#55 Coda - het verhaal achter "Sounds Of Passion" - Deel 1

eerste druk: 09-03-2008
door: Wouter Bessels 

Coda - het verhaal achter "Sounds Of Passion" - Deel 1 al gelezen? Klik hier voor Deel 2

Op de valreep van 2007 verscheen de heruitgave van Codas “Sounds Of Passion”. Daarmee kwam de plaat weer in de belangstelling te staan en zo ook Coda, de groep die inmiddels op non-actief staat. Jaren geleden kwamen mij al delen van het interessante verhaal achter de plaat ter ore. Nu was daar het uitgelezen moment om eens met Erik de Vroomen te duiken in het ontstaan van de groep, het verhaal achter “Sounds Of Passion” en de positie van Nederlandse Symfobands in de jaren tachtig.

Dat bleek echter zo makkelijk niet, want Erik had het boek Coda definitief dichtgedaan. Dan maar contact opnemen met Ton Strik, een andere oude bekende van mij. Als manager van het eerste uur was hij - naast Erik - de uitgelezen persoon om het Coda-verhaal te vertellen. Een diepgaand interview was het resultaat: de inwoner van Nijmegen was niet de man aan de zijlijn, maar de man op de middenstip van het speelveld dat Coda heette.


“Ik kwam in 1981 met Erik in contact via de Nederlandse Yes-fanclub en het symfoblad ‘Symphonic Credo’, waaraan ik toen was verbonden. Ik woonde nog thuis bij mijn ouders in Wijchen en hij belde mij op vanwege zijn liefde voor symfonische rockmuziek en mijn contacten binnen de symfowereld.  Erik vertelde dat hij in het voorgaande jaar een groot aantal muziekstukken had gecomponeerd en was benieuwd naar mijn mening. Sequoia bestond toen nog niet. Ik ging naar hem toe en hij liet mij de ruwe schetsen horen van een aantal nummers die hij zelf op cassette had opgenomen. Materiaal dat hij graag met een groep muzikanten wilde uitwerken of laten uitwerken. Hij vulde ter plekke achter de piano aan wat hij met bepaalde passage bedoelde en wat zijn muzikale intenties waren. Ik was behoorlijk onder de indruk en dat waren slechts nog maar de pianoversies. Erik had niet lang daarvoor zijn opleiding aan het conservatorium in Arnhem afgerond en een baan als pianodocent gevonden, waarbij hij zowel les gaf op muziekscholen als aan leerlingen thuis.”
   foto: Erik de Vroomen achter synthesizers van Roel en Henri Strik op hun slaapkamer (Wijchen, 1982)

ZELFDE GOLFLENGTE

Naast zijn liefde voor klassieke muziek - met name Bach en Mahler - luisterde Erik naar The Beatles, The Beach Boys en symfonische bands als Yes, Genesis, Gentle Giant, Focus en Kayak. Ook het werk van toetsenisten als Rick van der Linden en David Sancious was bij hem niet weg te denken.

“Die invloeden hoor je later terug in de muziek van Coda. Luisteraars noemden in dat verband ook regelmatig Camel en Pink Floyd, maar ironisch genoeg waren dat groepen waar Erik niet zoveel mee had. Aangezien wij beiden zowel muzikaal als persoonlijk op dezelfde golflengte zaten, ontstond een vriendschap die het begin betekende van een langdurige samenwerking. Wat mij in zijn werk het meeste aansprak, was zijn benadering van muziek: op een manier zoals klassieke componisten dat ook deden. Dat deed hij zowel met gevoel voor prachtige melodielijnen alsmede de schoonheid voor de muziek, waarin hij veel afwisseling bood en de spanning opbouwde.”

ZOEKTOCHT

Het oorspronkelijke idee om een soloproject op te zetten werd vaarwel gezegd, omdat het volgens Strik destijds niet tot het gewenste resultaat zou leiden. De Vroomen ging op zoek naar gerenommeerde musici en vond onder meer de drummers Pierre van der Linden (Brainbox, Focus) en René Creemers (later lid van de Margriet Eshuis Band en één van de twee Drumbassadors).

”Zij konden dat complexe materiaal zich wel eigen maken, maar zo eenvoudig was dat niet. Gevestigde musici hadden vaak drukke agenda’s en wilden niet meteen ergens voor warmlopen. Toch lukte het om Pierre bij Erik thuis uit te nodigen om te praten over zijn eventuele bijdrage. Van der Linden was op dat moment samen met gitarist Joop van Nimwegen (ex-Finch) bezig iets op te zetten en wellicht dat ook Joop een interessante optie kon zijn voor Erik. Uiteindelijk waren beide heren toch niet beschikbaar vanwege andere verplichtingen, ondanks hun uitgesproken waardering voor Erik’s composities. Ook de jongens van de groep Taurus werden benaderd, maar zij speelden toch liever eigen materiaal. Het makkelijkst was om René Creemers te vragen, aangezien hij vlakbij in Nijmegen woonde. Erik had hem al eens eerder ontmoet en was op de hoogte van zijn niet geringe drumcapaciteiten. Creemers werkte in 1982 mee aan enkele repetities, maar moest uiteindelijk afhaken wegens tijdgebrek.”

foto: Erik achter de piano ten tijde van repetities voor "Sounds of Passion" (Wijchen, 1982) foto: repetitie met Karel de Greef en René Creemers (Wijchen, 1982)

DEMO

Bij de eerste repetities was gitarist Karel de Greef (Thomas Flinter) betrokken en maakte De Vroomen gebruik van verschillende bassisten, totdat Maarten Holtz (ook van Thomas Flinter, maar inmiddels overleden) en drummer Jan Stavenuiter toetraden tot de groep. Met hen werd in de privéstudio van Rick van der Linden in 1982 gewerkt aan de eerste demo.

“Het klikte wel tussen Erik en Rick. Achter de achtsporen bandrecorder zat Kayak-gitarist Johan Slager. Overigens bevat die demo niet de eerste versie van Sounds Of Passion, maar een opname van het eerste deel van What A Symphony. Tussen de opnames door was het grappig om Erik en Rick samen in de studio achter de toetsen bezig te zien, met name op de Yamaha CS-80 synthesizer en de Mellotron. Rick liet trouwens dag en nacht een Revox bandrecorder meelopen, zodat hij eventuele spontane muzikale invallen meteen kon opnemen, mocht hij die de volgende ochtend weer vergeten zijn. Helaas kon deze demo niet worden gebruikt voor de nieuwe heruitgave van “Sounds Of Passion”, omdat deze band zoek is. Een jaar later werd met dezelfde muzikanten - onder de naam Sequioa - in eigen beheer de demoversie op van Sounds Of Passion opgenomen. Dat gebeurde op diverse locaties met een Fostex viersporen cassettedeck van mijn broer Roel. De daarvoor gebruikte keyboards waren van hem en mijn andere broer Henri, alleen de piano was van Erik zelf. Het was een unieke demo, die behoorlijk verschilde van de latere elpeeversie. Met name het tempo lag lager, waardoor alles veel slepender overkwam.”

CODA GEBOREN

Wegens tijdgebrek van de muzikanten en ontevredenheid van Erik en Ton over het resultaat, zochten zij verder naar meer geschikte muzikanten. Dat werden drummer Mark Eshuis, gitarist Jack Witjes en bassist Jacky van Tongeren. “Erik kwam zelf in contact met Eshuis, die aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde en in Groesbeek woonde. Ik benaderde Jack en Jacky, nadat ik beiden zag optreden in de Nijmeegse Stadsschouwburg. Zij participeerden in Ad Visser’s ‘Soundkitchen’-tour als leden van de groep Zip Fastening (het latere Maxwell Blond en The Knack, die nog singles voor WEA / Atlantic maakte). De band speelde symfonisch getinte rockmuziek, materiaal dat afkomstig was uit een documentaire over Rotterdam en haar achterland. In de muziek kon ik duidelijk horen, dat zowel Jack als Jacky grote bewonderaars van Yes waren. Ik was erg enthousiast en ging naar hen op zoek. Zij bleken dicht in de buurt te wonen: Jacky in Beek en Jack in Oss. Ik liet hen de demo van Sounds Of Passion horen en zij waren razend enthousiast. Vervolgens werden zij medewerkers van het project ‘Erik de Vroomen en Coda’, dat vrij snel daarna werd omgedoopt tot kortweg Coda.”


OPNAMES

Sounds Of Passion ontstond als compositie achter de vleugel, waarbij De Vroomen alle noten uitschreef. Vervolgens ging hij het stuk bijschaven en arrangeren.

“Daarbij keek hij welke instrumenten voor welke solo’s en bepaalde passages het mooist en meest geschikt waren. Crazy Fool And Dreamer en Defended zijn later gecomponeerd. Het was ook belangrijk om nummers als eventuele singles aan te bieden aan platenmaatschappijen, want zo werkte dat wel in die tijd. Beide stukken waren absoluut geen opvullertjes. Qua spel, opname en mix werd in de studio evenveel tijd besteed als aan het lange stuk.”

Die studio werd de MMP-studio in Waalwijk, waar de band tussen november 1983 en februari 1984 het materiaal opnam. Voor de groep en met name Erik in het bijzonder brak een roerige tijd aan.

“De opnames verliepen niet altijd naar volle tevredenheid. Dat lag niet aan de kwaliteit van de studio, want die had een prima 24-sporen tafel met goede randapparatuur. Studio technicus Ton Masseurs had de nodige ervaring met het opnemen van bands (onder meer Thomas Flinter) en bezat zelfs zijn eigen label, MMP, waarop hij platen van beginnende bands uitbracht.”
Tijdens de opnamen gingen Erik’s plannen Masseurs ietwat boven de pet. Hij verbaasde zich herhaaldelijk over de hoeveelheid instrumenten die moesten worden opgenomen; met name het grote aantal keyboards vond hij overdreven. En met het complexe materiaal van Coda had hij überhaupt geen ervaring. Op zich is dat niet zo erg als alle instrumenten, zang, enzovoorts maar goed op de band terecht komen. Als iets niet naar Erik’s wens was, dan stelde Masseurs hem gerust: “Dat is geen ramp, dat komt allemaal goed bij de mix, want dan kun je nog alle kanten op”. Verder gaf deze technicus aan dat alles kon, zelfs al moest hij de mengtafel op zijn kant zetten. Niets was hem teveel...”

RECHTZAAK

Toch was de ontgoocheling groot bij het maken van de eindmix. De eerdere opmerkingen van Erik konden niet worden goedgemaakt. Hij was met name ontevreden over de manier waarop de drums klonken en vond ook dat er niet veel deugde van het totaalbeeld. Masseurs had er zo zijn eigen mening over.

“Wat betreft de drums was ik het eens met Erik, maar het totaalbeeld met de vele instrumenten was best acceptabel. Zeker als ik die mix nu nog terugluister en mij dan bedenk dat die versie ook bij Wim van Putten in diens radioprogramma ‘De LP-show’ werd gedraaid. Wim merkte zelfs op dat ook hij de opnames zo goed vond klinken. Terugkijkend denk ik nu dat de waarheid ergens in het midden ligt. Uiteindelijk werd het een dure productie, inclusief heel veel studio-uren en een rechtzaak met Masseurs...”

PUIKE EINDMIX

Na het draaien van delen van de MMP-mix in de uitzending van Van Putten (bij de TROS op Hilversum 3) in juni 1985 besloten twee platenmaatschappijen met Strik contact op te nemen.  

foto: geluidstechnicus Jan Schuurman tilde "Sounds Of Passion" in de Soundpush Studio in Blaricum naar een hoger niveau 

“Dureco en Boni Records toonden interesse en daarbij viel de uiteindelijke keuze op Boni, omdat zij allerlei grote beloften deden. Ook was het mogelijk om (in april / mei 1986, WB) binnen vijf dagen samen met Jan Schuurman een betere eindmix te maken. Meer tijd en geld was er niet beschikbaar. Ondanks de beperkte tijd mocht de eindmix er toch wel zijn. Erik was er bijzonder blij dat die in de Soundpush Studio in Blaricum werd gemaakt. Hij had zelf voorgesteld om Schuurman de eindmix te laten doen en kende in Nederland verder niemand die dat beter zou kunnen. Bovendien wisten Jan en Erik meteen wat er moest gebeuren. Zij hadden maar een half woord nodig en dat was bij Ton Masseurs wel anders.”  

Coda - het verhaal achter "Sounds Of Passion" - Deel 2 (volgende week)


(c) 2008 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - Design: HandS Webdesign