .1 kanaal, waarmee men in feite dit kanaal mee bedoelt.

PCM
De afkorting P.C.M., ook wel L.P.C.M. genoemd, staat voor (Linear) Pulse Code Modulation. Deze techniek om het audiosignaal te coderen is vooral bekend van de traditionele compact disc. Omdat de compressie van het geluidssignaal bij dit systeem (beduidend) minder drastisch is dan bij Dolby Digital of DTS bevat PCM vaak een veel betere geluidskwaliteit. Dit systeem is echter vaak alleen tweekanaals.

terug naar Progvizier

 


(c) 2004 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign