|
|
|||||||||||||
|
#55
Coda - het verhaal achter "Sounds Of
Passion" - Deel 1 eerste druk:
09-03-2008 |
||||||||||||
Op de valreep van 2007 verscheen de heruitgave van Coda’s “ Sounds Of Passion”. Daarmee kwam de plaat weer in de belangstelling te staan en zo ook Coda, de groep die inmiddels op non-actief staat. Jaren geleden kwamen mij al delen van het interessante verhaal achter de plaat ter ore. Nu was daar het uitgelezen moment om eens met Erik de Vroomen te duiken in het ontstaan van de groep, het verhaal achter “Sounds Of Passion” en de positie van Nederlandse Symfobands in de jaren tachtig.Dat bleek echter zo makkelijk niet, want Erik had het boek Coda definitief dichtgedaan. Dan maar contact opnemen met Ton Strik, een andere oude bekende van mij. Als manager van het eerste uur was hij - naast Erik - de uitgelezen persoon om het Coda-verhaal te vertellen. Een diepgaand interview was het resultaat: de inwoner van Nijmegen was niet de man aan de zijlijn, maar de man op de middenstip van het speelveld dat Coda heette.
Naast
zijn liefde voor klassieke muziek - met name Bach en Mahler - luisterde
Erik naar The Beatles, The Beach Boys en symfonische bands als Yes,
Genesis, Gentle Giant, Focus en Kayak. Ook het werk van toetsenisten als
Rick van der Linden en David Sancious was bij hem niet weg te denken. “Die
invloeden hoor je later terug in de muziek van Coda. Luisteraars noemden
in dat verband ook regelmatig Camel en Pink Floyd, maar ironisch genoeg
waren dat groepen waar Erik niet zoveel mee had. Aangezien wij beiden
zowel muzikaal als persoonlijk op dezelfde golflengte zaten, ontstond
een vriendschap die het begin betekende van een langdurige samenwerking.
Wat mij in zijn werk het meeste aansprak, was zijn benadering van
muziek: op een manier zoals klassieke componisten dat ook deden. Dat
deed hij zowel met gevoel voor prachtige melodielijnen alsmede de
schoonheid voor de muziek, waarin hij veel afwisseling bood en de
spanning opbouwde.” Het
oorspronkelijke idee om een soloproject op te zetten werd vaarwel
gezegd, omdat het volgens Strik destijds niet tot het gewenste resultaat
zou leiden. De Vroomen ging op zoek naar gerenommeerde musici en vond
onder meer de drummers Pierre van der Linden (Brainbox, Focus) en René
Creemers (later lid van de Margriet Eshuis Band en één van de twee
Drumbassadors). ”Zij konden dat complexe materiaal zich wel eigen maken, maar zo eenvoudig was dat niet. Gevestigde musici hadden vaak drukke agenda’s en wilden niet meteen ergens voor warmlopen. Toch lukte het om Pierre bij Erik thuis uit te nodigen om te praten over zijn eventuele bijdrage. Van der Linden was op dat moment samen met gitarist Joop van Nimwegen (ex-Finch) bezig iets op te zetten en wellicht dat ook Joop een interessante optie kon zijn voor Erik. Uiteindelijk waren beide heren toch niet beschikbaar vanwege andere verplichtingen, ondanks hun uitgesproken waardering voor Erik’s composities. Ook de jongens van de groep Taurus werden benaderd, maar zij speelden toch liever eigen materiaal. Het makkelijkst was om René Creemers te vragen, aangezien hij vlakbij in Nijmegen woonde. Erik had hem al eens eerder ontmoet en was op de hoogte van zijn niet geringe drumcapaciteiten. Creemers werkte in 1982 mee aan enkele repetities, maar moest uiteindelijk afhaken wegens tijdgebrek.”
DEMO Bij
de eerste repetities was gitarist Karel de Greef (Thomas Flinter)
betrokken en maakte De Vroomen gebruik van verschillende bassisten,
totdat Maarten Holtz (ook van Thomas Flinter, maar inmiddels overleden)
en drummer Jan Stavenuiter toetraden tot de groep. Met hen werd in de
privéstudio van Rick van der Linden in 1982 gewerkt aan de eerste demo. “Het
klikte wel tussen Erik en Rick. Achter de achtsporen bandrecorder zat
Kayak-gitarist Johan Slager. Overigens bevat die demo niet de eerste
versie van Sounds Of Passion,
maar een opname van het eerste deel van What
A Symphony. Tussen de opnames door was het grappig om Erik en Rick
samen in de studio achter de toetsen bezig te zien, met name op de
Yamaha CS-80 synthesizer en de Mellotron. Rick liet trouwens dag en
nacht een Revox bandrecorder meelopen, zodat hij eventuele spontane
muzikale invallen meteen kon opnemen, mocht hij die de volgende ochtend
weer vergeten zijn. Helaas kon deze demo niet worden gebruikt voor de
nieuwe heruitgave van “Sounds Of Passion”, omdat deze band zoek is.
Een jaar later werd met dezelfde muzikanten - onder de naam Sequioa - in
eigen beheer de demoversie op van Sounds Of Passion
opgenomen. Dat gebeurde op diverse locaties met een
Fostex viersporen cassettedeck van mijn broer Roel. De daarvoor
gebruikte keyboards waren van hem en mijn andere broer Henri, alleen de
piano was van Erik zelf. Het was een unieke demo, die behoorlijk
verschilde van de latere elpeeversie. Met name het tempo lag lager,
waardoor alles veel slepender overkwam.” Wegens tijdgebrek van de muzikanten en ontevredenheid van Erik en Ton over het resultaat, zochten zij verder naar meer geschikte muzikanten. Dat werden drummer Mark Eshuis, gitarist Jack Witjes en bassist Jacky van Tongeren. “Erik kwam zelf in contact met Eshuis, die aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde en in Groesbeek woonde. Ik benaderde Jack en Jacky, nadat ik beiden zag optreden in de Nijmeegse Stadsschouwburg. Zij participeerden in Ad Visser’s ‘Soundkitchen’-tour als leden van de groep Zip Fastening (het latere Maxwell Blond en The Knack, die nog singles voor WEA / Atlantic maakte). De band speelde symfonisch getinte rockmuziek, materiaal dat afkomstig was uit een documentaire over Rotterdam en haar achterland. In de muziek kon ik duidelijk horen, dat zowel Jack als Jacky grote bewonderaars van Yes waren. Ik was erg enthousiast en ging naar hen op zoek. Zij bleken dicht in de buurt te wonen: Jacky in Beek en Jack in Oss. Ik liet hen de demo van Sounds Of Passion horen en zij waren razend enthousiast. Vervolgens werden zij medewerkers van het project ‘Erik de Vroomen en Coda’, dat vrij snel daarna werd omgedoopt tot kortweg Coda.”
Sounds Of Passion
ontstond als compositie achter de vleugel, waarbij De Vroomen alle noten
uitschreef. Vervolgens ging hij het stuk bijschaven en arrangeren. “Daarbij
keek hij welke instrumenten voor welke solo’s en bepaalde passages het
mooist en meest geschikt waren. Crazy
Fool And Dreamer en Defended
zijn later gecomponeerd. Het was ook belangrijk om nummers als eventuele
singles aan te bieden aan platenmaatschappijen, want zo werkte dat wel
in die tijd. Beide stukken waren absoluut geen opvullertjes. Qua spel,
opname en mix werd in de studio evenveel tijd besteed als aan het lange
stuk.” Die
studio werd de MMP-studio in Waalwijk, waar de band tussen november 1983
en februari 1984 het materiaal opnam. Voor de groep en met name Erik in
het bijzonder brak een roerige tijd aan. “De opnames verliepen niet altijd naar volle
tevredenheid. Dat lag niet aan de kwaliteit van de studio, want die had
een prima 24-sporen tafel met goede randapparatuur. Studio technicus Ton
Masseurs had de nodige ervaring met het opnemen van bands (onder meer
Thomas Flinter) en bezat zelfs zijn eigen label, MMP, waarop hij platen
van beginnende bands uitbracht.” Toch
was de ontgoocheling groot bij het maken van de eindmix. De eerdere
opmerkingen van Erik konden niet worden goedgemaakt. Hij was met name
ontevreden over de manier waarop de drums klonken en vond ook dat er
niet veel deugde van het totaalbeeld. Masseurs had er zo zijn eigen
mening over. “Wat
betreft de drums was ik het eens met Erik, maar het totaalbeeld met de
vele instrumenten was best acceptabel. Zeker als ik die mix nu nog
terugluister en mij dan bedenk dat die versie ook bij Wim van Putten in
diens radioprogramma ‘De LP-show’ werd gedraaid. Wim merkte zelfs op
dat ook hij de opnames zo goed vond klinken. Terugkijkend denk ik nu dat
de waarheid ergens in het midden ligt. Uiteindelijk werd het een dure
productie, inclusief heel veel studio-uren en een rechtzaak met
Masseurs...” Na
het draaien van delen van de MMP-mix in de uitzending van Van Putten
(bij de TROS op Hilversum 3) in juni 1985 besloten twee
platenmaatschappijen met Strik contact op te nemen.
“Dureco
en Boni Records toonden interesse en daarbij viel de uiteindelijke keuze
op Boni, omdat zij allerlei grote beloften deden. Ook was het mogelijk
om (in april / mei 1986, WB) binnen vijf dagen samen met Jan Schuurman een
betere eindmix te maken. Meer tijd en geld was er niet beschikbaar.
Ondanks de beperkte tijd mocht de eindmix er toch wel zijn. Erik was er
bijzonder blij dat die in de Soundpush Studio in Blaricum werd gemaakt.
Hij had zelf voorgesteld om Schuurman de eindmix te laten doen en kende
in Nederland verder niemand die dat beter zou kunnen. Bovendien wisten
Jan en Erik meteen wat er moest gebeuren. Zij hadden maar een half woord
nodig en dat was bij Ton Masseurs wel anders.”
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||